Spoelworm

 

Spoelworm (parascaris equorum)

Achtergronden

De spoelworm Parascaris Equorum komt eigenlijk alleen voor bij veulens en jaarlingen. De wormeitjes met daarin infectieuze larven worden opgenomen vanuit de omgeving (weide of veulenbox) en komen in de darm terecht. Van daaruit maken de larven een trektocht door het lichaam en komen via de lever en de longen in de keel terecht. Daar worden ze opgehoest en doorgeslikt en worden ze volwassen in de dunne darm.

Symptomen en diagnose

Vooral veulens tot 6 maanden oud kunnen te maken krijgen met spoelwormen in de longen, waardoor ze kunnen gaan hoesten, neusuitvloeiing krijgen en enigszins benauwd worden. Ten gevolge van een ernstige infectie met spoelwormen in de dunne darm, kan de groei vertraagd zijn, kunnen de dieren te mager zijn, kan de vacht dof zijn en tonen de dieren zich niet fit.

Het kan voorkomen dat de worm zich ophoopt in de dunne darm waardoor een afsluiting van de darm ontstaat. De veulens of jaarlingen krijgen dan ernstig koliek. De slijmvliezen worden rood, de polsfrequentie neemt toe. Het aantal darmgeluiden is sterk afgenomen en er komt weinig mest af. Omdat er niet of nauwelijks passage mogelijk is in de dunne darm, wordt de buik boller. Inhoud van de dunne darm kan naar de maag terugstromen en zorgen voor een maagoverlading. Wanneer een maagsonde via de neus wordt ingebracht kan de maaginhoud afgeheveld worden en vaak zijn daar spoelwormen in te vinden. Een ophoping van Parascaris Equorum ontstaat vaak na het geven van een wormenkuur omdat de wormen dan massaal afsterven. Het gevaar hierbij is dat de worm hard wordt en in het geval van een ophoping door de darmwand heen kan prikken. Jonge dieren kunnen meestal niet rectaal opgevoeld worden om de diagnose te bevestigen, wel kan geprobeerd worden om met behulp van een echo van de buik de verstopping veroorzaakt door de spoelwormophoping te vinden.

Therapie

Veulens of jaarlingen met een Parascaris ophoping moeten zo snel mogelijk geopereerd worden. Het beste is uiteraard om infecties met (spoel)wormen te voorkomen. Dit betekent dat de merrie vlak voor of vlak na de bevalling ontwormd moet worden. Het veulen moet op de leeftijd van een week tot tien dagen ontwormd worden en dit moet na zes weken herhaald worden. Daarna kan het veulen volgens het schema van een volwassen paard ontwormd worden. Het schema is afhankelijk van het gekozen middel. Niet alle middelen zijn geschikt voor jonge veulens. Wormenkuren die moxidectine bevatten als werkzame stof mogen alleen toegediend worden vanaf de leeftijd van 4 maanden. Als een veulen of jaarling waarvan vermoedt wordt dat het dier spoelwormen heeft ontwormd wordt, is het aan te raden om enige tijd na de wormenkuur paraffine in te geven met behulp van een maagsonde. Dit zorgt ervoor dat de dode spoelwormen minder snel ophopen en met de mest afgevoerd kunnen worden.

Neem contact op met uw dierarts indien u bovengenoemde symtonen bij uw paarden ziet. Uw dierenarts kan bepalen welke therapie het meest geschikt is en informatie verstrekken over wormbestrijding bij veulens en (jonge) paarden.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid