Cryptorchidie

Bij een cryptorchide hengst, of klophengst, zijn één of beide testikels en bijballen niet volledig afgedaald in het scrotum (de balzak).

Achtergrond

Bij een cryptorchide hengst, of klophengst, zijn één of beide testikels en bijballen niet volledig afgedaald in het scrotum (de balzak). De testikel en de bijbal kunnen zich dan bevinden in de buikholte, in het lieskanaal of een soort tussenvorm waarbij de zaadstreng, de testikel en de bijbal gedeeltelijk in de buikholte en het lieskanaal te vinden zijn.

Een niet goed afgedaalde testikel is minder goed ontwikkeld (kleiner). Deze produceert wel testosteron, maar geen spermacellen. Het testosteron (mannelijk hormoon) zorgt wel voor hengstengedrag en een uiterlijk passend bij een hengst. Aangenomen wordt dat cryptorchidie erfelijk bepaald wordt, waardoor het niet verstandig is om te fokken met een hengst die één goed afgedaalde zaadbal heeft. Deze hengst is namelijk wel vruchtbaar, maar geeft de erfelijke factoren door, die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van cryptorchidie. Bij pasgeboren hengstveulens liggen de zaadballetjes meestal net buiten de liesopening, waardoor ze daar ook te voelen zijn. Het lieskanaal is bij deze jonge veulens nog heel wijd waardoor de zaadballetjes nog teruggeduwd kunnen worden in de buikholte. Na ongeveer een maand is het lieskanaal zo nauw geworden dat dit niet meer mogelijk is. Als er dan niet twee zaadballetjes zichtbaar en/ of voelbaar zijn, dan zullen deze ook in de regel niet meer volledig afdalen. Tijdens het eerste levensjaar maken de zaadballetjes een flinke ontwikkeling door en ontstaat er ook duidelijk een scrotum.

Diagnose

Uiteraard is het belangrijk om de voorgeschiedenis van het paard te kennen. Is het ooit (eenzijdig) gecastreerd, is de linker of de rechterbal toen verwijderd? Soms is er niets bekend van het paard. Dan kan geprobeerd worden om in de liesstreek de zaadbal te voelen. Dit kan alleen bij een zaadbal die in het lieskanaal ligt. Soms is het nodig de hengst te sederen, omdat hij bij opwinding of stress de bal verder kan optrekken het lieskanaal in. Hierdoor komt de bal zo hoog te liggen dat deze niet meer te voelen is. Rectaal opvoelen kan ook duidelijkheid verschaffen. Indien dit geen opheldering geeft, dan is het mogelijk om een echo te maken. Stel dat een ruin aangeboden wordt met hengstenmanieren en de voorgeschiedenis is onbekend, dan zou het toch om een klophengst kunnen gaan. Om dit uit te zoeken kan er bloed afgenomen worden om testosteron te bepalen. Is het testosteron gehalte hoger dan 100 pg/ ml dan kan gesteld worden dat het om een klophengst gaat. Waarden onder de 25 pg/ ml geven aan dat het echt om een ruin gaat. Om uitsluitsel te geven over paarden met een waarde tussen de 25 en de 100 pg/ml moet er aanvullend (bloed) onderzoek gedaan worden. De testosteronbepaling is alleen betrouwbaar bij paarden ouder dan 2 jaar. Als de hengsten jonger zijn dan twee jaar produceren ze onvoldoende testosteron.

Therapie

Als duidelijk is dat het dier inderdaad klophengst is en als uitgezocht is welke zaadbal het betreft en welke ligging deze zaadbal heeft, kan, indien gewenst, het paard gecastreerd worden. De operatie kan op drie manieren uitgevoerd worden. De eerste en meest gebruikte methode is de castratie vanuit de lies. Deze methode is bruikbaar voor alle drie de plaatsen waar de zaadbal zich kan bevinden. Een andere methode is de paramediane of parapreputiale laparotomie. Hierbij wordt de buikholte geopend (laparotomie) naast en evenwijdig aan de voorhuid (preputium). Paramediaan betekent ”naast de middellijn”. De testikels worden opgezocht in de buikholte en verwijderd. Deze methode is dan ook alleen geschikt voor de zaadballen die volledig in de buikholte liggen. Ook is het mogelijk om een (klop)hengst te castreren door middel van laparoscopie. Dit is een soort kijkoperatie waarbij met behulp van instrumenten de castratie uitgevoerd wordt. Deze operatie wordt bij het staande dier uitgevoerd. Op deze manier worden de risico’s van algehele anesthesie en de recovery vermeden. De zaadstreng met daarin de bloedvaten die naar (en van) de testikel toe (af) gaan, wordt onderbroken. Het onderbreken van de zaadstreng kan op twee manieren gebeuren. De chirurg kan een dubbele ligatuur rond de streng aanleggen en nadien het geheel onder deze hechting doorsnijden. Een ligatuur is een hechtdraadje dat om een structuur gelegd wordt en doormiddel van knopen strak aangetrokken wordt. Hierdoor wordt de structuur met daarin bloedvaten afgesnoerd en kan de structuur bijvoorbeeld doorgehaald worden zonder dat er grote bloedingen optreden. De tweede manier is het dichtschroeien van de bloedvaten en ze vervolgens doorsnijden.

De zaadballen worden niet meer van voldoende bloed voorzien, waardoor ze niet meer functioneel zijn en dus geen sperma en geen testosteron meer produceren. De aanwezige testikel zal afsterven en verschrompelen totdat de diameter nog ongeveer 2 tot 3 cm.bedraagt. In een gering aantal gevallen zal een klein deel van de testikel toch weer van bloed worden voorzien. Dit komt door kleine bloedvaatjes vanuit het scrotum(balzak). Daardoor sterft de testikel niet genoeg af en de hormoonproductie blijft. Deze paarden zullen hengstengedrag blijven vertonen, maar kunnen geen merries meer bevruchten.

Het voordeel van een laparoscopische castratie is dat het eenvoudig vastgesteld kan worden om welke vorm van cryptorchidie het gaat. Daarbij is een (kijk)operatie minder belastend voor het dier.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid