Mayke Bons - Natuurlijke scheefheid

Natuurlijke scheefheid en rechtrichten
Door Mayke Bons

Ieder paard loopt van nature scheef (is dus rechts of links gebogen). Vergelijk het maar met rechts- of linkshandig bij de mens. Nu willen wij als ruiter het paard recht richten, maar waarom eigenlijk?

Ten eerste wordt een paard onnatuurlijk belast doordat wij op het paard gaan rijden. Om ervoor te zorgen dat die belasting geen overbelasting wordt, willen we het paard zoveel mogelijk in balans brengen en het paard in staat stellen zijn gewicht zo goed mogelijk over 4 benen te verdelen. Ten tweede is het van belang het paard zodanig te gymnastiseren, dat het zich zo symmetrisch mogelijk kan ontwikkelen om aan onze (soms hoge) eisen te kunnen voldoen. Alleen als het paard goed rechtgericht is, kan er sprake zijn van een evenwichtige (spier-) ontwikkeling.

Hoe zie en voel je dat een paard scheef is?

Tijdens het werken met een paard aan de longe of aan de lange lijnen kun je de natuurlijke scheefheid van het paard al zien. Op de ene hand valt het paard naar binnen en op de andere hand wil het paard weglopen naar buiten. Ook kan het paard een voorkeur aangeven voor de rechter- of de linker galop. Op de ene hand springt hij dan in de goede galop aan en op de andere hand steeds in de verkeerde galop.

Aan de spieren van een bereden paard valt ook veel af te lezen. De ene kant kan sterker ontwikkeld zijn dan de andere kant. Soms zijn de spieren aan de ene kant van het paard harder of pijnlijker dan aan de andere kant. Er kunnen zelfs verdikkingen in de spieren ontstaan wanneer een scheefgaand paard onvoldoende gecorrigeerd wordt.

Tijdens het rijden, kun je het scheef gaan herkennen doordat het paard niet of moeizaam wil inbuigen naar een kant of op de ene hand aan het beschot kleeft en op de andere hand naar binnenvalt. Ook het kantelen van het hoofd of een verkeerde aanleuning (aan een teugel meer druk dan aan de andere teugel) is meestal het gevolg van een asymmetrisch ontwikkeld paard evenals het overkruist gaan in de galop, stelselmatig in de verkeerde galop aanspringen, moeite hebben met de zijgangen of met een wissel. Heb je regelmatig het gevoel dat je scheef op je paard zit hoe je de beugelriemen ook afstelt? Grote kans, dat je paard je scheef zet, omdat het niet in balans loopt.

Het moeilijkste: hoe kun je een paard goed recht richten?

Om een paard goed recht te richten en om een paard in evenwicht te brengen, moeten we bij het begin beginnen namelijk recht en in balans op het paard zitten en niet mee gaan in de natuurlijke scheefheid van het paard. Een paard kan onmogelijk recht lopen als de ruiter zelf niet in balans zit. De ruiter zit pas correct te paard als het zwaartepunt van zijn/haar lichaam samenvalt met dat van het paard. Omdat het zwaartepunt van het paard op verschillende plaatsen kan liggen door houding, maar ook door leeftijd en opleidingsniveau moet de ruiter zijn houding en positie daarop aanpassen. Door de juiste gewichtsverdeling kun je als ruiter er voor zorgen dat het paard recht en in balans kan lopen. Voor de juiste uitgebalanceerde zit moet de wervelkolom van de ruiter voortdurend loodrecht op die van het paard staan.

Ook is het van belang dat de ruiter van links naar rechts in evenwicht zit. Dat betekent dat op rechte lijnen het gewicht van de ruiter gelijk verdeeld moet zijn over twee zitbeenknobbels en in een wending het gewicht meer naar de binnen zitbeenknobbel verplaatst moet worden. Hierbij mag er overigens niets veranderen in de houding van het boven lichaam! De ruiter mag niet naar binnen gaan hangen of een schouder lager houden dan de ander. Het verplaatsen van gewicht van de ene zitbeenknobbel naar de andere kan heel subtiel door een heup iets te laten zakken ten opzichte van de andere heup. Het verplaatsen van het gewicht naar de binnen zitbeenknobbel is nodig omdat het paard, om in balans te blijven, in een wending het binnen achterbeen verder onder zijn lijf moet zetten en meer moet kantelen in het bekken. Daarmee verandert dus het zwaartepunt van het paard en dat van de ruiter.

Om een paard recht te laten lopen moeten de handen van de ruiter op gelijke hoogte zijn, de teugels moeten even lang zijn, en de aanleuning moet evenredig over twee teugels verdeeld zijn. Uiteindelijk moet het paard zelfs gaan nageven op de buitenteugel en toch om het binnenbeen gebogen blijven.

De ruiter zit pas correct als deze zich steeds aanpast aan de houding en aan de balans van het paard.

Om er voor te zorgen dat het paard zijn rug goed kan ontspannen en vervolgens op de juiste manier kan gebruiken moet de ruiter ook ontspannen zitten. Ken je het gevoel, dat je op een harde plank zit, waarbij doorzitten een bijna onmogelijke opgaaf wordt? Als jij als ruiter een gespannen of ‘harde’ rug voelt geldt ook het omgekeerde en kan het paard ook de spanning in de spieren van de ruiter voelen. Daardoor kan het zelf belemmerd worden in de bewegingen. Wanneer wij op een “ los door het lijf” lopend paard willen zitten moeten we een onafhankelijke zit ontwikkelen: los is in de heupen, de spieren in de bovenbenen goed ontspannen, de onderbenen rustig langs de romp van het paard hangend zonder spanning in onderrug, schouders, armen, ellebogen of polsen. Er moet een rechte lijn kunnen worden getrokken van de mond van het paard via de teugel, de hand en de pols naar de elleboog. Als dat niet het geval is, zit er een knik in die lijn en is de inwerking van de hand van de ruiter op de mond van het paard verstoord. De ruiter moet de teugels goed vast houden maar er niet in knijpen en ook, heel belangrijk, goed en regelmatig blijven ademhalen.

Tijdens het recht richten gaat het erom te allen tijde de voorhand voor de achterhand te richten. De voorbenen moeten dus altijd de achterbenen voorgaan. Het is de bedoeling dat de achterhand steeds in de lijn van de beweging naar voren en nooit zijwaarts van deze lijn treedt. Omdat het paard in de borst smaller is dan in de heupen zal het, als het evenwijdig aan het beschot loopt, scheef gaan. Om het paard recht te laten lopen moet de ruiter de schouders van het paard voor de achterhand richten. Hierbij is het van groot belang dat het paard in het hele lichaam buigt en niet alleen de schouders naar binnen plaatst. Uiteindelijk moet het paard nageven op de buitenteugel. Als het met de binnen teugel naar binnen wordt getrokken gaat dat ten koste van het goed ondertreden van het binnen achterbeen en zal het paard niet recht en in balans kunnen lopen. Bij het ‘stelling’ vragen met de binnenteugel buigt het paard alleen in de hals; de rest van het lijf buigt niet of is in de andere richting gebogen. De stelling die het paard dan aanneemt ziet er in eerste instantie mooi uit, maar is rijtechnisch fout! Je zult als ruiter dan ook in een verder stadium in de training problemen krijgen, omdat het paard niet recht is.

Wat kun je doen om het paard rechter te maken?

Voltes rijden. Tijdens het rijden van een volte zul je merken dat het paard op de ene plek naar binnen valt en op de andere plek juist naar buiten. Stap 1 om ervoor te zorgen dat het paard rechter wordt, is dus het voorkomen van het naar binnen en buiten vallen op de volte. De volte dus echt rond maken. Bij het rijden van voltes en wendingen moet het paard zover gebogen zijn als de bocht vereist. Dus hoe kleiner de volte, hoe meer het paard moet buigen. Om te voorkomen dat het paard onregelmatig wordt in de beweging is het belangrijk dat de hele wervelkolom mee buigt. Naast het rijden van een gewone volte kun je de volte ook sluiten en weer openen (kleiner maken en weer groter maken) als voorbereiding op het wijken voor het been.

Ook gebroken lijnen en slangenvoltes zijn goede oefeningen om het paard rechter en beter in balans te laten lopen. Bij een gebroken lijn laat je het paard zonder ‘steun’ van het beschot op eigen benen recht lopen en bij het rijden van slangenvoltes oefen je de balans en verander je steeds de richting van de lengte buiging.

In een volgend stadium van de training kun je beginnen met het rijden van zijgangen, zoals het wijken voor het been, wat er voor zorgt, dat het paard zijn binnen achterbeen verder onder zijn lijf moet plaatsen en het zijn lengtebuiging niet verliest tijdens het zijwaarts bewegen.

De beste oefening om het paard recht te richten is het schouder voor en het schouder binnenwaarts rijden. Bij het schouder voor worden de schouders van het paard recht voor de achterhand geplaatst. Bij het schouder binnenwaarts moeten de schouders van het paard verder naar binnen geplaatst worden dan de achterhand. Dit is een goede training voor het binnen achterbeen.

Naast deze oefeningen en figuren is het belangrijk dat het paard regelmatig in zijn beweging en tempo is wat geoefend kan worden door het rijden van tempowisselingen.

Hierover meer in het volgende artikel.

Naar boven Disclaimer Vraag en antwoord