Vragen over voeding

Vragen over voeding aan Drs. Anneke Hallebeek, dierenarts en specialist veterinaire diervoeding

In het artikel van Anneke Hallebeek over 'Voeding' staat dat een paard niet langer dan 6-8 uur zonder voer mag staan. Betekent dit dat paarden eigenlijk te allen tijde hooi beschikbaar moeten krijgen?

Het natuurlijke gedrag van paarden is om al lopende hapjes voer te eten. Het maagdarmkanaal is daarop afgestemd. De maag produceert continu maagzuur. Maar de speeksel klieren produceren niet continu speeksel. Dat komt pas vrij als het paard kauwbewegingen maakt. Kauwt het paard een tijd niet dan is er ook geen buffering van het maagzuur. Teveel maagzuur en zeker als daar stress bijkomt kan maagzweren veroorzaken. De stress is een factor die kan ontstaan als het paard zijn gewone “kauwgedrag” niet kan uitvoeren. Als daar andere tijdverdrijvende activiteiten voor in de plaats komen zal het met de verveling en de stress wel weer meevallen.

Een paard moet dus bezig gehouden worden. Door hem samen met andere paarden te huisvesten, hem regelmatig uit de stal te halen voor werk en ruwvoer te laten eten. De tijd tussen niet eten en de ontwikkeling van maagzweren is niet een vast gegeven. Maar na 6 uur vasten kunnen soms wel veranderingen in het maagslijmvlies beginnen. Dit betekent dat het paard minimaal 4 keer per dag een portie ruwvoer moet eten. Een paard eet ongeveer 40 minuten over een kilo hooi. Dus met 3 kilo hooi staat hij 2 uur te eten. Niet elk paard kan onbeperkt ruwvoer krijgen. Geef je het paard altijd ruwvoer dan kan hij te dik worden.

Door te kiezen voor grofstengelig ruwvoer met een relatief laag energie gehalte kan de hoeveelheid hooi wel wat hoger zijn dan met zacht, fijn hooi. Een mooi alternatief is een “slowfeeder”. Dit is een voerssysteem waarbij het paard moeite moet doen het ruwvoer te pakken. Zo blijft het paard met minder hooi toch langer bezig. Dit kan een dubbel hooinet zijn, of een bak met een gaasrek erover.

Hoe kan ik beoordelen of het hooi of kuilvoer van een goede kwaliteit is?

De beoordeling van ruwvoer doe je aan de hand van wat je ziet, wat je voelt en wat je ruikt. Het ruwvoer kan duidelijk verschillende planten bevatten of alleen maar enkele grassoorten. Er kunnen blaadjes en takjes in zitten. Het kan zeer stengelig gras zijn met bloeiwijzen erin of bladrijk gras zonder veel stengels. In een weiland dat weinig bemest wordt, groeien eerder andere planten, kruiden en onkruiden. Een strook gras langs een boomrand bevat takjes en bladeren van de bomen. Meestal is dan de voederwaarde in zulk ruwvoer niet zo hoog, maar dat is voor paarden minder belangrijk dan voor koeien. Er kan natruurlijk ook Jacobskruiskruid tussen zitten. Dit is duidelijk niet wenselijk. Je herkent dit doordat het dikke stevig stengels zijn met bruine ronde bloemknoppen. De overige planten zijn over het algemeen weinig schadelijk, zeker als ze in kleine hoeveelheden voorkomen. Zand in kuilvoer is goed te zien en natuurlijk niet goed om te voeren. Schimmel zie je doordat er witte of zwarte puntjes op het ruwvoer zitten. Ook plakt dan het ruwvoer erg aan elkaar vast en is dit moeilijk los te schudden, soms komt er dan veel stof vrij. Grotere plekken zijn zichtbaar door verkleuring die anders is dan de rest. Als er nog niets te zien is kun je schimmelgroei al wel ruiken. De geur is muf of zurig muf. In kuilvoer is dit minder makkelijk te onderscheiden omdat kuilvoer al een wat zure geur heeft. Maar de geur moet normaal gesproken fris zuur zijn van kuil. Door te voelen beoordeel je vooral de stengeligheid van het voer. Grofstengelig hooi prikt in je handpalm. Bladrijk hooi is zacht. De één is niet beter dan de ander. Als er geen bederf in voorkomt zijn ze beide goed te gebruiken. Zolang je maar realiseert dat het zachte, fijne hooi rijker is aan energie en eiwit en dat je paard dat eerder op heeft.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid