Zoolzweer/hoefzweer/pododermatitis

De hoef is opgebouwd uit meerdere onderdelen (figuur 1 en 2). De huid van het been is opgebouwd uit de buitenste laag, de opperhuid en een laag eronder, de lederhuid. De huid zet zich voort in de hoef als de opperhuid die dan hoornwand wordt genoemd en de (hoef)lederhuid. De kroonrand is de overgang van huid naar hoef. Daar groeit het hoorn; het wandhoorn. In de kroonrand worden hoornwandpijpjes gevormd die evenwijdig aan de hoef naar beneden groeien. De wand van de hoef groeit vanuit de kroonrand naar beneden.

hoezool
Foto 1 De witte lijn. Deze foto toont de onderzijde van de hoef van een paard dat hoefbevangen is. De witte lijn is bij dit paard in het toongedeelte (met rode lijntjes aangegeven) verbreed. Dit is niet het normale beeld maar laat wel duidelijk zien dat de witte lijn opgebouwd is uit lamellen (schotjes). De witte lijn is nadat een paard net bekapt is geel/ wit van kleur en licht glanzend. Omdat vuil makkelijk blijft plakken is de witte lijn normaal gesproken niet zo makkelijk te herkennen. De groene lijntjes geven een gedeelte van de witte lijn aan die wel normaal is in het kwartier gedeelte van de hoef. De witte lijn is hier zwart van het vuil.

De hoeflederhuid bevindt zich onder de harde laag hoorn en is geplooid. Deze plooien worden laminae genoemd. Het hoefbeen is het botdeel dat zich in de hoef bevindt. Het hoefbeen is bekleedt met hoeflederhuid en zit verbonden via de lamellen aan de hoornwand van de hoef. Door deze lamellen is deze verbinding erg sterk. Het hoefbeentje "hangt" dus, door middel van deze verbinding, als het ware in de hoef. De hoeflederhuid produceert aan de onderkant van de hoef de zool en de straal. Aan de onderkant van de hoef in de zool loopt de ‘witte-lijn’ (foto 1). De witte-lijn is de verbinding tussen het hoorn van de wand en het hoorn van de zool. In deze lijn slaat de hoefsmid de nagels.

hoezool

Figuur 1 Schematische tekening opbouw hoef. Deze tekening toont de opbouw van de hoef vanaf de onderzijde gezien wanneer er een dikke laag van de onderkant van de hoef verwijderd zou worden. 1) buitenste laag van het hoorn. 2) pijpjeshoorn. 3) witte lijn. 4) hoeflederhuid. 5) hoefbeentje.

Het hoefbeentje is bekleedt met hoeflederhuid die aan de kant van de hoornwand lamellen vormt. De hoornwand vormt aan de kant van de lederhuid hoornige lamellen. Hierdoor is de verbinding tussen de hoeflederhuid en de hoornwand heel sterk. Dit is te vergelijken met een soort vingertjes die in elkaar grijpen. Het rode kadertje is uitvergroot weergegeven in schematische tekening 2.

hoezool

Figuur 2; Schematische tekening uitvergroting opbouw hoef. 1) buitenste laag hoorn. 2) pijpjeshoorn. 3) lamellen van de hoeflederhuid. 4) lamellen van het pijpjeshoorn. 5) hoeflederhuid. 6) hoefbeentje. Op deze tekening is te zien hoe de lamellen van het hoorn en de lamellen van de hoeflederhuid in elkaar grijpen als vingertjes.

Een zoolkneuzing is een kneuzing die kan ontstaan doordat een paard op een steentje is gestapt. Door de kneuzing ontstaan er kleine bloedinkjes in de hoeflederhuid. Dit kan er een roodverkleuring geven. Als deze kneuzing niet geïnfecteerd raakt, zal het paard geen ernstige problemen ondervinden. Echter, bacteriën kunnen doordat het hoorn wat zacht is op die plek, het hoorn van de zool binnendringen. Daardoor kan er een etterige pododermatitis (hoeflederhuidontsteking) of zoolzweer ontstaan.

Symptomen en diagnose

Bij een zoolkneuzing loopt het paard in meer of mindere mate kreupel vooral op een harde, ongelijke bodem. Druk op de plek met de hand of de visiteertang van de dierenarts geeft een pijn reactie. Soms wordt roodverkleuring van de kneuzingsplek gezien.

Bij een zoolzweer ontstaat er een soort holte met een ophoping van pus in de hoef. Door de druk van het pus op de hoeflederhuid is het paard meestal erg kreupel. Het dier loopt op drie benen en wil de aangetaste hoef niet belasten. De aangetaste hoef is warm en is erg gevoelig bij het bekloppen. Ook kan er een digitale pols gevoeld worden. Dit wil zeggen dat men het slagadertje in de kootholte kan voelen kloppen terwijl dit normaal gesproken niet of nauwelijks mogelijk is. Omdat er zich nu een ontsteking in de hoef afspeelt wordt er meer bloed naar de hoef getransporteerd en neemt de druk in dit slagadertje toe. Dit fenomeen is vergelijkbaar met een "kloppende" vinger als men een zweertje in een vinger heeft.

hoezool
Foto 2 De locatie waar de digitale pols gevoeld kan worden.

De pus die ontstaat bij de ontsteking zoekt een uitweg. Het zoekt de weg van de minste weerstand en dat is vaak naar boven, maar soms breekt de zoolzweer door aan de onderkant van de hoef (de zool). In het eerste geval breekt het door aan de bovenzijde van de hoef, bij de kroonrand. Op het moment dat de zoolzweer doorbreekt, is de diagnose hoefzweer duidelijk. Dat doorbreken kan een paar dagen duren. Om het proces van doorbreken te versnellen is een nat hoefverband te adviseren om de hoef te weken zodat het pus makkelijker naar buiten komt.

Therapie

Bij een zoolkneuzing is het aanleggen van een nat hoefverband voor het paard erg prettig. Het vermindert de pijn. Een kneuzing herstelt vaak na een paar dagen aan de hand stappen.

Bij een zoolzweer kan met een visiteertang bepaald worden waar de plek in de hoef het meest pijnlijk is. De dierenarts of de hoefsmid snijdt delen van het hoorn weg om te zoeken naar de ontsteking. Vaak is een klein zwart puntje of scheurtje te vinden. Van hieruit wordt in de diepte het hoorn weggesneden. Het belangrijkste is de ontsteking vrij te leggen zodat het pus eruit kan. Dan valt de verhoogde druk in de hoef weg en is het paard minder pijnlijk aan het aangetaste been. De zoolzweer wordt met betadine gedesinfecteerd en in een nat hoefverband gezet. Dit om het laatste restje pus uit de zweer te weken. In plaats van een hoefverband wordt ook wel een hoefzak gebruikt. Binnen in de zak zit onderin een laag natte watten met betadine®.

Als alle pus eruit is wordt een droog hoefverband aangelegd. Dit om de opening die gemaakt is in de hoef te beschermen. Als de pus bij de kroonrand eruit komt valt ook de druk weg. Het kan eventueel nodig zijn om de zweer ook aan de onderkant vrij te leggen zodat alle pus eruit kan. Anders kan de zweer een tijd blijven sluimeren.

Het kan een hele tijd duren voordat de opening in de hoef weer is aangegroeid. Een hoef groeit ongeveer 1 cm. in de 5 weken. Daarom is het handig om als de zoolzweer rustig is geworden een zooltje te laten leggen door de hoefsmid. Op die manier kan er geen vuil bij en kan de hoef rustig aangroeien.

In een aantal gevallen is het niet mogelijk om de locatie van de zoolzweer te bepalen en kan men deze niet direct vinden. Ook dan wordt het paard in een hoefzak met betadine® en water of een nat verband gezet. Hierdoor rijpt het abces sneller en worden de hoeven weker waardoor de zweer makkelijker aan de onderzijde van de hoef door kan breken. De voorkeur gaat uit naar het doorbreken van een zweer aan de onderkant van de hoef aangezien via deze weg het pus makkelijker uit de hoef weg kan lopen met behulp van de zwaartekracht. Een zoolzweer die alleen aan de bovenzijde in de kroonrand doorbreekt heeft vaak meer tijd nodig om helemaal "op te schonen".

Alhoewel verreweg de meeste paarden stokkreupel zijn als ze een zoolzweer hebben, komt het ook voor dat de kreupelheid niet of nauwelijks zichtbaar is. Dit gebeurt soms in het beginstadium waarna later de kreupelheid wel ernstig wordt. Sommige paarden echter tonen gedurende het hele proces maar een beperkte kreupelheid wat het stellen van de diagnose kan bemoeilijken.

De meeste eigenaren schrikken natuurlijk heftig wanneer zij hun paard "op drie benen" aantreffen in de box of op het weiland. Vaak wordt er gedacht aan een botbreuk. Gelukkig gaat het in verreweg de meeste gevallen om een zoolzweer waarvan de prognose heel gunstig is. In principe herstelt verreweg het grootste deel van de paarden snel en zonder blijvende problemen.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid