Wormpreventie

Nieuwe en andere inzichten met betrekking tot preventie van wormbesmetting bij paarden

Op onze site kun je een uitgebreid overzicht vinden van de wormen die bij paarden voor kunnen komen, wat de verschijnselen zijn die een paard kan vertonen als het ziek wordt door de verschillende wormbesmettingen en wat de therapie is. Ook wordt aangegeven hoe je wormbesmettingen bij paarden kunt voorkomen. Afhankelijk van de werkzame stof van een bepaald middel worden verschillende ontwormingsschema’s geadviseerd. Op basis van onderzoek en experimenten bleken de verschillende stoffen een werking te hebben die ervoor zorgde dat het gemiddelde paard 6, 8 of 12 weken zich geen zorgde hoefde te maken om ziek te worden door wormen.

Bij het opstellen van deze adviezen moeten we in ogenschouw nemen dat het onderzoek vaak uitgevoerd wordt door de fabrikant/ farmaceut. Zij moeten onderzoek doen naar de werkzaamheid en veiligheid van hun medicijnen/ producten, maar dat betekent tegelijkertijd dat er geen sprake is van een volledig onbevooroordeeld onderzoek. De fabrikant is uiteraard gebaat bij paardeneigenaren die tot kennis hebben aangenomen dat een paard iedere 2 maanden ontwormd moet worden, het hele jaar door.

Nu wil ik niet beweren dat zij totaal ongelijk hebben, ik wil alleen maar adviseren dat het goed is om bij bepaalde keuzes na te gaan, wat of wie de informatiebron is waarop je je beslissingen baseert en open te staan voor andere ideeën. Wetenschappelijk onderzoek is vaak ook niet zo makkelijk te interpreteren. Om een voorbeeld te geven; er (b)lijkt uit onderzoek een verband te zijn tussen lintwormen en een invaginatie van de punt van de blinde darm in de blinde darm zelf als een soort sok waarvan het teengedeelte binnenstebuiten zich opstroopt in de rest van de sok. Dat klinkt natuurlijk heel ernstig en zou reden zijn om paarden standaard tegen lintwormen te gaan ontwormen, maar als we kijken hoe vaak een invaginatie van de blinde darm in de praktijk voorkomt, dan blijkt dat heel erg mee te vallen en kunnen we ons dus afvragen of het standaard belasten van paarden met chemische middelen om lintwormen te bestrijden wel opweegt tegen de enkele keer dat een paard hier problemen van ondervindt en verder kunnen we ons afvragen hoe een paard aan een lintworminfectie komt, waarom nu juist dat paard en niet de andere 10 die in dezelfde wei staan.

Vanuit de beroepsgroep dierenartsen kwam ook de vraag naar boven of we niet eens kritisch moeten kijken naar het ontwormingsprotocol dat over het algemeen geadviseerd wordt en dit niet in de laatste plaats omdat er steeds meer resistente wormen aangetroffen worden en het er niet naar uitziet dat er op korte termijn nieuwe wormmiddelen ontwikkeld kunnen en zullen worden. Resistente wormen reageren niet meer op een behandeling met bepaalde stoffen en dit probleem zal als het eenmaal begint steeds erger worden omdat de wormen die resistent zijn de wormenkuur zullen overleven en nakomelingen produceren die ook resistent zullen zijn. Tijd dus om ons te verdiepen in andere mogelijkheden.

Als we de cycli van de verschillende wormen bekijken dan blijkt dat een paard zich in principe alleen kan besmetten door het opnemen van infectieuze larven of eitjes met infectieuze larven erin. Een paard dat besmet is kan wormeitjes uitscheiden op het weiland en deze hebben een tijdje nodig om zich te ontwikkelen in de mest tot infectieuze larve en daarvoor hebben ze een bepaalde gemiddelde temperatuur nodig. Het is dus niet waarschijnlijk dat er in de winter (veel) infectieuze larven tot ontwikkeling komen en dit zou betekenen dat een paard in de winter niet of minder snel een wormbesmetting zal oplopen.

Uit de cyclus van een worm blijkt dus ook dat het een tijdje duurt voordat de eitjes op het weiland infectieus zijn. Hieruit volgt een andere goede preventieve maatregel, namelijk het regelmatig verwijderen van de mest uit het weiland. Twee keer per week mest verwijderen levert een enorme bijdrage aan het laag houden van het aantal infectieuze larven op het weiland. Daarnaast heeft het als voordeel dat het gebied in het weiland waar de paarden mesten en niet meer willen grazen beperkt blijft.

Indien mogelijk kan er aan rotatiebeweiding gedaan worden. Koeien, paarden en schapen zijn niet gevoelig voor elkaars maag darmwormen. Als deze diersoorten bijvoorbeeld in de genoemde volgorde geweid worden neemt de besmettingsgraad per weiland af (of blijft laag). Ook het samen weiden van paarden en herkauwers blijkt een bijdrage te leveren aan het laag houden van het aantal infectieuze larven. Met name schapen (en geiten) grazen het weiland heel kort af waardoor de zon de kans krijgt om het weiland en de mestballen te verwarmen en in te drogen. Larven hebben vochtige omstandigheden nodig waarvoor je “lang” gras en water nodig hebt (dat laatste hebben we in Nederland over het algemeen genoeg). Als het weiland inclusief de mestballen indrogen, vermindert het aantal infectieuze larven.

Hetzelfde geldt voor tussentijds hooien of maaien (met name van het hoge gras rond de mestplekken). Tijdens het hooien wordt het lange gras gemaaid en krijgt ook nu de zon de kans om naast het hooi de bodem, de mestballen en het overgebleven gras te drogen.

Er wordt ook gezocht naar natuurlijke manieren om het aantal infectieuze larven laag te houden. Mestkevers en aardwormen die de mestballen “opruimen” en zo hun bijdrage leveren aan wormpreventie. Verder zijn er ook schimmels bekend die graag in mestballen groeien en het “voorzien hebben” op de larven in de mest en zo dus meehelpen om deze te bestrijden. Deze ontwikkelen zijn alleen nog niet “klaar voor gebruik”.

Onder Nederlandse omstandigheden is het wel zo dat er vaak veel paarden op een relatief klein stuk weiland staan wat natuurlijk juist weer zorgt voor een hoge besmettingsgraad van het weiland en het is niet altijd mogelijk om tussentijds te hooien omdat de hoeveelheid gras daar te beperkt voor is.

Paarden bouwen een natuurlijke weerstand op tegen wormen. Dat wil niet zeggen dat ze er niet ziek van kunnen worden. Wanneer de algehele gezondheid van een paard verlaagd is door wat voor oorzaak dan ook of het paard wordt besmet met grote hoeveelheden wormen dan is de natuurlijke afweer niet voldoende, maar we kunnen wel concluderen dat het gezond houden van ons paard en haar maag darmkanaal belangrijk is in de preventie van ziektes veroorzaakt door wormen.

Wormenkuur
Geven van een wormenkuur

Het “gebruikelijke” advies bestaat uit het ontwormen van alle paarden op stal of in het weiland ongeacht of ze besmet zijn of niet iedere 2 maanden (of 6 weken afhankelijk van het middel) met hier en daar wat variaties. Dit betekent dat een gemiddeld paard 6 keer per jaar ontwormd wordt met een chemisch middel dat uiteindelijk een behoorlijke belasting is op het lichaam. Een paard heeft goede bacteriën nodig in de darmen die een grote bijdrage leveren aan de vertering en de opname van voedingsstoffen. Een wormenkuur verstoort deze darmflora. Daarnaast wordt de werkzame stof opgenomen in de darm en komt in het bloed terecht, dat is gunstig bij bijvoorbeeld de bestrijding van wormen (larven) die zich op een andere plek in het lichaam bevinden dan in de darm zelf, maar de lever wordt zwaar belast omdat deze de stof af moet breken zodat het weer uit het lichaam verwijderd kan worden via bv de gal of de urine. Alhoewel onderzoek heeft aangetoond dat de gebruikte middelen veilig zijn voor het paard, het paard wordt er niet ziek van, is en blijft het een giftige stof die meer effect heeft op het welbevinden van het paard dan dat over het algemeen wordt aangenomen. Vanuit alle bovenstaande overwegingen is het idee ontstaan om paarden gericht te ontwormen, dat wil zeggen, alleen de paarden te ontwormen die daadwerkelijk een wormbesmetting hebben. Dit kan uitgezocht worden met behulp van een wormeitelling ook wel EPG (wormeitjes per gram mest) genoemd. Een bepaalde hoeveelheid mest wordt opgelost in een vloeistof en onder de microscoop wordt geteld hoeveel wormeieren er te vinden zijn. Is dit aantal laag dan hoeft het desbetreffende paard niet ontwormd te worden, bij een hoge eitelling uiteraard wel. Zo worden alleen de paarden die het nodig hebben ontwormd. Als paarden in een koppel in het weiland staan is het lastig om van deze paarden allemaal een mestmonster te nemen. Dan kan er een “verzamelmonster” genomen worden van mest van 5 verschillend paarden. Als de eitelling dan hoog blijkt te zijn moet wel het hele koppel ontwormd worden.

Dit ontwormingsbeleid belast de paarden minder, belast het milieu minder (de chemische stof wordt uitgescheiden door het behandelde paard en komt in het milieu terecht), levert een bijdrage aan het laag houden van de ontwikkeling van resistente wormen en kan een verlaging van de kosten betekenen, minder uitgave aan wormmiddelen.

Naast chemische middelen zijn er ook biologische middelen verkrijgbaar om paarden te ontwormen. In de natuurgeneeskunde zijn al heel lang kruiden bekend die een werking hebben tegen parasieten. Reguliere artsen staan hier vaak erg kritische tegenover maar uiteindelijk zijn er veel medicijnen die hun oorsprong hebben vanuit een natuurlijke bron. Voorbeelden zijn penicilline, dat is een antibioticum dat geproduceerd wordt door een schimmel. Nu is de mens in staat om antibiotica chemisch na te maken. Digitalis is een stof die gewonnen wordt uit vingerhoedskruid en gebruikt wordt om hartritmestoornissen te regulieren en dit is niet zomaar een “stofje” want als je te veel vingerhoedskruid eet, dan wordt je hartfrequentie sterk verlaagd of je hart stopt er helemaal mee!! Kruiden kunnen dus weldegelijk een groot effect hebben.

Vanwege het resistentie probleem en de verhoogde vraag naar biologisch vlees (biologische bedrijven mogen geen chemische middelen gebruiken of hebben een hele lange wachttijd) wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van kruiden waaruit zeker mogelijkheden naar voren komen.

Een goed biologisch wormmiddel gaat uit van de lichaamseigen weerstand tegen parasieten. Ze bevatten kruiden die de lokale weerstand in de darm bevorderen (denk aan de kwaliteit van de slijmvlieslaag van de darmwand) en helpen de darmflora gezond te houden wat de algehele gezondheid van het paard bevordert. De kruiden zorgen er ook voor dat wormen het paard minder aantrekkelijk vinden om in te “verblijven” en mocht het paard toch besmet raken dan zijn er ook kruiden die een direct antiparasitair effect hebben waardoor het lichaam ze makkelijker kan bestrijden. De cyclus van de worm staat in direct verband met de maanstand. Dit klinkt misschien wat onaannemelijk, maar als je in het dierenrijk kijkt zijn er veel meer organismen die hun cyclus afstemmen op de maan (koraal soorten bijvoorbeeld planten zich voort in de week na volle maan). Tijdens wassende (bijna volle) maan verplaatsen parasieten zich door het lichaam waardoor ze gevoeliger zijn voor ontwormingsmiddelen en dit geldt niet alleen voor biologische middelen.

Larven kunnen zich bijvoorbeeld inkapselen in het weefsel en zijn dan moeilijk te bereiken ook voor chemische middelen, zodra ze zich door het lichaam verplaatsen zijn ze kwetsbaar. Het is dus in overweging te nemen om het ontwormingsschema af te stemmen op de wassende maan. Mocht de keuze vallen op het biologisch ontwormen is het wel verstandig om ook in dit geval aan de hand van mestmonsters te bepalen of een paard besmet is en of het ontwormen effectief is geweest. Wanneer een paard na het gebruik van biologische middelen toch nog te veel wormeieren in de mest heeft zitten kan het nodig zijn om wel met een chemisch middel te ontwormen en in het geval van ziekte door een wormbesmetting zeker aangezien het afweersysteem van het paard dan absoluut verzwakt is. Biologische wormmiddelen hebben geen negatief effect op het paard en kunnen dus wel routinematig ingezet worden zonder het paard te schaden en het is aannemelijk dat de kans op resistentie minder groot is omdat er deels gewerkt wordt door middel van het versterken van het eigen afweersysteem.

Dan als laatste nog een paar opmerkingen:

De algehele gezondheid van een paard speelt een belangrijke rol in de preventie van ziektes door wormbesmettingen en vele andere aandoeningen. Hoe houdt je je paard gezond?

Zorg voor goede voeding; belangrijk is de hoeveelheid en de kwaliteit ruwvoer. Krachtvoer bestaat uit snelle koolhydraten (complexe suikers) en vaak is er melasse aan toegevoegd wat in feite suiker is. Hierdoor wordt de zuurtegraad lager (zuurder) in met name de dikke darm wat kan leiden tot een verstoring van de gezonde darmflora en dit heeft een zeer negatief effect op de vertering en opname van voedingsstoffen. De darm moet een goede barrière vormen tegen indringers, want in de darminhoud zit het vol met mogelijk schadelijke bacteriën of stoffen, de darmwand moet dus van goed kwaliteit zijn om haar functie uit te kunnen voeren. Veel paarden zijn daarnaast gevoelig voor kuilgras omdat dit ook de zuurtegraad verlaagt. Regelmatig zien we wat losse mestballen of diarree bij paarden die kuilgras eten. Dit kan ook veroorzaakt worden door schimmels die in kuilgras voorkomen als er bijvoorbeeld een gaatje in de verpakking zit waardoor er zuurstof bij het kuilgras is gekomen.

Zorg voor zo min mogelijk stress voor het paard. Chronische stress veroorzaakt een duidelijke verlaging van de weerstand doordat dit een disbalans veroorzaakt in hormonen die onder andere de afweer reguleren. Paarden krijgen stress als ze zich niet kunnen aanpassen aan de omstandigheden waarin wij ze houden. Te denken valt aan huisvesting en de hoeveelheid beweging(svrijheid).

Wanneer een nieuw paard toegevoegd wordt aan de koppel in de wei of zelfs in de box op stal is het verstandig om van dat paard te bepalen of het een wormbesmetting heeft of niet zodat het paard niet het weiland zal besmetten en daarmee andere paarden en maatregelen te nemen in het geval van een besmetting.

Geen enkele test is waterdicht en zo kan het zijn dat uit een test komt dat een paard geen wormbesmetting heeft. Wormen scheiden niet iedere dag eieren uit waardoor je deze dus als je pech hebt mist. Bij een nieuw paard kan het daarom een idee zijn om meerdere monsters te nemen op verschillende dagen.

©www.gezondheidvanmijnpaard.nl

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid