Voer voor paarden

Voerkeuze is niet altijd makkelijk

Dr. Anneke Hallebeek - dierenarts en specialist veterinaire diervoeding

Het kiezen van het juiste krachtvoer is voor veel mensen een lastige opgave. De fabrikanten hebben zoveel verschillende soorten, dat je bijna gaat geloven dat elk paard een eigen voersoort nodig heeft. Maar waar velen niet bij stil staan is dat dit voer slechts een klein deel uitmaakt van het geheel. Voersoorten vergelijken kan helpen om de juiste keuze te maken. Vergeet echter niet dat elk voer vele kenmerken en eigenschappen heeft en dat de keuze dus wel moet passen in het totale plaatje. De trends in voersoorten is modegevoelig. Momenteel is er veel aandacht voor insuline resistentie en daardoor voor het suikergehalte in het voer. Vorig jaar speelde magnesium een grote rol en werden voeders daarop beoordeeld. En zo hebben calcium, vitamine E en selenium ook al eens in de schijnwerpers gestaan. Allemaal zijn ze belangrijk en allemaal hebben ze funkties in de stofwisseling en zijn ze een essentiele voedingsstof voor je paard. De balans is hetgene waar het om draait. Zijn alle voedingsstoffen aanwezig in voldoende mate om de behoefte van je paard te dekken. Daarnaast is de verhouding tussen ruwvoer en krachtvoer belangrijk en moet het voer verdeeld worden over de dag om lang vasten te voorkomen. Door een aantal “rantsoen-regels” te beoordelen krijg je een goede indruk hoe het ervoor staat met het rantsoen van jouw paard.

Zelf voeren of laten voeren

Ben je in bezit van een eigen paard, dan komt daar heel wat bij kijken. Je hebt het paard thuis of je zet het paard in pension. Dus of je moet er of helemaal zelf voor zorgen of de verzorging en het voeren wordt gedaan. Zeker in het eerste geval zul je je vooraf moeten verdiepen in alle zaken die voor de gezondheid en welzijn van je paard van belang zijn. En dan rijst al snel de vraag wat ga je voeren? Omdat voerveranderingen voor paarden aanleiding zijn voor verteringsproblemen kun je het beste eerst voer meenemen van de voorgaande eigenaar. Thuis ga je dit gebruiken om geleidelijk het rantsoen te veranderen naar jouw situatie. Waar niet altijd aan gedacht wordt, is om ook te vragen en te kijken welke soort en kwaliteit ruwvoer het paard kreeg. Stond het paard in de wei of op stal, kreeg hij kuilvoer of hooi? Dan moet je nog gaan kiezen hoe je het rantsoen moet samenstellen. De ruwvoer keuze en krachtvoer keuze is niet eenvoudig. Heb je grasland, dan kan het paard een deel van het ruwvoer daar halen. Verder moet je kiezen tussen voordroogkuil en hooi. Meestal zijn de praktische overwegingen doorslaggevend in de keuze. Of het verkrijgbaar is, waar je het voer kan opslaan en wat de kosten zijn. Het kiezen van krachtvoer is vaak nog lastiger. Het overmatige aanbod maakt dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Voor elk ras, type, geslacht en sport is er een apart voer. Advies en ervaring van “collega” paardeneigenaren en de voerhandelaar zullen tot een besluit leiden. Realiseer je dat het aandeel krachtvoer op het gehele rantsoen vrij beperkt is. Op de pensionstal heb je vaak geen keuze wat betreft voedermiddelen. De stalhouder koopt het ruwvoer in of produceert het zelf en bepaald wanneer en hoeveel de paarden hiervan krijgen. Krachtvoer kan vrij goedkoop in bulk worden aangekocht en maakt de stallingskosten betaalbaar.

Ook de hoeveelheden zijn vaak punt van discussie. Hoelang in de wei, hoeveel hooi, hoeveel krachtvoer? Dit is voor elk paard anders uiteraard. Het gewicht en de extra behoefte voor sport, dracht of groei bepalen de hoeveelheid voer. Veelal zal ook hier nagedaan worden wat anderen doen en zeggen.

“Rantsoen regels”

Er zijn een aantal regels waar elk rantsoen aan moet voldoen. Door je te verdiepen in het dagelijkse voer wat je paard krijgt kun je zelf controleren of deze basisregels worden gehandhaafd.

Het paard mag niet langer dan 6-8 uur zonder eten staan. De minimale hoeveelheid hooi is 1,2 kg per 100 kg LG per dag. Krijgt je paard kuilvoer dan mag dat wat meer zijn, ca. 1,3-1,5 kg per 100 kg LG per dag. De reden voor dit verschil komt doordat hooi een droger product is dan kuilvoer. Per kilogram zit altijd nog een (klein) deel water. Dit watergedeelte is in een kilo kuilvoer groter dan in hooi. Aangezien de voedingsstoffen zoals de vezels, in het droge stof gedeelte zitten, moet je van kuilvoer meer kilo’s geven om dezelfde hoeveelheid vezels te geven als hooi. De hoeveelheid krachtvoer mag nooit meer zijn dan de hoeveelheid ruwvoer. Verdeel het krachtvoer in porties verdeeld over de dag, zeker als de hoeveelheid meer is dan 2 kg (pony 1 kg). Controleer dagelijkse de kwaliteit van het ruwvoer, met name kuilvoer snel kan bederven.

Keuze van voedermiddelen

Als het paard gezond is kan zowel hooi als kuilvoer gevoerd worden. Kuilvoer is iets sneller fermenteerbaar in de dikke darm. De verschillen in voederwaarde tussen hooi en droog kuilvoer kan erg klein zijn. Omdat het kuilvoer is ingepakt in plastic heeft er wel een licht vorm van verzuring plaats gevonden. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de snel afbreekbare suikers reeds zijn gefermenteerd door de melkzuurbacterien. Het suikergehalte in kuilvoer is meestal lager dan in hooi. Het risico van kuilvoer ligt in het feit dat de kwaliteit verandert zodra het pak is geopend. Er worden veel fouten gemaakt door kuilvoer te lang open te bewaren en dus de kans te geven te beschimmelen. Paarden kunnen daar diarree en koliek van krijgen. Aan de andere kant kan hooi erg stoffig zijn, wat ook weer niet goed is voor de gezondheid. De keuze in krachtvoer is gigantisch. Je kunt voer gaan vergelijken op de prijs bijvoorbeeld en de goedkoopste kiezen. Helaas is vaak van de buitenkant moeilijk te beoordelen of het voer van een goede kwaliteit is, of de kwaliteit constant is en of het voer de juiste aanvulling met voedingsstoffen bevat die je paard nodig heeft. Het totale rantsoen moet alle voedingsstoffen leveren en een groot gedeelte komt dus uit het ruwvoer. De bijdrage van krachtvoer in het totaal is 1-2 kilogram per dag op een voeropname van ca. 10 kg. De prijsbijdrage van het krachtvoer op het totaal is dus maar een klein deel. Laat staan als je alle verzorgingskosten gaat rekenen. Kies een voer waarvan je weet dat de samenstelling altijd gelijk blijft. Verandert de samenstelling dan kan het paard het voer namelijk opeens niet meer lekker vinden. Het is handig als je het voer in de buurt kunt krijgen, dan zit je nooit zonder. Verder is de keuze feitelijk een vertrouwen in een fabrikant.

Problemen met de gezondheid

Is het paard niet helemaal gezond, en zijn er bij herhaling bijvoorbeeld koliekklachten of andere problemen in de vertering of stofwisseling dan kan een verandering van het rantsoen de problemen helpen voorkomen. Daarvoor is het wel noodzaak zo goed mogelijk de oorzaak te achterhalen. Blind een ander soort krachtvoer pakken is weinig zinvol. En de pensionhouder als verantwoordelijke en schuldige aanklagen is ook niet erg constructief. Kortom, ga eerst terug naar de regels waar het rantsoen aan moet voldoen en kijk of daar nog iets te verbeteren valt. Laat ook een dierenarts het paard onderzoeken. Afhankelijk van de resultaten ga je het rantsoen aanpassen. Vaak is dat een combinatie van maatregelen in ruwvoer soort en hoeveelheid, soms het soort krachtvoer en de hoeveelheid en het voermanagement. Zo kan het zijn dat een koliekgevoelig paard op hooi wordt gezet in plaats van kuil. Dit betekent niet dat het kuilvoer slecht is. Maar als de darmflora van dit paard te snel uit balans raakt kan hooi dit beter in evenwicht houden dan kuilvoer omdat de afbraaksnelheid iets langzamer is. De dierenarts beschikt ook over speciale voersoorten (SanéquiÒ) die samen met het ruwvoer een soort dieet vormen waarmee de vertering of de stofwisseling kunnen verbeteren.

Patiënt 1:

Een 12 jarige KWPN ruin heeft regelmatig koliek. Hij is gehuisvest op een pensionstal en krijgt net als de andere paarden kuil, hooi en krachtvoer. Overdag lopen ze een paar uur buiten, maar daar is geen gras te eten. De koliek is vaak veroorzaakt door gas in de darmen en soms is de mest te waterig of te slecht verteerd. Wat zijn belangrijke aspecten in het rantsoen om te beoordelen in dit geval? Dat is de kwaliteit en de hoeveelheid van het ruwvoer, de hoeveelheid krachtvoer en het dagelijkse voerschema. Daarnaast is een controle van het gebit van het paard belangrijk en kan ook het gedrag nog een rol spelen. Niet goed kunnen kauwen heeft direct gevolgen voor de verteerbaarheid van het voer en kan verteringsstoornissen geven. Paarden met voernijd eten met name hun krachtvoer veel te snel op, ook dan wordt het voer te weinig gekauwd met dezelfde gevolgen. Tot zover is de samenstelling van het krachtvoer nog van weinig betekenis. En is dus ook niet de eerste stap om te gaan veranderen. Uitvragen van het rantsoen leert dat het kuilvoer van twee verschillende partijen afkomstig is. Door het kuilvoer eens goed te bekijken bleek dat er veel verschillen tussen deze partijen waren. Het ene kuilvoer was droog en van langstengelig gras gemaakt het andere was redelijk vochtig en gemaakt van jong gras. Bederf leek niet aanwezig te zijn. Door deze verschillende kuilsoorten ad hoc te pakken en de paarden dus van het ene moment op het andere een hele ander soort voer te geven kreeg dit paard een te snelle voerovergang. De overgang in het rantsoen zorgt voor een verandering in de samenstelling van de darmbacteriën en de snelheid van voerafbraak. Sommige paarden kunnen hier wel tegen, andere niet. Een verandering in krachtvoer heeft in dit geval dus geen verbetering. Sterker nog het geeft een nodeloze extra rantsoen overgang die alleen maar averechts kan uitpakken.

Patiënt 2:

Een Haflinger met insuline resistentie en hoefbevangenheid staat overdag in de wei en ’s nachts op stal met hooi en krachtvoer. Naar aanleiding van de problemen met de gezondheid is het krachtvoer gewijzigd in een soort met weinig suikers. Effecten van een rantsoen verandering zijn in dit geval pas op langere termijn te beoordelen. Er komt wel of niet een herhaling van de hoefbevangenheid en pas na enkele weken-maanden kan het bloedonderzoek herhaald worden. De vraag is dus of de eigenaar voldoende heeft gedaan om herhaling te voorkomen. Stel dit paard staat 6 uur op een vrij kale wei, krijgt ’s ochtends en ’s avonds laat een plak hooi en ’s avonds bij het opstallen een ½ kilo krachtvoer. Bij insuline resistentie en hoefbevangenheid is een rantsoen met minder suikers nodig om de glucosegehalte en vooral de pieken in het bloed te verlagen. Een suikerarm dieet dus. En niet alleen minder suiker, maar als het kan ook kleinere porties, zodat niet al het suiker tegelijkertijd binnenkomt. De vertering van suiker en met name zetmeel is afhankelijk van het soort voedermiddel, de voorbehandeling van het voedermiddel en de efficiëntie van het kauwen. Praktisch elk voedermiddel bevat wel wat suikers of zetmeel, dus een volledig suikervrij rantsoen bestaat net. Ook ruwvoeders kan soms veel suiker bevatten. In hooi 75-135, in gras 15-17 en kuilvoer 54-57 g suiker per kilogram. Helaas is dit niet aan de buitenkant te beoordelen. Het suikergehalte in gras varieert zelfs gedurende de dag. Aan het einde van een zonnige dag is het suikergehalte hoog. Door dan het gras te maaien levert een suikerrijk hooi op. Wil je dit niet, dan kun je beter ’s ochtends maaien. Ook de beschikbaarheid van stikstof voor de grasplant heeft invloed op het suikergehalte. Is er weinig stikstof, bijvoorbeeld als de grond arm is of als er niet bemest wordt, dan groeit het gras minder hard en kan het suikergehalte vrij hoog worden. Kortom, het rantsoen van de Haflinger dat zowel uit gras als hooi bestaat kan een redelijk suikergehalte hebben, ook zonder het krachtvoer. Als je daar niets aan doet en slechts het krachtvoer gaat veranderen is dit slechts een druppel op een gloeiende plaat. In dit geval is het verstandig gras uit het rantsoen te halen. Het suikergehalte in het hooi is niet bekend. Wil je het zekere voor het onzekere nemen dan kun je het hooi 30 minuten in warm water weken zodat een deel van de suikers wegspoelt. Helaas verdwijnen ook een deel van de overige voedingsstoffen. Met een gericht supplement vul je mineralen, spoorelementen en vitaminen weer aan. Krachtvoer is dan niet meer nodig. Speciaal hoefbeslag kan helpen het paard weer snel in beweging te krijgen. Dit is gunstig voor de insuline resistentie. Na verloop van tijd kan deze gevoeligheid voor suiker best minder zijn geworden. Het blijft wel altijd een paard dat een risico heeft om weer hoefbevangenheid te krijgen. Weidegang voor dit paard kan alleen in beperkt mate, eventueel met een graasmasker.

Voervergelijken zinvol?

Het vergelijken van krachtvoer soorten kan heel handig zijn als je precies weet wat je nodig hebt. Maar omdat het krachtvoer maar een klein deel is van het geheel is de verandering die je hiermee teweegbrengt beperkt. Daarbij kijkt men vaak maar naar één, soms twee, kenmerken van het voer. Andere eigenschappen van het voer worden niet beoordeeld. Stel je zoekt een krachtvoer met een hoog magnesium gehalte. Dan kan het gevonden krachtvoer misschien wel een laag eiwitgehalte hebben. Past dat wel in het rantsoen voor je paard of ontstaat er na verloop van tijd daar een tekort van. Kortom, blijf het totale rantsoen beoordelen en fixeer je niet op enkele eigenschappen.

©www.sanequi.nl

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid