Cyste in het straalbeentje

Het straalbeentje maakt onderdeel uit van het hoefkatrolsysteem dat zich in de ondervoet van de voor- en achterbenen van het paard bevindt. (Zie ook de tekst hoefkatrol).

Hoef

Foto 1 geel omlijnd - kroongewricht; roze omlijnd - hoefgewricht; groen omlijnd - straalbeentje; blauwe lijn - buigpees; rode lijn - slijmbeurs

De hoefkatrol bestaat uit verschillende onderdelen. Aan de achterzijde van het hoefgewricht dat in de hoefschoen ligt, bevindt zicht het straalbeentje. Dit kleine botje is bedekt met een dun laagje kraakbeen, waardoor de buigpees makkelijk over het botje heen beweegt. De buigpees die aan de achterzijde van het been loopt en aanhecht aan het hoefbeentje is van belang voor het buigen van de ondervoet. Tussen de diepe buigpees en het straalbeentje ligt een slijmbeurs (foto 1) die synovia (gewrichtsvloeistof) bevat.

Een slijmbeurs is een soort zakje, gevuld met geleiachtige vloeistof, waardoor het glijden van de pees over, in dit geval, de achterzijde van het straalbeentje nog verder wordt bevorderd. Het straalbeentje is met een aantal kleine ligamentjes (bandjes) bevestigd aan het hoefbeen en het kroonbeen, die samen het hoefgewricht vormen. Door middel van deze ligamentjes wordt voorkomen dat het straalbeentje verschuift. De diepe buigpees, de slijmbeurs, de ligamentjes en het straalbeen vormen samen de hoefkatrol.

Een cyste wordt gedefinieerd als een holte gevuld met vocht. Cystes kunnen in principe overal in het lichaam voorkomen zoals in de huid, de nieren, de lever en ook in botweefsel. Een cyste in het straalbeentje neemt daarbij een aparte plaats in. Het kan gezien worden als variant van hoefkatrolontsteking. Bij hoefkatrolontsteking kunnen alle bovengenoemde structuren een rol spelen. Vroeger werd aangenomen dat wanneer er röntgenologische afwijkingen zichtbaar waren aan het straalbeentje, dat dit de problemen in de ondervoet veroorzaakte en verklaarde. Zo werd de kwaliteit van het straalbeentje ingedeeld in klassen van 0 t/m 4 waarbij 0 een uitstekende kwaliteit betreft en 4 een slechte kwaliteit.

De kwaliteit van het straalbeentje wordt onder andere bepaald door het aantal voedingskanaaltjes in het straalbeentje, de lengte daarvan en de vorm. De laatste jaren worden er nog steeds veel paarden aangeboden met kreupelheden waarbij tijdens onderzoek de oorzaak van de kreupelheid in de ondervoet lijkt te liggen. Dit wordt aangetoond door het uitverdoven van de het kreupele been (zie tekst kreupelheidsonderzoek). Er worden dan plaatselijke verdovingen gezet waarbij zo laag mogelijk begonnen wordt in het been. Dit gebied omvat het hoefkatrol gebied. Wanneer het paard niet meer kreupel loopt na de laagste verdoving weten we dat de pijn vanuit de hoef (het hoefkatrol gebied ligt in de hoef) komt en kunnen er röntgenfoto’s gemaakt worden om te onderzoeken of er afwijkingen te vinden zijn. Er kunnen meerdere afwijkingen gevonden worden waaronder een slechte straalbeenkwaliteit.

Tegenwoordig treffen we steeds vaker paarden met pijn laag in de ondervoet (hoef), maar waarbij geen duidelijke röntgenologische afwijkingen worden gevonden ook niet aan het straalbeentje. Dit betekent dat de oorzaak van de pijn ergens anders gezocht moet worden zoals in de slijmbeurs of de kleine ligamentjes die het straalbeentje verbinden met het kroonbeen en het hoefbeen. Ook de bandjes die aan de binnen- en buitenzijde van het hoefgewricht lopen kunnen geblesseerd zijn geraakt. Deze zijn echter niet op een röntgenfoto te zien.

Uit andere wetenschappelijke onderzoeken is eveneens gebleken dat vergroting van de voedingskanalen geen uitsluitsel geeft over of een paard hoefkatrolontsteking heeft of niet, mede omdat er een vrij groot percentage paarden is waarbij de kwaliteit van het straalbeentje minder goed is, maar ondanks dat tonen zij geen kreupelheid en zijn zij gezond en presteren zij goed in de sport. Wanneer een cyste in het straalbeentje aangetroffen wordt ligt de situatie echter anders. Aangenomen wordt dat deze afwijking daadwerkelijk gecorreleerd kan worden aan pijnklachten en kreupelheid. Daarnaast wordt deze afwijking in verband gebracht met een duidelijke verstoring van de bloedvoorziening van het straalbeentje en wellicht andere structuren van de ondervoet.

Hoef Hoef

Foto 2 toont een röntgenfoto van een gezond paard zonder kreupelheidsproblemen. Het straalbeentje ziet er goed uit. 1) Kootbeen; 2) Kroonbeen; 3) Straalbeentje; 4) Hoefbeentje; A) Kroongewricht; B) Hoefgewricht. Het straalbeentje is omlijnd met de oranje lijn.

Hoef Hoef

Foto 3 toont een röntgenfoto van een paard met een cyste in het straalbeentje. De cyste is in de rechter foto met oranje omcirkeld.

De therapie bij een cyste in het straalbeentje is hetzelfde als bij hoefkatrolontsteking. De prognose is over het algemeen wel ongunstiger. Regulier wordt vaak aangepast beslag aangeraden, maar ook valt te overwegen om het paard te laten behandelen door een gecertificeerd natuurlijk bekapper. Aangezien aangenomen wordt dat de bloedvoorziening in het hoefkatrol gebied verstoord is kan natuurlijk bekappen te samen met veel beweging zorgen voor een herstel van de doorbloeding. De schade aan het straalbeen is echter niet terug te draaien.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid