Hoefbalbetrapping

Een hoefbalverwonding ontstaat meestal als het paard met de punt van de achterhoef de hoefbal van de voorhoef raakt. De betrapping kan een verwonding van de kroonrand en/of de ballederhuid veroorzaken. Niet alleen het hoorn, maar ook de ondergelegen hoeflederhuid kan beschadigd raken. De betrapping is een kneuswond waardoor veel weefsel kan worden beschadigd. Onder de hoefbal, vrij dicht onder de huid, liggen de hoefkraakbeenderen. De hoefkraakbeenderen kunnen bij een diepe wond ook ontstoken raken waardoor er ernstig letsel kan ontstaan. Dit kan aanleiding geven tot chronisch etterende hoefkraakbeenfistels. Hoefkraakbeenfistels zijn kanaaltjes in het hoefkraakbeen die pus bevatten. Doordat de infectie in de diepte doorgaat maar de wond aan de buitenzijde geneest, zie je alleen nog een opening van een smal kanaaltje(fistel). Uit de opening komt soms wat wondvocht of pus.

Als de wond vrij diep is, maar niet zo diep dat de hoefkraakbeenderen betrokken zijn in het letsel, kan door de beschadiging gemakkelijk een hoornkloof ontstaan. Een hoornkloof is een horizontale scheur in de hoornwand. Een oppervlakkige hoornkloof groeit vanzelf uit naar beneden en geeft geen problemen. Een diepe hoornkloof kan wel degelijk voor problemen zorgen. Dan kan de hoeflederhuid die eronder ligt, ontstoken raken.

De kroonrand kan ook op andere plaatsen beschadigd worden. De wonden zijn vaak onregelmatig gevormd en raken vaak geïnfecteerd. Als de kroonlederhuid wordt beschadigd kan de productie van het hoorn verstoord raken. Daardoor kan er een scheur in de hoornwand ontstaan. De vorming van het hoorn wordt afwijkend en de hoefvorm raakt blijvend verstoord. Ook hebben kroonrandwonden regelmatig de neiging tot het vormen van wildvlees. Dit komt omdat de genezing vaak langzaam verloopt doordat het weefsel van de kroonrand en de hoefbal niet zo snel herstelt omdat het niet zo goed doorbloed is en door de vaak voorkomende ontstekingen van de wond. De beweeglijkheid in het wondgebied heeft ook een ongunstig effect op de genezing.

Symptomen en behandeling

Vaak vallen de verwondingen in het gebied van de hoefballen mee (zie foto 1).

Het paard is meestal niet of nauwelijks kreupel. Een eventueel loshangende flap kan worden verwijderd door het af te knippen of weg te snijden (zie foto 2). De wond kan behandeld worden met antibiotica bevattende zalven al of niet met een verband (hangt af van de grootte van de wond). Oppervlakkige wonden worden alleen met betadine gewassen

Hoefbal wond

Foto 1 hoefbalverwonding

Bij verwondingen op andere plaatsen van de kroonrand kan het paard matig tot ernstig kreupel zijn. Dit is uiteraard afhankelijk van de diepte en de grootte van de wond. Het gebied rondom de wond is erg gevoelig en er kan pus uit de wond komen wat duidt op een ontsteking. Er is altijd een uiterst zorgvuldige behandeling nodig. Vooral in het toongedeelte is de kans op een infectie van het hoefgewricht groot.

De dierenarts zal de wond schoonmaken en goed vrijleggen. Dagelijkse toediening van antibiotica en behandeling onder verband zijn dan vaak noodzakelijk. Belangrijk is om te controleren of het paard goed geënt is tegen tetanus. Zo niet, dan is het noodzakelijk om alsnog een injectie tegen tetanus te geven. Mogelijke complicaties van kroonrandbeschadigingen zijn hoornkloven en scheuren maar ook een hoornzuil en een holle of losse wand. Deze complicaties kunnen veel later nog de oorzaak van kreupelheid zijn.

Hoefbal wond

Foto 2 losse huidflap verwijderd

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid