Moet een paard dat gezweet heeft een zweetdeken op en kan een paard ziek worden als het bezweet is en daardoor koud wordt?
Door Karin van Aalten - Dierenarts en revalidatie trainer voor paarden

Of een paard een zweetdeken op moet hangt van een heel aantal factoren af. Laten we eerst even kijken wat de functie van zweten is.
Wanneer een paard getraind wordt en daarbij flinke lichamelijke inspanning moet leveren zal zijn lichaamstemperatuur omhoog gaan. Dit komt omdat de verbranding van brandstof (met name glucose en daarnaast afhankelijk van de duur en intensiteit van de training ook vet) omhoog gaat om de nodige hoeveelheid energie te leveren aan de spieren. Bij deze verbranding komt warmte vrij en deze moet afgevoerd worden om te zorgen dat de lichaamstemperatuur binnen normaalwaarden blijft. In eerste instantie kan er warmte direct afgegeven worden aan de lucht maar als er te veel warmte geproduceerd wordt gaat het paard zweten.

Zweet bestaat voornamelijk uit water en doordat dit verdampt kan het paard verder warmte afgeven, er is immers warmte nodig om het water te verdampen. Als de temperatuur buiten erg hoog is en het paard zware arbeid moet leveren zie je wel eens de zweetdruppels op de grond vallen. Dit levert geen of nauwelijks bijdrage aan de warmteafgifte omdat het niet verdampt, maar direct van het paard afvalt.

Het doel van zweten is dus; verkoeling van het lichaam om ervoor te zorgen dat de lichaamstemperatuur binnen normaal waarden blijft.

Zomers kan een paard natuurlijk ook zweten omdat de buitentemperatuur zo hoog is dat zijn lichaamstemperatuur begint te stijgen zonder dat hij arbeid verricht.

Wanneer heb je nu een zweetdeken nodig?
Als het paard zomers zweet en hij heeft zijn normale vacht dan zal het zweet dat gevormd wordt door kliertjes in de huid afgevoerd worden via de haren naar buiten toe. Wanneer de temperatuur van de buitenlucht echt zomers is, zal de verdamping zodra het paard de juiste lichaamstemperatuur heeft bereikt voornamelijk verlopen via de warmte vanuit de omgeving. Het paard verliest dus verder weinig tot geen warmte en in principe heeft het dier dan ook geen zweetdeken nodig.

Een zweetdeken werkt eigenlijk zoals de haren van het paard zelf. Iedereen die zijn paard wel eens een zweetdeken heeft opgelegd van goede kwaliteit heeft wel gezien dat het paard onder de deken droog wordt en dat er aan de buitenkant van de deken een laagje vocht komt te liggen (condens). Het paard zelf is onder de deken lekker warm, terwijl de buitenkant van de deken nat en koud aanvoelt. Het paard is lekker warm omdat er in de deken aan de binnenkant en tussen de haren van het paard een laagje lucht ligt wat isoleert. ’s Winters kan het lang duren voordat de buitenkant van de deken droog is omdat de buitentemperatuur te laag is om het water snel te laten verdampen, dat geeft niet omdat het luchtlaagje ervoor zorgt dat het paard warm blijft en zo niet te veel warmte verliest. Het water op de deken mag in feite ook niet snel verdampen in deze situatie omdat dat zou betekenen dat de deken niet goed isoleert (geen goed luchtlaagje heeft) zodat de lichaamswarmte van het paard alsnog zorgt voor verdamping van het water en het paard dus te veel afkoelt.

In feite doet de wintervacht van een paard hetzelfde. Het zweet wordt in de huid gevormd maar wordt door de lange haren afgevoerd naar de uiteinden/ buitenkant. Er ontstaat ook een luchtlaagje op de huid en aan het begin van de haren, maar het paard blijft aan “buitenkant” nog lang vochtig en koud aanvoelen. In principe heeft een paard ’s winters dus ook geen zweetdeken nodig, maar daar zitten een paar haken en ogen aan.

  • Het paard met een wintervacht blijft lang vochtig, dit is ook goed, want anders zou het dier te veel warmte verliezen als het vocht snel zou verdampen, maar het is niet ideaal om dan een staldeken op te doen, want deze dekens houden het vocht vast in plaats van het naar buiten toe af te voeren.
  • Als een paard met een wintervacht hard moet werken en bijvoorbeeld in een binnenbaan dan zal hij kletsnat worden, dan blijft wel de huid zelf lang vochtig en verliest het paard wel veel warmte.
  • Een paard met wintervacht dat bezweet is geraakt in de natuur kan bepaalde keuzes maken. Het dier kan als hij het koud heeft beschutting zoeken, uit de wind gaan staan, met zijn achterhand richting wind gaan staan, in een groepje gaan staan etc. Paarden die wij houden kunnen dat over het algemeen niet. Als wij een paard op de tocht zetten wat flink bezweet is dan kan de verdamping te snel verlopen waardoor er toch een te grote afkoeling van het lichaam plaats vindt.
  • Een paard in de natuur zal over het algemeen zich niet zeiknat in het zweet werken. Meestal is de kudde in rust, verplaatst deze zich in een rustige gang, tenzij er gevlucht moet worden voor een roofdier. Deze vlucht is over het algemeen kort maar krachtig.
  • Als je paard geschoren is of je paard heeft een heel dun “wintervachtje”, dan heb je absoluut een zweetdeken nodig, omdat de isolatie van de lange haren er niet is en het paard dus wel direct vocht verdampt vanaf de huid en daardoor dus veel warmte verliest.

Het hangt dus behoorlijk van de situatie af of je wel of geen zweetdeken nodig hebt en je zult daar zelf een inschatting van moeten maken. Wel is het goed om hierin mee te nemen dat een paard veel minder snel last heeft van kou dan wij en we een paard niet moeten vermenselijken. Onder de omstandigheden waarin wij ze houden en hoe we ze houden kan het zeker verstandig zijn om een zweetdeken te gebruiken. Je kunt aan het gedrag, de houding en de vacht van het paard ook zien of hij het koud heeft. Staat hij opgebold, met zijn haren overeind, met zijn achterhand tegen de eventuele luchtstroom in of staat hij te bibberen dan heeft hij het koud! Dit hoeft voor een kort tijdje niet schadelijk te zijn, maar dit is niet wenselijk voor een langere tijd.

Op de vraag of een paard ziek kan worden door koud worden door zweten is het antwoord nee en ja.
Een paard wordt niet verkouden van zweten en koud worden, een paard wordt ziek van een (meestal) virus, bacterie of andere ziekteverwekker. Alleen een paard dat gedurende een bepaalde periode aan flinke kou wordt blootgesteld waardoor het de lichaamstemperatuur uit balans raakt, ondervindt hierdoor een bepaalde vorm van stress. Als dit lang genoeg aanhoudt heeft dit een effect op het afweersysteem. Dat zal tijdelijk wat minder goed functioneren waardoor een virus aan kan slaan. Daarbij moeten we ook bedenken dat paarden in het wild minder blootgesteld worden aan virussen omdat ze niet met heel veel dieren in een kleine ruimte staan, de groepssamenstelling constant is en er weinig contact is met leden van andere kuddes. De situatie bij de paarden die door ons gehouden worden is natuurlijk heel anders.

Hoeveel kou een paard kan hebben hangt ook sterk af van zijn conditie (voedingstoestand/ vetlaagje als isolatie), gezondheid en voeding. Een paard dat bijna alleen krachtvoer krijgt kan minder goed tegen kou omdat het krachtvoer snel opgegeten, snel verteerd en opgenomen wordt en daarna snel opgeslagen wordt in het lichaam. Ruwvoer wordt veel langzamer verteerd en opgenomen, waardoor het paard continue wat te verbranden heeft zodat het zichzelf makkelijker warm kan houden.

Naast verkoudheden kun je ook nog denken aan spierproblemen. Als een paard hard getraind heeft zijn de spieren enigszins verzuurd. Door kou neemt de circulatie af en dat heeft het paard nu juist nodig om de verzuring in de spieren af te voeren en te herstellen. Nu moet een paard het wel flink koud krijgen voordat de spieren echt afkoelen en de circulatie minder wordt, want de kou moet eerst de vacht, de huid en het onderhuidsbindweefsel met vet passeren en dat is een flinke laag. Toch zijn er paarden die gevoelig zijn voor spierstijfheid door kou. Dat merk je de dag na de training. Bedenk dan dat de kou naar alle waarschijnlijkheid niet het primaire probleem is! Paarden die koude gevoelige spieren hebben, hebben waarschijnlijk een chronische verzuring door bijvoorbeeld rugproblemen of overtraining.

Overtraining kan op meerdere manieren ontstaan. Bijvoorbeeld als het paard niet in staat is om zijn rug te ontspannen (meer informatie: klik hier) is overtraining snel gebeurd evenals het ontstaan van rugklachten. Ook kan de bouw en beweging van het paard zorgen voor snelle overtraining. Dieren die hoogbening zijn en zeer elastisch en verend bewegen hebben veel spierkracht nodig om zichzelf alleen al te stabiliseren. Deze paarden bieden vaak veel aan en geven de ruiter een fantastisch gevoel, maar als ruiter moet je goed in de gaten houden dat het paard niet overtraind raakt door de extra inspanning die hij moet leveren om zijn lichaam onder controle te houden. Train met deze paarden dus nooit door als ze moe zijn en geef ze de tijd om te herstellen. Dit betekent dat het dier na een zware training de volgende dag een hersteltraining nodig heeft. Hersteltraining is een training waarbij de intensiteit veel lager ligt dan dat het paard lichamelijk aankan, maar de circulatie wordt wel verbeterd waardoor het herstel bevorderd wordt.

Paarden die makkelijk spierbevangen (tying-up) kunnen raken en daardoor vaak ook gevoelig zijn voor kou op de spieren, hebben ook een onderliggend probleem. Ergens gaat het fout in de suikerstofwisseling in de spieren waardoor het dier ernstig verzuurd. Dit kan overigens ook gelden voor paarden die niet spierbevangen raken in optima forma maar wel veel last hebben van spierstijfheid. Het onderliggende probleem zit dan waarschijnlijk in de voeding. Voor deze paarden geldt hetzelfde als voor paarden met EMS/ chronische hoefbevangenheid door insulineresistentie. Nu hoeven deze paarden helemaal geen hoefproblemen te hebben, ze kunnen ook alleen spierproblemen hebben door de verstoring van de suikerstofwisseling (EMS). Dan is het van belang om de voeding van het paard eens goed onder de loep te nemen.

Naar boven Disclaimer Vraag en antwoord