Arbortus

De gemiddelde draagtijd bij een paard is 340 dagen. De normale variatie in drachtlengte bij een merrie is 15 dagen voor en 6 weken na de uitgerekende datum.

Achtergrond

De gemiddelde draagtijd bij een paard is 340 dagen. De normale variatie in drachtlengte bij een merrie is 15 dagen voor en 6 weken na de uitgerekende datum. Abortus is het afdrijven van de foetus (vrucht) en de vliezen totaal of gedeeltelijk, voor 300 dagen dracht. Na 300 dagen dracht tot de 320 dagen dracht spreekt men van een vroeggeboorte. De vrucht in het lichaam van de merrie noemen we een embryo tot dag 40 van de dracht daarna wordt het een foetus genoemd tot dag 300 van de dracht. Tot dag 40 van de dracht spreken we van embryonale sterfte, waarbij de hele embryo opgenomen wordt door het lichaam van de merrie. Sterfte van de vrucht tussen dag 40 en dag 300 van de dracht noemen we foetale sterfte.

Embryonale sterfte

Omdat de afgestorven embryo wordt opgenomen door het lichaam van de merrie zie je geen symptomen bij de merrie. Er zijn meerdere oorzaken voor embryonale sterfte:

  • externe factoren: voeding, seizoen, klimaat, stress, dekking, therapieën die in de baarmoeder worden toegepast. Stress van de merrie ten gevolge van ernstige pijn, ondervoeding en/of transport.
  • hormonaal uit evenwicht. Progesteron is het hormoon wat in eerste instantie nodig is om de dracht in stand te houden. De eerste 40 dagen wordt dit hormoon gemaakt door het geel lichaam. De eicel wordt omgeven door weefsel als het zich in de eierstok bevindt voor ovulatie. Het geel lichaam is het weefsel wat overblijft in de eierstok van de merrie na de eisprong. Als er te weinig of niets van dit hormoon gemaakt wordt door het geel lichaam, verhoogt dit de kans op embryonale sterfte.
  • milieu van de baarmoeder, zoals baarmoederontsteking, aanwezigheid van bindweefsel in de baarmoeder bij oudere merries. Door deze oorzaken is de baarmoeder niet instaat om de bevruchte eicel te ontvangen.
  • melkgevende merries. Embryonale sterfte wordt vaker gezien bij oudere melkgevende merries.
  • leeftijd, bij oudere merries treden er eerder problemen op met het ontvangen van de eicel in de baarmoeder.
  • afwijkingen van het embryo zelf waardoor het afsterft.

Foetale sterfte

Rondom de abortus kan de merrie o.a. de volgende symptomen vertonen vaginale uitvloeiing, vroegtijdige melkgift en koliek. Wanneer er abortus optreedt, moet de merrie direct worden geïsoleerd. Omdat de oorzaak van de abortus besmettelijk kan zijn in dat geval is het mogelijk dat het virus, bacterie of de schimmel via de vrucht en vruchtvliezen overgedragen kan worden op een andere merrie. De foetus met placenta kan opgestuurd worden voor onderzoek en van de merrie kan het bloed worden nagekeken. De oorzaken voor foetale sterfte kunnen onderverdeeld worden in niet besmettelijk en besmettelijke oorzaken.

Niet-besmettelijk:

  • tweelingdracht, vaak sterft er een of allebei.
  • afwijkingen van de navelstreng, normaal is de navelstreng 55 cm lang en zijn de vaten tegen de klok in gedraaid. Als de navelstreng langer is dan normaal kan het gaan draaien, waardoor er geen bloed met zuurstof en voedingsstoffen door de navelstreng heen kan. Bij een te korte navelstreng kan er een vroegtijdige afscheuring van de vruchtvliezen optreden met ook een zuurstof tekort als gevolg voor de foetus.
  • Vroegtijdige\ loslaten van de placenta, oorzaken hiervoor zijn vaak niet bekend. De placenta is bestaat uit twee delen de pootjesblaas en een vruchtblaas. De placenta blijft achter in de baarmoeder na de geboorte. Enkele tijd na de geboorte wordt de placenta uit gedreven.
  • Drachtig in het lichaam(corpus) van de baarmoeder i.p.v. in een hoorn van de baarmoeder.
  • afwijkingen van de foetus zelf
  • met koorts gepaard gaande ziekte van de merrie

Besmettelijk:

  • viraal; Herpesvirus (EHV) komt voornamelijk voor in de laatste 4 maanden van de dracht, Arteritis virus (EAV), het virus wordt doorgegeven door neus aan neus contact met besmette paarden en door de hengst, ook via KI. Hengsten worden wereldwijd daartegen gevaccineerd.
  • bacterieel; bacteriën die de placenta kunnen bereiken geven aanleiding tot abortus. Ze infecteren de foetus en/of de placenta. De placenta raakt ontstoken waardoor het niet meer voldoende de foetus van voedingstoffen kan voorzien
  • schimmels; de meest voorkomende is de Aspergillus sp. en Candida sp. komt minder vaak voor. Ook hier raakt de placenta ontstoken met de gevolgen van dien.

Raadpleeg altijd een dierenarts als je vaginale uitvloeiing, vroegtijdige melkgift of koliekverschijnselen signaleert bij een drachtige merrie!

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid