Liggingsveranderingen van de dunne darm

 

Liggingsveranderingen van de dunne darm

Achtergrond

De dunne darmen van een paard hebben een grote bewegingsvrijheid in de buikholte. De dunne darmen worden van bloed voorzien door een grote slagader, de arteria mesenterica cranialis. Vanuit deze slagader splitsen allemaal kleinere takjes of die via een vlies dat aan de dunne darm vastzit, richting darm lopen. Dat vlies wordt het mesenterium genoemd. De grote slagader loopt door de scheilswortel heen. Dit is een structuur waarmee de dunne darmen bevestigd zitten aan het dak van de buikholte. Omdat de dunne darm zoveel bewegingsvrijheid heeft bestaan er veel verschillende liggingsveranderingen.

De dunne darm kan in zijn geheel draaien, zodat het draaipunt ongeveer in de scheilswortel ligt. Dit wordt een torsio mesenterialis genoemd. Er kan ook volvulus (een slag in de dunne darm) komen. Dan draait een lus(je) van de dunne darm en wordt er maar een deel van de darm afgesnoerd. Ook kan de darm in zichzelf opstropen. Een deel van de darm komt binnenste buiten in een ander deel van de dunne darm te liggen, vergelijkbaar met een sok waarvan het teengedeelte binnenstebuiten zit. Dit wordt een invaginatie genoemd.

Daarnaast kan de dunne darm bekneld raken in een hernia. Een hernia (breuk) is een kleine opening of holte binnen het lichaam waar een deel van de dunne darm in kan komen te liggen. De opening is echter vrij nauw waardoor de dunne darm bekneld raakt en dichtgedrukt wordt. Ook andere delen van het maagdarmkanaal kunnen in een hernia bekneld raken. Sommige openingen horen in het lichaam te zitten, maar kunnen wat groter zijn dan normaal, anderen kunnen ontstaan zijn door een ongeval of een operatie. Het bekendste voorbeeld van een hernia is de liesbreuk (hernia inguinalis). Hierbij is een stuk van de dunne darm in het lieskanaal terecht gekomen.

Daarnaast kunnen genoemd worden:

  • De zakbreuk (hernia scrotalis), waarbij de dunne darm in de balzak ligt.
  • De navelbreuk (hernia umbilicalis), waarbij de dunne darm door de navelring heen onder de huid komt te liggen. Dit ontstaat in principe alleen bij jonge dieren.
  • De hernia foramen (opening) epiploicum. De dunne darm is dan terecht gekomen in een opening tussen de lever en de alvleesklier in. Deze opening wordt wat groter naar mate het paard ouder wordt, maar de aandoening kan voorkomen bij paarden van alle leeftijden.
  • Een hernia van de buikwand. De spieren of peesplaten van de buikwand zijn daarbij beschadigd door een verwonding of door een operatie. De tweede optie komt het meest voor. De snede die gemaakt is om een buikoperatie uit te kunnen voeren is niet goed genezen waardoor er een opening ontstaat en de dunne darm onder de buik onder de huid kan komen te liggen. Vooral bij hoogdrachtige merries kan een hernia ventralis ontstaan. Daarbij is de buikspier (gedeeltelijk) afgescheurd door het gewicht van het ongeboren veulen en het vruchtwater. De buikwand komt lager te hangen en hangt vaak wat scheef. Het uier kan naar voren verplaatst zijn.
  • Hernia van het middenrif (hernia diafragmatica). Door een ongeval kan het middenrif scheuren. Hierdoor kan een opening ontstaan waar de dunne darm doorheen kan en deels in de borstholte komt te liggen. Het middenrif is een platte spier die de scheiding vormt tussen de buik- en de borst holte en betrokken is bij de ademhaling.
  • Hernia mesenterialis. Het mesenterium is het vlies dat aan de darmen bevestigd zit waardoor de darmvaten lopen. In dat vlies kan een scheurtje ontstaan waardoor een opening gevormd wordt waar de dunne darm doorheen kan komen te liggen.

Al deze liggingsveranderingen van de dunne darm zorgen voor een (totaal) belemmerde passage van dunne darminhoud, waardoor deze terug zal stromen naar de maag en dus kan een maagoverlading ontstaan.

Symptomen en diagnose

Wanneer het paard te maken heeft met een volledige afsluiting van de dunne darm en een groot deel van de dunne darm hierbij betrokken is, zal de koliek zeer ernstig zijn en zal er snel operatief ingegrepen moeten worden. Over het algemeen zullen de paarden heftige koliekverschijnselen hebben, waarbij ze veel zweten, rode tot paarsblauwe slijmvliezen hebben en een hoge pols. De darmgeluiden zijn verminderd en bij rectaal opvoelen zijn dunne darmen te voelen. Wanneer de dunne darm in een hernia terecht is gekomen, hangen de verschijnselen en de ernst van de koliek af van de grootte van het stuk dunne darm dat daarbij betrokken is en de mate van afknelling. Bij een geringe afknelling is soms nog enige passage mogelijk. Een aantal breuken kan vanaf de buitenkant gezien of gevoeld worden. Het is mogelijk om een buikpunctie te nemen om de diagnose verder te bevestigen. Hierbij wordt met een naald in de buik geprikt en buikvocht opgevangen. In het geval van ernstig liggingsverandering die al even bestaat zal het buikvocht rood van kleur worden.

Therapie

De maag moet geleegd worden met behulp van een maagsonde die door de dierenarts via de neus ingebracht wordt. De dieren moeten zo snel mogelijk geopereerd worden, want het succes van de therapie is afhankelijk van de mate en duur van de afknelling van de dunne darm. Eventueel kan het deel van de dunne darm dat bekneld is geweest, verwijderd worden. Dit wordt gedaan als dit stuk darm van te slechte kwaliteit is omdat het een tijd niet van bloed voorzien is geweest. Uiteraard kan er slechts een beperkt stuk darm verwijderd worden.

Neemt u direct contact op met uw dierenarts indien u bovengenoemde symptonen bij uw paard ziet. Uw dierenarts kan beslissen welke therapie het meest geschikt is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid