Hoeven en hoefverzorging

 

Hoeven en hoefverzorging

Hoeven en hoefverzorging

Hoe zit een hoef in elkaar:

Hoeven 1

Figuur 1 toont de hoef vanaf de zijkant gezien. In het plaatje staan de kroonrand, de toon, de hoefbal en de hoornwand aangegeven zoals die vanaf de buitenkant te zien zijn. Het hoorn van de hoornwand groeit vanuit de kroonrand naar beneden toe.

Hoeven 2

Figuur 2 toont de hoef vanaf de onderkant gezien. Het roze kadertje geeft de hoefballen aan. Met geel is de straal aangegeven. Een hoef heeft drie straalgroeven; links en rechts van de straal en een kleinere groeve midden in de straal. Blauw geeft de verzenen aan en groen is de toon. De zool die bestaat uit het zoolhoorn (wit van kleur) gaat over in de hoornwand en vormt zo de draagrand. De verbinding tussen het hoorn van de zool en het hoorn van de wand wordt de witte lijn genoemd (zie figuur 3).

Hoeven 3

Figuur 3; opbouw hoef. Deze tekening toont de opbouw van de hoef vanaf de onderzijde gezien wanneer er een dikke laag van de onderkant van de hoef verwijderd zou worden. 1) buitenste laag van het hoorn. 2) pijpjeshoorn. 3) witte lijn. 4) hoeflederhuid. 5) hoefbeentje.

Het hoefbeentje is bekleedt met hoeflederhuid die aan de kant van de hoornwand lamellen vormt. De hoornwand vormt aan de kant van de lederhuid hoornige lamellen. Hierdoor is de verbinding tussen de hoeflederhuid en de hoornwand heel sterk. Dit is te vergelijken met een soort vingertjes die in elkaar grijpen. Het rode kadertje is uitvergroot weergegeven in schematische tekening 4.

Hoeven 4

Figuur 4; uitvergroting opbouw hoef. 1) buitenste laag hoorn. 2) pijpjeshoorn. 3) lamellen van de hoeflederhuid. 4) lamellen van het pijpjeshoorn. 5) hoeflederhuid. 6) hoefbeentje. Op deze tekening is te zien hoe de lamellen van het hoorn en de lamellen van de hoeflederhuid in elkaar grijpen als vingertjes.

De overwegingen met betrekking tot de hoeven en hoefverzorging

Een paard aanschaffen betekent meer dan alleen maar rijden en trainen. Naast de belangrijkste zaken als een goede huisvesting en voeding speelt een goede hoefverzorging en met name de keuzes welke je daarin maakt een belangrijke rol.

Als je als nieuwe potentiële paardenbezitter over gaat tot de aanschaf van een paard vraag je jezelf van te voren (hopelijk) een heleboel zaken af, zaken hoe oud moet het paard zijn, dienen alle “knopjes” erop te zitten etc. Een aspect waar vaak niet over wordt nagedacht, of althans weinig aandacht aan wordt besteedt zijn de hoeven van een paard. En toch is dit een belangrijk item om aandacht aan te besteden. Koop je namelijk een paard wat op ijzers staat ( en dit geldt zeker voor de hele jonge paarden) dan kan het zomaar zijn dat er bepaalde hoef- en/of beengebreken worden gemasceerd. Veelal als je een paard koopt kun je een bepaalde proefperiode met de verkoper afspreken (als je dat niet kunt afspreken moet je jezelf gelijk al afvragen wat de koop inhoudt). In die proefperiode is het zinvol om naast een (uitgebreide) aankoopkeuring ook een hoefdeskundige naar het paard te laten kijken. (Ook kan een thermografisch onderzoek veel infomatie geven over het paard) klik hier voor meer informatie hierover.

Heb je als bewuste koper al deze zaken achter de rug dan kom je voor de vraag te staan of je het paard wel of niet op ijzers moet zetten. Veelal wordt je vanuit je directe omgeving als nieuwbakken paardeneigenaar geadviseerd om je paard op ijzers te laten zetten. Als je dan zou vragen waarom dat nodig is krijg je in 95 % van de gevallen als antwoord “dat dit nu eenmaal hoort”. Tegenwoordig weten we natuurlijk veel beter. Voordat je het paard op ijzers laat zetten moet je jezelf eerst eens goed afvragen wat je nu daadwerkelijk van het paard gaat verlangen. Koop je een paard wat op een manege op stal komt te staan en uitsluitend wordt gebruikt voor dressuurdoeleinden dan betekent dit dat het paard zelden op de verharde weg terecht zal komen en dus de slijtage van de hoeven minimaal tot niets zal zijn. In die situatie is er niets op tegen om je paard op blote voeten te laten lopen. Maar heb je een paard aangeschaft wat meerdere keren per week aangespannen op de verharde weg wordt gebruikt, dan zouden ijzers een goede keuze kunnen zijn. Tussen deze twee voorbeelden zitten nog talrijke varianten waarbij de grootste groep paardenbezitters hun paard recreatief rijden. Het belangrijkste in deze vraag is echter heeft je paard ijzers nodig. In de paardenwereld worden vele argumenten aangevoerd voor het wel of niet op ijzers zetten. Met name hier past de Cruijffiaanse uitspraak "elk voordeel heeft zijn nadeel".

Om zo objectief mogelijk aan te geven wat de voor- en nadelen van hoefijzers zijn citeren we uit het leerboek wat bij de hoefsmederij-opleiding wordt toegepast:

VOOR – EN NADELEN VAN HOEFBESLAG

Hoefbeslag wordt om een aantal redenen toegepast:

  • Ter bescherming van de draagrand tegen een te sterke afslijting.
  • Door het zorgvuldig bekappen van de hoeven kan een goede stand en gang van een paard bevorderd worden.
  • Het hoefijzer levert een bijdrage aan het handhaven en bevorderen van deze goede gang en stand.
  • Om in de hoefijzers kalkoenen te bevestigen en uitglijden tegen te gaan op een glibberige ondergrond, zoals natte grond bij terreinwedstrijden of gladheid door ijs en sneeuw.
  • Door aanpassingen in het beslag kunnen hoefproblemen afnemen of zelfs genezen, zodat het paard bruikbaar blijft.

HOEFBESLAG HEEFT OOK EEN AANTAL NADELEN

  • Het is tegennatuurlijk. Een lichaamsvreemd voorwerp wordt immers met nagels aan de hoef bevestigd.
  • Het fixeert de hoef en vermindert altijd enigszins de normale beweeglijkheid van de hoornschoen.
  • De hoefnagels beschadigen de hoefwand.
  • De hoef droogt gemakkelijker uit.
  • De tegendruk van de bodem tegen de zool en de straal wordt “iets” verminderd.
  • Het hoefijzer vermindert de natuurlijke schokbreking.
  • Paarden met hoefijzers glijden eerder uit dan paarden zonder hoefijzers.
  • Doordat in de voorste hoefhelft genageld wordt, slijt de draagrand in het toongedeelte nauwelijks en in het verzenenengedeelte juist wel. Hierdoor verandert na enkele weken de hoefvorm en dus de voetas.

Nou als we bovenstaande even goed lezen dan zien we dat een aantal voordelen welke worden opgesomd in het tweede deel onder de nadelen direct worden weersproken. Daar waar eerst wordt aangegeven dat het een goede gang en stand waarborgt, wordt dit onder punt 8 direct tegengesproken. Andere nadelen van hoefijzers zijn het risico dat een paard wordt vernageld, dit wil zeggen dat de hoefnagel in het leven wordt geslagen. Resultaat zal een kreupel paard zijn eventueel gevolgd door een hoefzweer. Wat te denken van paarden die de ijzers eraf trappen met kans dat de lippen van het ijzer in de zool perforeert. Ook zien we vaak dat de hoef gaat brokkelen en scheuren wanneer het 2. paard zijn ijzers afgetrapt heeft.

Zo zijn er in de paardenwereld uiteraard ook mensen die het gebruik van hoefijzers fel bestrijden. De belangrijkste argumenten welke worden aangevoerd om een paard niet op hoefijzers te zetten zijn : Een hoef zonder hoefijzer heeft een veel beter werkend hoefmechanisme waardoor de doorbloeding in de hoef, welke zorgt voor aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen, veel beter is dan bij een beslagen hoef. Hoefijzers beschadigen de hoefwand blijvend, hoefnagels maken blijvende schade aan de laminea, de verbinding tussen het hoefbeen en de hoefwand. Door hoefijzers toe te passen kan het paard niet zijn natuurlijke voetas respecteren. Hoefijzers veroorzaken trillingen in de gewrichten, zorgen voor overbelasting van de spieren en pezen waardoor het paard gestrest blijft. Paarden die op ijzers staan hebben een hele grote kans op hoefkatrolontsteking omdat ze op de toon landen in plaats van op de hiel. Onder de straal zit het zgn straalkussen, een rijk doorbloed gebied wat de natuur heeft gecreëerd om als natuurlijke schokdemper te fungeren.

Kortom het is en blijft een item in de paardenwereld waar al lang over wordt gediscussieerd, maar waar nu en over 200 jaar het laatste woord nog niet over gezegd is.

Maar waar je ook voor kiest, je paard op ijzers of hem gezond op zijn blote voeten laten lopen, beide hebben slechts 1 gemeenschappelijke deler:

Het paard dient goed bekapt te worden!

Bekappen is de basis voor een hoef om probleemloos te kunnen functioneren. Ook hoefbeslag begint bij het correct bekappen van de hoef. Een hoef welke niet correct wordt bekapt zal ongetwijfeld gaan zorgen dat er problemen gaan ontstaan in collaterale bandjes en gewrichten. Sterker nog, een slecht bekapte of onderhouden hoef kan voor veel meer klachten in het paardenlichaam zorgen, denkende aan rugproblemen. Bij het bekappen dient daarom altijd de voet- en beenas gerespecteerd te worden. Doe je dat niet dan zal de hoef in onbalans komen wat kan leiden tot ernstige problemen. Waarschijnlijk is dit de belangrijkste reden waarom hoefsmeden zo ageren tegen het natuurlijk bekappen. De zogenaamde harde kern van het natuurlijk bekappen geeft namelijk aan dat dit onzin is, het paard zoekt de juiste balans zelf wel op. Gelukkig dat de professionele natuurlijke bekappers hier anders over denken en wel degelijk rekening houden met voet – en beenstanden. Met thermografie en High Speed video opnamen is perfect aan te tonen welke problemen onbalans in een voet teweeg brengen. Naast het vastleggen van de totale beweging van het paard, de plaatsing van de benen in stap en draf is een onderdeel van opnamen met de high speed camera de controle hoe het paard zijn hoef neerzet in stap. Er worden zijopnamen gemaakt en frontopnamen. Bij de zijopnamen wordt bekeken of de hoef niet eerst op de toon landt, zgn toonlanderig. Op de toon landen werkt namelijk overbelasting van het hoefkatrolgewricht in de hand waardoor de paarden hoefkatrolontsteking kunnen krijgen. De frontopnamen worden gemaakt om te bekijken of de gewrichten bij het optillen en neerzetten van de hoef in een lijn bewegen. Dit is belangrijk, is dat niet het geval dan is de hoef niet in balans bekapt en kan ernstige schade aan de collaterale banden en zelf pezen ontstaan.

Voetas en Balans

Hoeven 5

Om te zien of de voetas van een paard correct is wordt een denkbeeldige lijn getrokken door het midden van het kootbeen, kroonbeen en hoefbeen. Deze lijn hoort recht te zijn van voren en van opzij gezien. In figuur 5 en 6 wordt de voetas van opzij en van voren aangegeven. Wanneer er een hoek in deze lijn zit, wordt dit een gebroken voetas genoemd. De hoek van de voetas met de grond hoort bij het voorbeen ongeveer 45 tot 50 graden te zijn en achter 50 tot 55 graden. Figuur 5

Hoeven 6
Figuur 6

Hoeven 7

Een voet wordt in balans genoemd wanneer een lijn getekend door de kroonrand evenwijdig loopt met de grond en een hoek van 90 graden maakt met de voetas (loodrecht erop staat). Figuur 7

Hoeven 8 Hoeven 9

Figuur 8a en b tonen een paard met een scheve voetas. De rode lijn is een lijn door het midden van het kootbeen. De groene lijn is een lijn midden door het hoefbeen en kroonbeen. De groene en de rode lijn zouden elkaar moeten overlappen, maar je kunt zien dat deze lijnen een hoek met elkaar maken. Op foto 8b is te zien dat de kroonrand niet evenwijdig loopt aan de grond en dat de voetas en de lijn door de kroonrand niet loodrecht op elkaar staan. Deze voet is dus niet in balans. Dit kan blessures veroorzaken bijvoorbeeld overbelasting van de buitenste collaterale bandjes van de onderste gewrichten (hoef- en kroongewricht). Collaterale bandjes zijn de bandjes die aan weerzijden van bijna ieder gewricht zitten ter stabilisatie hiervan, een soort enkelbandjes.

Hoe moet een paard bekapt worden?

Vaak wordt ons gevraagd hoe vaak het paard bekapt moet worden. Pete Ramey, een Amerikaanse hoefsmid heeft hier ooit een zeer passende uitspraak over gedaan:

"De primaire factor dat de paardenwereld doet geloven dat een paard bekapt moet worden is het wachten met bekappen totdat de hoef er te beschadigd uitziet om te bekappen. We moeten bekappen voordat de schade optreed, niet erna." Met andere woorden, wil je lang blijven genieten van je paard laat dan de hoefverzorging over aan iemand die hiervoor een degelijke opleiding heeft genoten. Deze persoon kan jouw aangeven wat de correcte interval is tussen 2 bekappingen. Dat je zelf op regelmatige wijze de scherpe kant van de hoefwand afhaalt wil nog niet zeggen dat je nu je paard kunt bekappen.

Uiteraard zijn er door deze ontwikkelingen ook nieuwe alternatieven voor hoefijzers op de markt gekomen zoals hoefschoenen, plakbeslag of kunststof strips welke aan de hoefwand gelijmd kunnen worden. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er steeds betere producten op de markt komen die een volwaardig alternatief voor een hoefijzer genoemd mogen worden.

In sommige gevallen ontkom je echter niet aan het toepassen van een hoefijzer. Soms moet er nogal rigoureus worden ingegrepen als er hoefproblemen zijn. Mochten die dermate ernstig zijn dat er chirurgisch moet worden ingegrepen dan wordt er veelal gebruikt gemaakt van (speciaal) beslag. Vaak worden hoefijzers ook aangeraden in combinatie met een leren zool tussen het hoefijzer en de zool van de hoef, veelal als een paard gevoelig loopt of een (pees) blessure heeft. In het laatste geval wil men dan ook siliconen onder het leren zooltje aanbrengen. Siliconen aanbrengen zou de functie moeten hebben dat er tegendruk in de zool komt waardoor de zool niet (natuurlijk) kan indalen. Met indalen bedoelen we dat door de druk van het hoefbeen en de bovengelegen skeletdelen de zool van de hoef ( ca 2 cm ) naar de bodem beweegt. De siliconen zouden dit moeten verhinderen, en zodoende de pezen moeten ontlasten. De gedachte welke hierachter zit is goed, echter de uitvoering belabberd slecht en niet doordacht! Stel het je even voor. De hoefsmid beslaat de hoef met een ijzer en een zool. Vervolgens spuit hij de siliconenpasta tussen de zool en de hoef, deze pasta moet ongeveer een dag uitharden. Wat er gebeurt is het volgende. Het paard zet zijn voet neer en gaat die vol belasten waardoor de hoef (natuurlijk) indaalt. De siliconenpasta welke dus nog niet is ingehard zal nu eenvoudig worden samengeperst en tussen het zooltje en de hoef weggedrukt worden. Als het paard zijn voet optilt ontstaat er een onderdruk echter er wordt niets aangezogen. Binnen 24 uur is de hoeveelheid siliconen voldoende gereduceerd dat het effect compleet weg is. Het enige effect wat ontstaat (voornamelijk ook omdat er luchtkamers ontstaan) is dat alles onder de siliconen en het zooltje gaat smetten.

In de meeste gevallen volstaat bij peesprobleen het paard ZONDER ijzers te zetten. Dat scheelt al weer een dikke 8 mm wat de zool dichter bij de grond staat en dus minder kan indalen. Daarnaast wordt de doorbloeding veel beter, en dat is juist wat de voet nu vraagt. Met andere woorden we gaan de natuurlijke capaciteit van de hoef zelf gebruiken. In sommige gevallen kan een paard niet direct “vol” op zijn blote voeten lopen. Vaak laat men dan een randje hoefwand staan. In plaats van siliconenpasta zijn er speciale producten op de markt gebaseerd op 2 componenten waarmee je een “blote voet” kan opvullen en daardoor extra support kan geven. Deze produkten harden binnen 3 minuten uit en zijn daarna vormvast. Er is dan geen sprake van luchtinsluiting dus geen nadelige gevolgen van rotstraal etc, mits volgens de voorschriften aangebracht.

Een goede hoefverzorging houdt niet op bij de hoefsmid, er wordt van eigenaar of eigenares ook wel wat verwacht. Al eerder is aangegeven dat, wanneer je regelmatig zelf de hoefwand wat afschuint je de conditie van de hoef zeer lang goed kan houden. Weinig tot geen scheuren of stukken welke afbreken, geen brokkelhoeven meer etc. Maar er is meer. Zo kun je per maand meerdere maandsalarissen uitgeven aan allerlei supplementen die zo goed voor je paard moeten zijn. Zo zouden er talrijke supplementen zijn die o zo belangrijk zijn voor de vorming van een goede kwaliteit hoefwand, de twee belangrijkste die geadviseerd worden ( ook de duursten ) zijn Biotine en Karabol. ABSOLUUT ZONDE om hier ook maar ene Euro aan uit te geven. Ga er maar van uit dat wanneer je paard brokkelhoeven heeft of scheurtjes krijgt of “zachte hoeven heeft” de oorzaak heel ergens anders zit. Niet voor niets heten het supplementen, en supplementen zijn TOEVOEGINGEN aan de dagelijkse foerage.

Zou je hier ook niet de conclusie kunnen trekken dat dus het voer niet in orde is ??

Beter is het inderdaad om het voer aan een nader onderzoek te onderwerpen. Van nature zal een paard alles wat hij/zij nodig heeft voldoende tot zich nemen. We moeten ons realiseren dat wij een van de belangrijkste “taken” van het paard hebben overgenomen, namelijk bepalen welke voedingsstoffen hij/zij tot zich kan nemen. Samen met voeding is ook huisvesting een heel belangrijke factor die bepalend is voor de kwaliteit van de hoeven. Paarden in hun oorsprong zijn gewend om tientallen kilometers per dag af te leggen. Daarbij vinden 2 belangrijke verschijnselen plaats:

Door het bewegen is de doorbloeding in hoeven/lichaam optimaal waardoor de voedingsstoffen op de juiste locaties kunnen worden afgeleverd.

Deze 2 zaken zijn in principe de sleutel tot een gezond paard en gezonde hoeven, dus werk daar aan, besteed extra geld eventueel aan die zaken, maar je zult ervan opkijken, het is goedkoper dan alle middeltjes die je via het internet zo gemakkelijk kunt bestellen.

Vaak hoor je ook dat het goed is om hoeven “te vetten, in te oliën, of te teren. Vet en olie zijn echter slecht voor de hoeven en bevorderen juist een slechte hoornkwaliteit. Natuurlijk staat het “mooi” een setje ingevette hoeven maar in feite desorganiseer je de natuurlijke vochtwisseling in de hoeven. Door vet of olie te gebruiken verhinder je de natuurlijke vochtregulatie in de hoef. Door de hoeven te teren ( uiteraard alleen de onderkant… ) bereik je dat de zool en de straal harder wordt. Echter hier schuilt ook een groot gevaar, namelijk dat wanneer de hoeven niet schoon zijn en vrij van bacteriën, deze bacteriën rotstraal of erger straalkanker kunnen veroorzaken. Beter is het om dagelijks de straalgroeven goed schoon te maken en 1 x per week een beetje water met een druppeltje chloor te gebruiken om de aanwezige bacteriën te doden. Dan hou je de hoeven in de beste conditie.

We kunnen ons voorstellen dat je na het lezen van het bovenstaande verhaal zoiets hebt van “ik ga mijn paard van de ijzers halen”.

Uiteraard een heel verstandig besluit, mits je het gebruik van je paard goed hebt ingeschat. Wat kan je nu zoal verwachten als je paard na jaren op ijzers te hebben gestaan, nu zonder ijzers verder gaat.

Als een paard al jaren op ijzers heeft gestaan zijn er ondertussen een aantal functies in de hoef niet meer werkzaam en zullen weer moeten gaan meespelen in het geheel. Zo zullen haarvaatjes in de hoef door de betere doorbloeding ineens weer mee moeten gaan doen. Zenuwen die door het jarenlange ijzergebruik geen prikkels hebben gekregen zijn doof geworden, wat wil zeggen dat de “tastfunctie” in de hoef doof is geworden. Doordat deze zenuwen nu weer worden geprikkeld moeten die ook weer een functie gaan vervullen. Dit zijn de 2 belangrijkste zaken welke een veroorzaker kunnen zijn voor hoeven die gevoelig zijn / worden. Het is min of meer te vergelijken met het feit dat je een uurtje of 2 je been onder je lichaam hebt terwijl je op de bank hebt gezeten. Als je dan gaat staan gaat het bloed weer stromen en moet het “gevoel” weer even terugkomen. Waarschijnlijk is het gevoel wat terug gaat komen in de hoef ongeveer hetzelfde, alleen heeft hier de tijd een aantal jaren stilgestaan, of in ieder geval heeft het op een zeer laag pitje gestaan. Een andere bepalende factor is de conditie van het laterale kraakbeen. Als een paard al zeer jong op ijzers wordt gezet zal dit een weke massa worden zonder enige structuur. Paarden die in de eerste 5 jaren van hun leven op blote voeten hebben gelopen hebben vaak een veel compacter lateraal kraakbeen, wat dikker en stijver is. Dergelijk weefsel kan veel meer support geven in de hoef en is veel beter in staat om de impact bij het landen te absorberen.

Het is daarom niet eerlijk om te zeggen dat elk paard zonder meer zonder ijzers kan.

Bijna elk paard kan zonder ijzers, maar in sommige gevallen vraagt dit toch wel een redelijke periode van overschakelen. En meerdere factoren spelen mee of de overgang van op ijzers naar blote voeten succesvol zal zijn. Aan deze factoren moet ook aandacht geschonken worden. Te denken valt aan huisvesting, voeding en beweging. Maar ook hier is intussen bewezen dat hoefschoenen een enorme bijdrage kunnen leveren om deze mindere tijd door te komen.

Vaak zie je dat paarden de hoefschoenen dan maar tijdelijk nodig hebben, maar er zijn ook gevallen die de verdere rest van hun leven op hoefschoenen verder moeten.

Belangrijk is om je bij een dergelijke overstap goed te laten begeleiden door een vakbekwaam hoefverzorger.

Auteurs:

Eerste auteur: Hans Arendse, Natuurlijk bekappen en thermografie

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid