Glucosamine

Lezersvraag: Bij mijn paard heeft de dierenarts artrose geconstateerd. Nu las ik een advertentie over glucosamine en vroeg mij af of dit daadwerkelijk effect kan hebben bij artrose?

PharmahorseDeze vraag is nog niet zo heel makkelijk te beantwoorden. Uit onderzoek bij mensen blijkt dat de pijn die bij artrose ontstaat in veel gevallen verminderd wordt, maar het is natuurlijk moeilijk te meten bij een dier of de pijn van 7 punten op een schaal van 0 tot 10, (waarbij 0 geen pijn is en 10 veel pijn) naar 4 punten gaat. Dat zou een flinke verbetering zijn maar we kunnen het toch moeilijk aan ze vragen.

Laten we eerst eens kort bekijken wat kraakbeen en wat artrose is.
Kraakbeen is onder andere te vinden in de gewrichten van een paard. Een gewricht is opgebouwd uit botstukken die op de plaats waar ze met elkaar scharnieren, bedekt zijn met een laagje gewrichtskraakbeen.

Kraakbeen

Figuur 1: schematische tekening kraakbeen.
Wanneer kraakbeen onder de microscoop bekeken wordt na het maken van een preparaat en het kleuren ervan blijkt dat het grootste deel van het kraakbeen uit kraakbeen matrix bestaat. In deze matrix liggen kraakbeencellen die vaak in groepjes van bijvoorbeeld twee cellen worden aangetroffen.
1) kraakbeenmatrix (blauw)
2) kraakbeencel
3) kern van kraakbeencel (rood)

Het kraakbeen is opgebouwd uit kraakbeencellen (chondrocyten) die in een kraakbeen matrix liggen. Kraakbeen matrix (figuur 3) is een stof die aangemaakt wordt door de kraakbeencellen zelf en bestaat uit collageen (bindweefselvezels) en proteoglycanen en water. Het collageen kan gezien worden als een soort netje die de proteoglycanen bij elkaar houden. Proteoglycanen zijn suikerachtige verbindingen die water aantrekken waardoor het kraakbeen veerkrachtig wordt.

Kraakbeenmatrix

Figuur 2: schematische tekening kraakbeenmatrix.
De kraakbeenmatrix is opgebouwd uit een “netje” van collageen vezels (1). Deze houden de proteoglycanen (2) bij elkaar. Dit zijn ingewikkelde suikermoleculen die water aantrekken.

Het kraakbeen heeft meerdere functies. Het zorgt voor een glad gewrichtsoppervlak, waardoor er minimale wrijving in het gewricht plaatsvindt. Als een paard beweegt werken er grote krachten binnen een gewricht en wordt het gewricht blootgesteld aan schokken. Kraakbeen kan vervormen zonder beschadigd te raken waardoor het in staat is om deze schokken te absorberen. Tevens is het in staat om de optredende krachten door te geven aan het onderliggende bot.

In het geval van artrose raakt het kraakbeen beschadigd. Artrose wordt ook wel slijtage genoemd. In eerste instantie vermindert de kwaliteit van het kraakbeen en bij een ernstige aantasting van het gewricht neemt de hoeveelheid kraakbeen af, wat zich uit in beschadigingen van de kraakbeenlaag. Gedacht wordt dat de beschadiging van het kraakbeen zorgt voor irritatie binnenin het gewricht. Dit leidt tot een ontstekingsreactie. Deze ontstekingsreactie zorgt weer voor meer kraakbeenschade en zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. De pijn die ontstaat bij artrose kan komen door de ontstekingreactie zelf of op het moment dat het onderliggende bot betrokken raakt bij het proces. Kraakbeen zelf bevat geen zenuwen waardoor het dus ook geen pijnsensatie geeft als er alleen schade van het kraakbeen optreedt.

In kraakbeen zijn geen bloedvaten te vinden. De voedingsstoffen en zuurstof worden aangevoerd via de gewrichtsvloeistof en zo worden ook de afvalstoffen afgevoerd. Hierdoor kan kraakbeen slechts heel langzaam herstellen. Sommige weefsels in het lichaam vervangen zichzelf iedere 4 dagen. De binnenbekleding van de darmen bijvoorbeeld vernieuwd zich in dat tempo, maar de tijd die kraakbeen nodig heeft om zich geheel te vervangen wordt geschat tussen de 120 en 350 jaar. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er helemaal geen reparaties van beschadigingen optreden, maar het gaat heel erg langzaam. Nu is uit onderzoek gebleken dat de proteoglycanen zichzelf vervangen in een tijdsbestek van 30-1000 dagen. Dit klinkt natuurlijk een stuk beter. Laten we de proteoglycanen eens wat nader bekijken:

Proteoglycanen

Figuur 3:
1) Hyaluronzuur
2) Glucosamineglycaan
3) Kerneiwit
4) Proteoglycaan

Proteoglycanen zijn opgebouwd uit een kerneiwit met daaraan ingewikkelde suikermoleculen, de glucosamineglycanen. Glucosamineglycanen zijn er in verschillende soorten (chondroitine-4-sulfaat, chondroitine-6-sulfaat, dermatan sulfaat, and keratan sulfaat). De proteoglycanen zitten op hun beurt weer gekoppeld aan hyaluronzuur. Zoals je ziet is kraakbeen een behoorlijk ingewikkeld weefsel. Om te kunnen begrijpen waarom bepaalde supplementen aan paarden worden gegeven heb ik toch maar de gehele opbouw van het kraakbeen uitgediept.

Het is altijd lastig om onderzoeksresultaten goed te interpreteren. Vaak wordt het onderzoek naar de werking van een bepaald medicijn of supplement uitgevoerd door de producent zelf. Op zich goed natuurlijk, maar een producent is niet helemaal onbevooroordeeld en gebaat bij een uitkomst waaruit blijkt dat het middel werkt. De meningen over het nut van het geven van glucosamine zijn dan ook sterk uiteenlopend. Zoals eerder gezegd doet kraakbeen en dan met name het collageen, er 120-350 jaar over om zichzelf te vervangen, maar de proteoglycanen doen er maar 30-1000 dagen over. Dit zou betekenen dat het zinvol kan zijn om het paard glucosamine aan te bieden zodat het de juiste grondstoffen binnen krijgt om de proteoglycanen, die bestaan uit glucosamineglycanen, op te bouwen en daarmee wellicht toch wat kraakbeen herstel te krijgen. Aan de andere kant wordt ook aangenomen dat je misschien wel de proteoglycanen kunt herstellen, maar als het netwerk van collageen kapot is heb je hier niet zoveel aan, want dit netwerk moet de proteoglycanen bij elkaar houden.

Momenteel is men het er wel redelijk over eens dat glucosamine een ontstekingsremmend effect heeft op het kraakbeen (remt ontstekingsfactoren in de kraakbeencellen) en zoals we gezien hebben houdt artrose zichzelf in stand door de vicieuze cirkel van kraakbeenschade-ontsteking-meer kraakbeenschade-meer ontsteking etc. Eigenlijk is het beste wat je kunt doen het gewoon proberen. Heeft het een positief effect dan werkt het dus voor jou paard in jouw situatie. Aangeraden wordt om glucosamine minimaal 3 maanden te proberen, maar beter is om nog een wat langere periode aan te houden. De klachten die het paard vertoont bij artrose kunnen erg wisselend zijn, dus kun je pas met zekerheid zeggen dat het supplement een positief effect heeft als de positieve resultaten een langere periode aan blijven houden.

Als je ervoor kiest om het te proberen zijn een aantal zaken wel van belang om te weten. Ten eerste zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de verschillende glucosamine preparaten. Goedkoop is daarbij vaak duurkoop maar dat hoeft niet altijd!

De kwaliteit van het preparaat hangt van de volgende factoren af:

  • De bron waaruit glucosamine wordt gewonnen: De bron kan plantaardig zijn of dierlijk. De glucosamine gewonnen uit dierlijke bron is het meest effectief.
  • Glucosamine kan voorkomen als glucosaminesulfaat (SO4) of als glucosaminehydrochloride (HCL). Glucosaminesulfaat blijkt uit onderzoek het meest effectief.
  • De dosering op de verpakking van het product kan erg variëren. Vanuit wetenschappelijk onderzoek komt geen duidelijke dosering naar voren. Als de dosering voor mensen omgerekend wordt naar paarden dan zou een dosering van 7500 mg glucosaminesulfaat per dag een richtlijn kunnen zijn. Het lijkt verstandig om met deze dosering te beginnen. Mocht het resultaat goed zijn kun je altijd kiezen om de dosering wat te verlagen. Als het paard dan wat terugvalt is het uiteraard een goed idee om de dosering op 7500 mg te houden. De dosering die op verschillende producten staat aangegeven kan variëren van 3000 mg per dag tot 10.000 mg per dag.
  • Op de verpakking staat in sommige gevallen aangegeven hoeveel glucosamine er per dosering in zit of per hoeveelheid van het supplement. Dit kan nogal een vertekenend beeld geven. Glucosaminesulfaat moet gestabiliseerd worden met kaliumzouten (2kcl). Dit zout weegt natuurlijk ook en de sulfaatgroep van het glucosaminesulfaat heeft ook een bepaald gewicht. Goed is dus om te informeren naar wat de fabrikant precies bedoeld als op de verpakking staat dat er bv 5000 mg glucosamine in zit. Is dit glucosamine, glucosaminesulfaat of glucosaminesulfaat 2kcl? Optimaal is als de fabrikant aangeeft hoeveel glucosaminesulfaat 2kcl het product bevat en hoeveel mg glucosaminesulfaat (deze hoeveelheid is dus altijd lager dan van het glucosaminesulfaat 2kcl).

Glucosaminesulfaat wordt in bijna alle producten gecombineerd met nog 1 of 2 andere stoffen. Te weten; chondroitine (sulfaat) en MSM. Chondroitine maakt ook deel uit van het kraakbeen en zoals eerder beschreven is het een van de vormen waarin glucosamineglycanen in voor kunnen komen. Het lijkt dan ook aannemelijk dat chondroitine ook bijdraagt aan de opbouw van proteoglycanen. Het probleem met chondroitine is alleen dat het een stof is die uit grote moleculen bestaat en daardoor slecht opgenomen kan worden in het maag-darm kanaal. De kwaliteit van het chondroitine bepaald hoeveel er daadwerkelijk door het paard opgenomen kan worden. Producten die een lage hoeveelheid chondroitine van hoge kwaliteit bevatten kunnen dus uiteindelijk een gelijk of beter resultaat opleveren dan producten met een hoge hoeveelheid chondroitine van een lage kwaliteit. Het is volledig onduidelijk wat nu de juiste dosering is voor chondroitine. Een hoge dosering lijkt niet gewenst in verband met overgevoeligheidsreacties.

Een derde stof die in combinatie met glucosamine en chondroitine wordt gegeven is MSM. Methyl Sulfonyl Methaan. Dit is een organisch gebonden zwavel en speelt een rol bij de regulatie van het afweersysteem en de opbouw van het collageen i n onder andere het kraakbeen. MSM heeft een ontstekingsremmend effect wat zoals we eerder gezien hebben gunstig is in het geval van artrose.

Verder spelen nog meer factoren een rol bij het “managen” van artrose. Steeds duidelijker wordt het dat voeding een belangrijke rol speelt bij gewrichtsproblemen. Bij mensen blijkt er een verband te bestaan tussen voedselovergevoeligheden en ontsteking van gewrichten. Aannemelijk is dat dit ook bij het paard van toepassing is. Het kan dus geen kwaad om de voeding van je paard eens serieus onder de loep te nemen. Paarden zijn van nature gewend om te grazen. Hun dieet bestaat dus voornamelijk uit ruwvoer. Het krachtvoer dat wij aan paarden geven bevat producten die paarden in feite niet kennen vanuit hun oorspronkelijke, natuurlijke omgeving. Daarnaast worden aan krachtvoer vaak stoffen toegevoegd om de houdbaarheid te verhogen. Dit kan nadelig zijn voor de gezondheid van je paard. Het voert nu te ver om hier volledig op in te gaan.

Ook training speelt een belangrijke rol bij artrose. Kraakbeen dat beschadigd is zal in principe niet meer anatomisch kunnen herstellen. Dit wil zeggen dat wat stuk is stuk blijft, maar het weefsel kan zich vaak wel functioneel herstellen. Dus ondanks beschadigingen is het kraakbeen dan toch in staat haar functie goed te vervullen. Het is verstandig om dan de training van het paard eens kritisch te bekijken. Wordt het paard getraind op een goed bodem? Hoe lang en hoe vaak wordt het paard getraind? Krijgt het paard voldoende beweging; beweging en training zijn twee verschillende dingen. De meeste paarden krijgen te veel, te zware en te eentonige training en te weinig beweging. Hoe is de trainingsopbouw? Neem je voldoende rustmomenten tijdens een training en train je iedere dag totdat het paard moe is? Is het paard blij en tevreden in het werk of geeft het paard aan ergens ongemak te voelen?
Naast dit alles blijkt uit de praktijk dat veel paarden overbelast raken doordat ze niet goed genoeg rechtgericht lopen. Een paard vertoont van nature een buiging naar links of naar rechts in het lichaam. Dit veroorzaakt onevenredige belasting van de benen waardoor de benen die het zwaarst belast worden op den duur eerder slijtage of blessures kunnen vertonen.

Kortom als wij de keuze maken om voor ons plezier een paard te gaan rijden is het ook onze verantwoording om dit zo eerlijk mogelijk en met veel respect voor het paard te doen en daar komt veel bij kijken. Alles moet goed zijn, inclusief zaken als het harnachement.

Als laatste wil ik nog even toevoegen dat er ook supplementen op de markt zijn die aangeraden worden in het geval van artrose die collageen of hyaluronzuur bevatten. Zoals bij de opbouw van de kraakbeenmatrix staat beschreven zijn deze stoffen beide onderdeel van de matrix. Het is voor mij echter volledig onduidelijk of deze stoffen inderdaad een positief effect hebben, maar ik kan ook niet beweren dat het niet zo is. Hyaluronzuur wordt wel gebruikt als gewrichtsinjectie bij de behandeling van artrose en blijkt dan wel tijdelijke positieve resultaten te geven. De vraag die voor mij nog steeds onbeantwoord is is of hyaluronzuur opgenomen wordt in het maag-darm kanaal en uiteindelijk als zodanig in het kraakbeen van de gewrichten terecht komt. Daarnaast worden ook wel corticosteroïden in het gewricht gespoten. Deze remmen de ontstekingreactie en geven een pijnstillende effect. Op zich positief, maar corticosteroïden hebben ook een beschadigend effect op het kraakbeen en mijn ervaring is dat ook corticosteroïden in de regel maar een tijdelijk effect hebben. Na een aantal jaren ervaring met het revalideren van paarden wil ik het volgende met jullie delen. Veel paarden krijgen artrose en bij veel paarden is al op jonge leeftijd artrose zichtbaar op de foto. Toch is er niet altijd een verband te leggen tussen de mate van artrose en de mate van kreupelheid oftewel de problemen die het paard er van ondervindt. Er zijn paarden die op de foto een heftige vorm van artrose laten zien en die geen enkel probleem vertonen, maar er zijn ook paarden die op de röntgenfoto geen artrose tonen en toch last hebben van hun gewrichten. Een conclusie kan zijn dat artrose niet altijd zichtbaar is op de foto en met nieuwe technieken zoals MRI valt er nog meer in beeld te brengen, maar de interpretatie en betrouwbaarheid van deze opnametechnieken is niet zo zwart wit als wordt verondersteld.

Zo langzamerhand begin ik te geloven dat artrose een natuurlijk proces is bij paarden, dat dat niet per definitie iets zegt over de functionaliteit van het kraakbeen en dat we de oplossing van het probleem moeten zoeken door kritisch naar onszelf te kijken of we de omstandigheden waar we onze paarden onder houden en onder trainen wel optimaal zijn en in overeenstemming met de behoeften van onze trouwe viervoeter en of onze eisen overeenkomen met de lichamelijke en mentale capaciteiten van ons paard. Laat liefde en respect voor dit schitterende dier ons leiden tot een samenwerking in harmonie.

Drs. Karin Leibbrandt
Dierenarts

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid