Koliek

Koliek betekent in feite niets anders als buikpijn en om die reden zijn er zeer veel verschillende oorzaken.

Koliek is onder te verdelen in ware en valse koliek. Ware koliek wil zeggen dat de buikpijn veroorzaakt wordt door problemen met organen van het maagdarmkanaal of het buikvlies. Valse koliek wordt veroorzaakt door problemen met organen in de buikholte anders dan het maagdarmkanaal, zoals de eierstokken of organen in de borstholte.

Wanneer een paard voer opneemt, wordt het eerst in de mond met behulp van de tanden en kiezen verkleind, waarna het doorgeslikt wordt en via de slokdarm in de maag terecht komt. Daar wordt het voer verteerd met behulp van zuur en enzymen en komt het in de dunne darm terecht waar de vertering verder gaat. De enzymen in de darm breken zetmeel, suikers, eiwit en vet af tot kleine stukjes die, evenals water, via de darmwand opgenomen worden in het bloed.

De dunne darm is circa 20 meter lang en bestaat uit drie delen. Het eerste deel direct na de maag heet het duodenum (12-vingerige darm) en wordt gevolgd door het jejunum (nuchtere darm), dat het grootste deel vormt van de dunne darm. Via het ileum (kronkeldarm) dat relatief kort is, gaat de dunne darm over in de blinde darm, die rechts in de buikholte ligt. Vanuit de blinde darm (caecum) gaat het maagdarmkanaal verder in de dikke darm (colon) die bij een paard goed ontwikkeld is en als een soort hoefijzervorm in de buik ligt. Het laatste deel van de dikke darm is het colon descendens (descendens betekent afdalen) en gaat over in de endeldarm (rectum).

In de blinde en de dikke darm bevinden zich micro-organismen die de voor het paard niet verteerbare plantendelen (vezels) fermenteren en daarbij vluchtige vetzuren produceren die het paard op kan nemen en kan gebruiken voor zijn energievoorziening. Een andere belangrijke taak van de dikke darm is de opname van water zodat uiteindelijk de mestballetjes gevormd worden.

Al met al heeft het paard heel wat meters darm die voor het grootste deel los in de buik liggen. Dat is dan ook de reden dat het nog wel eens fout gaat en darmen op een verkeerde plek komen te liggen of dat er een slag in de darm ontstaat.

Koliek

Koliekverschijnselen kunnen variëren van licht tot zeer ernstig, afhankelijk van de mate van koliek, maar ook het karakter van het paard speelt een rol. Paarden “met veel bloed’’ tonen vaak duidelijkere koliekverschijnselen dan koudbloeden. Koliek kan ook aanvalsgewijs geuit worden. Een paard met koliek kijkt naar de buik, trapt of bijt naar de buik en kan gestrekt staan, wil gaan rollen of liggen en afwisselend weer opstaan. In ernstige gevallen laten ze zich tegen de grond vallen en willen niet meer opstaan. Sommige paarden uiten lichte pijn door te gaan flemen. Vaak zweten paarden met koliek licht tot hevig. Als het paard ernstig koliek heeft, kan het in shock raken. Het dier zal dan niet of nauwelijks meer koliekverschijnselen tonen, maar juist sloom worden, zweten en ademen met wijde neusgaten.

Afhankelijk van de oorzaak kan een koliekpaard ook koorts hebben bijvoorbeeld bij koliek door diarree veroorzaakt door een virus of ander micro-organisme. Als een dierenarts een koliekpaard onderzoekt, is het van belang om te weten wanneer de koliek begonnen is, wat de verschijnselen zijn geweest tot dan toe, of er mest afgekomen is en hoe deze mest eruit ziet, wat het paard te eten krijgt, of het stro eet, of het paard lucht zuigt, of er gas afgekomen is, of de buikomvang is toegenomen, wanneer het paard voor het laatst ontwormd is en waarmee, in het geval van een merrie of ze drachtig is en of het paard vaker koliek heeft gehad.

Als het paard nog kan mesten, betekent dit dat het laatste deel van de darm gepasseerd kan worden door mest en dat er nog beweeglijkheid van de darmen is. Het wil echter niet zeggen dat er geen verstopping in de darmen aanwezig is. Hoe de afgekomen mest eruit ziet, kan ook een aanwijzing geven voor de oorzaak van koliek. Als de mest te dun is wijst dit op diarree waardoor het paard buikpijn heeft gekregen en als de mest heel droog en hard is zou er ergens in het maagdarmkanaal een verstopping kunnen zijn. Wanneer het paard in omvang is toegenomen, kan dit een aanwijzing zijn dat er veel gas in de darmen opgehoopt zit.

Koliek

Om de juiste diagnose te stellen wordt een lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Welke koliekverschijnselen vertoont het paard en wat is het verdere gedrag? Is het paard attent of juist sloom? Een ander belangrijk punt is om aan de linkerkant van de hals te kijken of de slokdarm voer van de maag naar buiten transporteert en of er voer uit de neus komt. Als dat het geval is, heeft het paard zeer waarschijnlijk een maagoverlading, maar er kan ook sprake zijn van een slokdarmverstopping.

Bij een slokdarmverstopping komt er over het algemeen meer schuim en voer uit de neus en zijn er geen koliekverschijnselen te zien, echter sommige paarden tonen wel wat koliekverschijnselen waardoor er pas met zekerheid gezegd kan worden dat het om een slokdarmverstopping gaat, na het inbrengen van een neus/ maagsonde. Bij een slokdarmverstopping kan de sonde niet de gehele slokdarm passeren.

Koliek

Een van de eerste onderdelen van het lichamelijk onderzoek is het opnemen (tellen) van de pols (frequentie). De normaalwaarde van de hartfrequentie bij een volwassen paard is 28 tot 40 slagen per minuut. Het aantal hartslagen is te meten aan de slagader aan de onderzijde van de onderkaak van het paard en wordt de “pols” genoemd. Zodra de pols van een koliekpaard boven de 60 slagen per minuut zit, is dit een aanwijzing voor een maagoverlading. Een maagoverlading is een ernstige situatie omdat een paard niet kan braken. Als de maag te ver overladen raakt, zal deze scheuren en komt er maaginhoud in de buikholte terecht. Op dat moment is het paard niet meer te redden en zal in de loop van een paar uur overlijden. Dit betekent dat bij een pols van 60 verder onderzoek even gestopt wordt en eerst een maagsonde ingebracht wordt om te controleren of de maag daadwerkelijk overvuld is. Indien dit het geval is, wordt de maaginhoud afgeheveld om te voorkomen dat de maagwand scheurt.

De hoogte van de polsfrequentie geeft in feite ook aan of we met een ernstige of een milde koliek te maken hebben en wat de prognose is. Een polsfrequentie die binnen de normaalwaarde valt betekent meestal een milde koliek en een goede prognose, een waarde hoger dan de normaalwaarde maar onder de zestig geeft meestal ook een minder ernstige koliek aan. Waardes boven de 60 zijn minder gunstig en waardes boven de 80 geven een ernstige koliek aan met een minder goede tot slechte prognose.

De polsfrequentie kan bij een koliek paard verhoogd raken door verschillende oorzaken. Zoals eerder besproken kan dit gebeuren bij een maagoverlading, maar ook als het dier overstuur is geraakt door koliek en bijvoorbeeld heftig heeft liggen rollen. De pijn op zich heeft maar een kleine invloed op de hartfrequentie. De belangrijkste twee oorzaken van een verhoging van de hartfrequentie is ten eerste wanneer een orgaan veel meer ruimte in de buikholte in beslag neemt dan normaal (bijvoorbeeld bij veel gas ophoping in de dikke darm) en daardoor de bloedvaten richting het hart gedeeltelijk dicht drukt. Hierdoor krijgt het hart minder bloed terug om rond te pompen en gaat het sneller pompen. De andere belangrijke oorzaak van een toename van de polsfrequentie is de toename van endotoxinen (gifstoffen) in de bloedbaan.

Endotoxinen zijn giftige stoffen die gevormd worden uit de wand van sommige bacteriën. Deze bacteriën leven in de darm van het paard en leveren normaal gesproken geen probleem op. Wanneer een paard bijvoorbeeld een slag in de darm heeft, wordt dat stukje van de darm niet of nauwelijks nog van bloed voorzien. De wand van dit stukje darm wordt slecht van kwaliteit en daardoor doorlaatbaar voor deze endotoxinen. Deze toxinen zorgen ervoor dat het hart sneller gaat slaan, maar kunnen er ook voor zorgen dat het paard hoefbevangen of in shock raakt.

Koliek

Na het opnemen van de pols worden de slijmvliezen bekeken. Deze kunnen onder andere bekeken worden in de mond, de neus en rond de ogen. Bij een gezond paard of een paard met milde koliek zijn de slijmvliezen roze en vochtig. Bij een koliekpaard dat vocht verliest worden de slijmvliezen roder en droog. Als er sprake is van bloedverlies worden de slijmvliezen bleek en in ernstige koliekgevallen als het paard in shocktoestand raakt kunnen de slijmvliezen paars-rood worden. De slijmvliezen rond de ogen kunnen ook rood worden wanneer het paard door koliek heeft liggen rollen en zijn hoofd ter hoogte van zijn ogen heeft gestoten of er allemaal strootjes in de ogen terecht zijn gekomen. Dit wil dan natuurlijk niet zeggen dat het paard uitgedroogd is.

Een ander manier om te controleren of een paard uitgedroogd is, is het bekijken van de turgor. Er wordt een huidplooi op het midden van de hals opgepakt en weer losgelaten. Deze plooi verdwijnt direct bij een gezond paard, maar als het paard uitgedroogd is blijft deze plooi meerdere seconden staan. Bij oudere paarden neemt de elasticiteit van de huid af waardoor de plooi ook een tijdje kan blijven staan. In dat geval hoeft het dus niet te betekenen dat het paard uitgedroogd is.

Koliek

Bij een paard dat ernstige koliek heeft kan de huidtemperatuur verlaagd zijn. De oren en ondervoeten voelen dan koud aan. Meestal gaat het dan om een paard dat in shock is geraakt. De lichaamstemperatuur wordt met behulp van een thermometer opgenomen. De normale temperatuur van een volwassen paard is 37.4 tot 38 graden Celsius. Meestal is de temperatuur niet verhoogd tenzij het paard een ontsteking heeft, bijvoorbeeld een darmontsteking die gepaard kan gaan met diarree of een ontsteking van het buik- of borstvlies.

De buik wordt beluisterd met een stethoscoop om te controleren of er nog darmgeluiden aanwezig zijn. Als in de gehele buik darmgeluiden te horen zijn wil dit zeggen dat de darmen nog goed beweeglijk zijn. Als de darmen stilliggen zijn er geen geluiden of heel weinig geluiden te horen. Ook kan het zijn dat de darmen op een bepaalde plek minder geluid produceren, zoals bij een verstopping van het linker deel van de dikke darm. Behalve dat de geluiden verminderd kunnen zijn kunnen ze ook anders van toon zijn. Hoogtonige darmgeluiden wijzen op gas in de darmen, en heel veel en waterige darmgeluiden wijzen op diarree.

Afhankelijk van de mate van koliek en de bevindingen van het lichamelijk onderzoek kan besloten worden om een rectaal onderzoek te doen. Hierbij kan er gevoeld worden of er een verstopping in de darm zit, of er ergens te veel gas in de darm zit en of er sprake is van liggingsveranderingen van een darm. Soms wordt een andere oorzaak van koliek gevonden bijvoorbeeld een sterk vergrote eierstok.

Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek tot dusver kan er een maagsonde ingebracht worden. Dit ter controle of er maagoverlading aanwezig is of ter behandeling van het dier, zoals bij een verstopping van de dikke darm, waarbij er paraffine ingebracht wordt via de maagsonde.

Gelukkig is in de meeste gevallen de oorzaak van koliek niet ernstig en heeft het paard een kramp koliek. De behandeling bestaat dan uit een pijnstiller, een darmontspanner, stappen aan de hand en het aanpassen van het voer. Meestal wordt besloten het paard even geen voer te geven en pas als het dier weer volledig hersteld is het rantsoen weer op te bouwen naar de normale hoeveelheid. Het stappen aan de hand kan helpen om het paard weer rustig te krijgen en kan een bijdrage leveren aan het herstel. Zorg ervoor dat het paard niet te lang stapt. Ongeveer tien minuten per uur is genoeg. Als een paard met koliek in afwachting van de dierenarts wil rollen, is dit geen probleem. Het paard hoeft dus niet kost wat kost overeind gehouden te worden. Wel is het belangrijk dat het paard ergens rolt waar het zichzelf en de omstanders niet kan verwonden, bijvoorbeeld in een ruime paddock of rijbaan.

Als blijkt dat de koliek ernstig is zal de dierenarts het paard doorverwijzen naar een kliniek. Daar kan verder onderzoek gedaan worden, zoals bloedonderzoek en een buikpunctie. In het bloed wordt onder andere gekeken naar de pH (of het paard verzuurd is of niet), naar de hematocriet en het aantal witte bloedcellen. De hematocriet is het percentage cellen dat in het bloed aanwezig is. Het bloed bestaat uit vocht (plasma) en cellen. Wanneer een paard uitdroogt en dus vocht verliest, wordt het percentage cellen hoger. Een verhoging van de hematocriet wil dus zeggen dat het paard uitgedroogd is. Een verlaging van het aantal witte bloedcellen geeft aan dat er ergens in het lichaam van het paard een heftige ontstekingsreactie plaatsvindt. Bijvoorbeeld in het geval van een maagscheuring. Voedseldelen met bacteriën komen dan in de buikholte terecht, waar ze voor een heftige reactie van het buikvlies zorgen. De witte bloedcellen gaan dan vanuit het bloed richting de ontstekingsreactie om daar voor afweer te zorgen.

Op de kliniek kan ook een buikpunctie gedaan worden. Hierbij wordt met een naald geprikt in de buik en buikvocht opgevangen. Normaal is buikvocht helder en lichtgeel. Als er een slag in de darm zit lekken er rode bloedcellen en eiwit vanuit de darmwand naar de buikholte en witte bloedcellen trekken naar de buikholte waardoor het buikvocht donkergeel tot rood kan worden en troebel wordt. In het buikvocht kunnen ook voedseldelen aangetroffen worden zoals kleine stukje hooi. Dit kan komen omdat er een darm aangeprikt is of dat de maag gescheurd is waardoor voedseldelen in de buikholte terecht zijn gekomen.

De therapie van koliek is afhankelijk van de oorzaak. De therapie van een milde koliek is al beschreven. Een verstoppingskoliek wordt onder andere behandeld door het paard te laxeren. Liggingsveranderingen moeten over het algemeen opgelost worden met behulp van een operatie. Als koliek veroorzaakt wordt door diarree kan hiertegen een therapie ingesteld worden. Hieronder staan een aantal oorzaken en vormen van koliek. Meer informatie is te vinden per oorzaak, waarbij ook wat meer ingegaan zal worden op de therapie.

Ware koliek

  • Krampkoliek
  • Obstipatie dikke darm en blinde darm
  • Rode bloedworm; diarree
  • Wormaneurysma
  • Colitis X; diarree
  • Zand; diarree
  • Proximale Enteritis
  • Meteorisme blinde en dikke darm/ gaskoliek
  • Draaiing dikke darm; Torsio coli
  • Retroflexie linker colon ascendens (linker deel dikke darm)
  • Right dorsal displacement van de dikke darm
  • Entrapment linker colon over het milt-nier-bandje
  • Anoplocephala perfoliata/ Lintworm
  • Buikvliesontsteking/ Peritonitis
  • Tumoren/ Gesteeld lipoom
  • Maagoverlading
  • Maagimpaction
  • Plaveiselcelcarcinoom van de maag/ maagtumor; diarree
  • Maagulcera
  • Zweren in de dikke darm; diarree
  • Paralytische ileus
  • Liggingsveranderingen van de dunne darm
  • Invaginatie
  • Vergroeiingen/ verklevingen
  • Ileumobstipatie
  • Spoelworm/ Parascaris ophopingen
  • Meconium obstipatie
  • Atresie maagdarm kanaal veulen

Valse koliek

  • Torsio uteri; Draaiing van de baarmoeder
  • Involutie pijnen
  • Hematoom (bloeduitstorting) in ligamentum lata
  • Ovarium (eierstok) tumor/ abces/ hematoom/ cysten
  • Torsio testiculares/ draaiing van een testikel
  • Urolithiasis, stenen in de urinewegen
  • Thrombose Arteria Iliaca
  • Acute pleuritis/ borstvliesontsteking
Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid