Mayke Bons - Schoudervoor en -binnenwaarts

Wat is het verschil tussen schoudervoor en schouderbinnenwaarts?.
Door Mayke Bons

Bij schoudervoor wordt het paard gevraagd zijn schouders recht voor de achterhand te plaatsen. Er zijn dan twee sporen te zien. Bij schouderbinnenwaarts zijn de schouders van het paard verder naar binnen geplaatst dan de achterhand. Het paard loopt dan op drie (of vier) sporen.

Zoals ik eerder in een artikel zei: ieder paard is van nature scheef. Tijdens het rijden zal een paard steun zoeken aan het beschot. Denk maar aan (jonge) paarden die slingerend over de middenlijn lopen, omdat ze de steun van een hek of bakrand missen.

Wanneer het paard steun zoekt aan het beschot en zijn buitenschouder buiten de massa zet (het paard is in de schouderpartij immers smaller dan in de heupen), loopt hij dus op drie (of vier) sporen. Het buitenvoorbeen spoort dan niet met het buitenachterbeen en dat zelfde geldt voor het binnen voor- en achterbeen.

Bijvoorbeeld: 1 0 0   2 0   0  
      0 0     0   0
Schouder goed Schouder goed
goed fout

 

Voorbeeld 1 kun je op twee manieren zien: op de rechterhand betreft het een scheefgaand paard, maar op de linkerhand is het een correcte schouderbinnenwaarts, mits het paard om het binnenbeen gebogen is!

Voorbeeld 2 laat de vier sporen zien van een scheef lopend paard op de rechter hand, maar op de linkerhand is het weer een correcte schouderbinnenwaarts op vier sporen.

Nu zal je denken: wanneer mijn paard naar binnen gesteld en op drie (of vier) sporen loopt dan is het toch een schouderbinnenwaarts? Niet vanzelfsprekend dus, want zonder die buiging om het binnenbeen spreken we niet over een correcte schouderbinnenwaarts. Als scheefheid niet wordt gecorrigeerd kan dat betekenen dat je als ruiter rijtechnisch niet verder komt. De scheefheid kan zich door het hele lichaam voortzetten en zo leiden tot stijfheid van de spieren en uiteindelijk resulteren in blessures; in veel gevallen met kreupelheid tot gevolg. In mijn ogen is dit dan ook een van de belangrijkste oefeningen!

Je kunt deze oefening het beste inzetten vanuit een wending of vanuit een correcte volte, omdat het paard dan al gebogen is om het binnenbeen van de ruiter en de juiste lengtebuiging aanneemt. Bij schoudervoor moeten de schouders van het paard recht voor de achterhand worden geplaatst, waarbij de buiging om het binnenbeen niet verloren mag gaan! Het tempo moet actief blijven en de aanleuning mooi verdeeld over twee teugels. Het gewicht van de ruiter verplaatst zich naar de binnen zitbeenknobbel. Als de ruiter niet goed rechtop zit (in zijn loodlijn) en niet op zijn binnen zitbeenknobbel leunt, kan het paard niet goed buigen om het binnenbeen en zal het sneller naar binnen vallen. Tijdens het schoudervoor en het schouderbinnenwaarts rijden is het belangrijk dat de ruiter het paard niet met druk op de binnenteugel naar binnen vraagt. Dit belemmert immers het paard om zijn binnenachterbeen goed onder zijn lichaam te plaatsten, waardoor het doel van de oefening verloren gaat, nl. het sterker maken van het binnenachterbeen en het verbeteren van de lengtebuiging. Ook kan de druk op de binnenteugel het paard erg afremmen in zijn tempo waardoor eveneens het goed ondertreden van het binnenachterbeen wordt verhinderd.

Door deze oefeningen kan het paard meer gewicht naar de achterhand verplaatsen en zodoende meer verzamelen. Zo wordt het beter voorbereid op de zwaardere oefeningen. Tevens is het een goede voorbereiding op het rijden van zijgangen, zoals keert wendingen, travers en appuyementen.

De hulpen van de ruiter voor schouder binnenwaarts zijn hetzelfde als de hulpen voor het schouder voor rijden. Het verschil is echter de mate waarin de schouders van het paard naar binnen worden gevraagd.

Voor de ruiter is het het makkelijkst om in stap te beginnen met deze oefeningen. Dat brengt echter wel een risico met zich mee. Omdat de stap de meeste spierkracht vergt en derhalve de zwaarste gang is voor het paard zal het oplossingen zoeken om onder de gevraagde oefening uit te komen. Het paard kan bijvoorbeeld snel terug vallen in tempo. Ook de takt van de beweging kan verloren gaan. Of de ruiter kan letterlijk op het verkeerde been (lees: zitbeenknobbel) gezet worden, waardoor het paard onder de juiste lengtebuiging kan uitkomen en zijn schouders misschien wel naar binnen zet, maar niet meer buigt om het binnen been. De oefening kan ook in draf en galop worden gereden.

In een volgend artikel zal ik meer zijgangen beschrijven.

Naar boven Disclaimer Vraag en antwoord