Grass sickness

 

Grass sickness

Achtergrond

Het ruggenmerg is een kwetsbare kabel van zenuwweefsel, die richting achterkant van het paard versmalt tot een draadachtige vezel. De kabel wordt omgeven en beschermd door de wervels. In het midden van de wervels zit een holte. Deze holtes vormen samen het wervelkanaal. Hierin bevindt zich het ruggenmerg dat begint vanaf de hersenstam en doorloopt tot ongeveer de staart. Vanuit het ruggenmerg treden tussen de wervels door steeds twee bundels zenuwvezels naar buiten, de ruggenmergzenuwen. Die zorgen voor de communicatie tussen de hersenen en de rest van het lichaam. Deze bundels bevatten zowel motorische als sensorische zenuwen. Motorische zenuwen regelen de activiteit van de spieren. Sensorische zenuwen geven informatie van de zintuigen door aan het centraal zenuwstelsel.

Het ruggenmerg is opgebouwd uit grijze stof (binnenkant) en witte stof (aan de buitenzijde). Deze witte stof bevat zenuwbanen die de verbinding maken tussen het centrale zenuwstelsel (ruggenmerg en de hersenen) en het perifere zenuwstelsel (de zenuwen in de armen en benen). In de grijze stof liggen de cellichamen van de zenuwcellen. Het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel noemen we het animale zenuwstelsel. Daarnaast is er ook een autonoom zenuwstelsel.

Het autonome zenuwstelsel reguleert een groot aantal onbewust plaatsvindende functies. Het autonome zenuwstelsel regelt vooral de werking van inwendige organen. Het regelt onder andere de ademhaling, de spijsvertering en het verwijden en vernauwen van bloedvaten en het beïnvloedt ook de hartslag. Het autonome zenuwstelsel wordt onderverdeeld in een sympathisch en een parasympatisch deel. Het sympathisch zenuwstelsel bevordert een toestand van het lichaam waarin activiteiten zoals lichamelijke inspanning mogelijk zijn. Het parasympatisch zenuwstelsel zorgt voor een toestand van rust in het lichaam, waarbij omstandigheden gecreëerd worden die opbouw van weefsel en herstelmechanismen van het lichaam bevorderen (o.a. de spijsvertering).

Grass sickness is een aandoening van het autonome zenuwstelsel. Het is een ziekte waarbij het zenuwstelsel, dat zorgt voor de coördinatie van het maagdarmkanaal (sympatische deel), niet meer goed werkt. Hierdoor komen de darmen ook stil te liggen. Het komt bij paarden voor maar ook bij de kat en de mens. Het wordt meestal gezien bij jonge paarden na het spenen tot ongeveer 10 jaar oud. Meestal treedt het op in het voorjaar, maar het kan het hele jaar optreden. Vaak zijn het paarden die uitsluitend met gras gevoerd worden.

Waardoor het wordt veroorzaakt is nog steeds onbekend. Er wordt gedacht aan een toxine (gifstof geproduceerd door een bacterie) mogelijk van de bacterie Clostridium perfringens. Ook wordt er bij de ziekte gedacht aan een vitamine E en Selenium tekort. Er zijn uitbraken geweest bij meerdere paarden in koppels na een paar dagen warm weer wanneer de paarden op het land staan.

Symptomen en diagnose

De ziekte veroorzaakt verschillende symptomen. Er wordt onderscheidt gemaakt in de acute vorm en de chronische vorm. De acute vorm resulteert in ernstige koliek. De symptomen zijn een sloom dier, te snelle hartslag, trage darmwerking, zweten en spiertrillingen. Het paard heeft een paralytische ileus. Een paralytische ileus wil zeggen dat de passage van dunne darminhoud richting anus niet meer mogelijk is (ileus) doordat de dunne darmen in meer of mindere mate verlamd (paralytisch) zijn. Darminhoud wordt normaal gesproken getransporteerd door het samenknijpen van de darm, hierdoor wordt de inhoud richting de anus geduwd. De koliekverschijnselen kunnen heftig zijn. De buik wordt boller door de overvulde dunne darmen die rectaal te voelen zijn en de maag raakt overvuld door het terugstromen van dunne darminhoud. Omdat de darmen stil liggen zijn er weinig tot geen darmgeluiden te horen en komt er geen mest af.

Bij de chronische vorm zijn de symptomen spiertrillingen, lokale zweetplekken, vermageren ondanks goede eetlust, opgetrokken buik, trage darmwerking daardoor minder mest vorming en de mest die er afkomt is droog, donker, hard vaak met slijm bedekt. Ook zijn er gevallen bekend met chronische diarree, en verlamming van de slokdarm. Het definitief vaststellen van de ziekte is bij het levende paard niet mogelijk. Er zijn geen betrouwbare testen. Als het paard dood is, kan er bij sectie sterke aanwijzingen gevonden worden. Onder de microscoop kan zenuwweefsel onderzocht worden waarna de diagnose bevestigd kan worden.

Therapie

Bij de acute vorm moet de maaginhoud afgeheveld worden met behulp van een maagsonde die door de dierenarts via de neus ingebracht wordt. Dit om ervoor te zorgen dat de wand van de maag niet scheurt aangezien het paard niet kan braken. Het dier moet een infuus krijgen om ervoor te zorgen dat het niet uitgedroogd raakt. Er kan geprobeerd worden om met medicatie die de beweeglijkheid van het maagdarmkanaal bevorderen, de darmen weer aan de praat te krijgen. Helaas lukt dit in een heel aantal gevallen niet.

Bij de chronische vorm kan je alleen een ondersteunende therapie instellen. Door middel van infusen en laxeren van de mest met paraffine toedienen door middel van een sonde. Dat lukt alleen als er nog geen slokdarm verlamming is opgetreden want anders slikt het paard de sonde niet door.

Prognose

Bij de acute vorm kunnen paarden sterven binnen 24-48 uur. De chronische gevallen leven vaak nog weken tot maanden maar sterven er uiteindelijk aan. Euthanasie kan het lijden verkorten bij ernstige zieke gevallen.

Neem direct contact op met uw dierenarts indien u bovengenoemde symptomen bij uw paard ziet. De therapie hangt van verschillende factoren af. Uw dierenarts kan bepalen welke therapie het meest geschikt is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid