De geboorte van het veulen

Het ongeboren veulen wordt van zuurstof en voedingsstoffen voorzien via de placenta, ook wel de moederkoek genoemd.

Het ongeboren veulen wordt van zuurstof en voedingsstoffen voorzien via de placenta, ook wel de moederkoek genoemd. De placenta bestaat uit de pootjesblaas die direct om het veulen heen ligt en de waterblaas die weer om de pootjesblaas heen ligt. Beide blazen zijn gevuld met vloeistof. De placenta zit vast aan de binnenkant van de baarmoederwand, zo kan er een uitwisseling van zuurstof en voedingsstoffen van de merrie naar het veulen plaatsvinden en kunnen CO2 en afvalstoffen van het veulen afgevoerd worden naar het bloed van de merrie.

Veulen

De gemiddelde draagtijd bij een paard is 340 dagen. De normale variatie in drachtlengte bij een merrie is 15 dagen voor en 6 weken na de uitgerekende datum. Veulens geboren na tien maanden zijn over het algemeen goed levensvatbaar. Wordt het veulen eerder dan tien maanden geboren, dan zijn ze vaak te zwak om te overleven.

Het blijft moeilijk om het juiste moment van de bevalling te voorspellen. Daarom is het belangrijk om de merrie vanaf 4 weken voor de verwachte geboortedatum in de gaten te houden. De eerste tekenen van een bevalling zijn het opuieren van de merrie. Langzaam wordt de uier groter en er komt melk in en op de punten van de tepels. Aan de punten van de tepels blijft een soort gelige melkdruppel hangen. Dit wordt kegelen genoemd. In ongeveer 50% van de gevallen zal de merrie dan binnen 24 uur gaan bevallen, maar helaas is een merrie zeer onvoorspelbaar als het gaat om het tijdstip van veulenen. Soms lekt de uier ook al melk voor de geboorte. Als dit veel is kan er te veel biest verloren gaan. Dan kan het opgevangen en ingevroren worden zodat het veulen wel van biest voorzien kan worden na de geboorte. Ook zullen de banden naast de staart van de merrie zachter worden maar dit is bij een paard niet gemakkelijk te zien.

De geboorte in 3 fasen

1. De contractiefase
De baarmoeder gaat samentrekken onder invloed van het hormoon oxytocine. De merrie is onrustig, kijkt naar de buik, ze zweet, gaat afwisselend liggen en opstaan en loopt heen en weer in de stal. Door het samentrekken van de baarmoeder zal het veulen, dat gedurende de dracht op de rug ligt als in een hangmat, gaan draaien en tegen de baarmoederhals gaan liggen. Hierdoor gaat de baarmoedermond zich openen (ontsluiting) en de tweede fase gaat beginnen. Aan het einde van deze eerste fase gaat de merrie frequent mesten, waarbij de mest van consistentie kan variëren van normale vaste mestballen tot dunne mest.

2. De uitdrijvingsfase

Als de baarmoedermond zich gaat openen komt de waterblaas (allantochorion) in het geboortekanaal. Daardoor rekt de baarmoedermond verder op. Door de druk in de vagina knapt de waterblaas die wel 10 tot 20 liter vloeistof kan bevatten. Dit vruchtwater stroomt geheel of gedeeltelijk naar buiten. Omdat er vruchtdelen in het bekken komen, gaat de merrie liggen. Hierdoor kan ze beter persen met vooral haar buikspieren. Dan verschijnt de potenblaas (allantoamnion) in de vagina. Dit kan heel snel verlopen. Als het veulen goed ligt, zie je eerst twee voorbenen en dan het hoofdje. Vaak ligt één voorbeentje wat verder naar voren dan het andere. Dit komt door de draaiing van het veulen vanuit rugligging naar buikligging. Daarna worden de romp en de heupen snel uitgedreven. Als de vruchtvliezen nog om het hoofdje van het veulen zitten, is het belangrijk deze kapot te maken. Anders kan het veulen stikken. Soms blijven de achterbenen nog even in de merrie zitten terwijl de navelstreng nog vast zit. Als de merrie opstaat knapt vaak de navelstreng. De navelstreng heeft een “ingebouwde” breukplek waar de vaten die door de navelstreng lopen extra goed samenknijpen. Bij een spontane breuk van de navelstreng gebeurt het dus op die plaats en is de kans op bloedinkjes het kleinst. Wanneer de navelstreng eenmaal gebroken is, is het van wezenlijk belang dat het stompje van de navelstreng direct ontsmet wordt met betadine®. Er kunnen namelijk infecties via de navelstreng het lichaam van het veulen binnendringen die later problemen kunnen veroorzaken. Als er een bloeding ontstaat bij het breken van de navelstreng is een tetanusinjectie met antibiotica wenselijk. De merrie zal het veulen gaan drooglikken en het veulen zal proberen te gaan staan.

De totale uitdrijving duurt meestal niet meer dan een kwartier. De geboorte van een veulen is voor de meeste eigenaren een spannende gebeurtenis. Het is vaak moeilijk om bij de geboorte aanwezig te zijn omdat een merrie zo onvoorspelbaar is en soms weken op zich kan laten wachten. Het is voor veel eigenaren niet haalbaar om nachten achter elkaar te waken of om het uur te controleren. Er zijn wel allerlei bewakingssystemen die een alarm geven als de merrie gaat liggen. Tegenwoordig zijn er ook bedrijven die de mogelijkheid bieden om je merrie daar te laten veulenen. Deze mensen hebben veel ervaring met drachtige merries en het veulenen en het kan je dan ook veel zorgen besparen.

De bevalling bij een merrie verloopt heel snel en gelukkig heeft moeder natuur het meestal prima geregeld en gaat alles goed. Als het bij een merrie dreigt fout te gaan is het wel heel belangrijk om op tijd in te grijpen, juist omdat het proces zo snel verloopt en je dus weinig kans hebt om problemen op te lossen.

Wanneer het hoofd en maar een been of helemaal geen benen verschijnen tijdens de uitdrijvingsfase dan ligt het veulen in een afwijkende houding. Bel dan meteen de dierenarts!

Ook als de merrie langer dan 10 minuten zonder resultaat blijft persen meteen de dierenarts bellen.

3. De uitdrijving van de nageboorte

De nageboorte

Normaal gesproken wordt binnen 1 tot 2 uur na de geboorte de nageboorte uitgedreven. De merrie kan dan wat koliekverschijnselen vertonen doordat de baarmoeder heftig samentrekt. Het is belangrijk dat de hele nageboorte eruit komt. Soms komt de nageboorte met tussenpozen steeds een stukje verder naar buiten. De nageboorte heeft een vorm van een panty; met twee pijpen en “kousenvoeten’ aan de uiteinden. Als de dierenarts komt om de merrie en het veulen te controleren, is het handig de nageboorte te bewaren zodat ook deze bekeken kan worden. Als er een stukje in de baarmoeder is blijven zitten kan de merrie erg ziek worden. Als de nageboorte na 4 tot 6 uur nog niet is uitgedreven moet deze verwijderd worden door de dierenarts. (zie aan de nageboorte staan)

Wees alert op scheurtjes in het gebied onder de staart van de merrie. Als de vulva ingescheurd is, moet de dierenarts gebeld worden om het te laten hechten. Laat het niet aan de natuur over, zeker niet als er in de toekomst nog gefokt gaat worden met de merrie.

Als het veulen gezond en wel ter wereld is gekomen, is het verstandig merrie en veulen met rust te laten. Zo kunnen ze rustig aan elkaar wennen. Het veulen zal proberen te gaan staan. Als het veulen staat, zal het proberen te gaan drinken. Een gezond veulen zal vrijwel direct na de geboorte in borst-buikhouding gaan liggen, probeert daarna al snel te staan, het maakt een levendige indruk en probeert al binnen drie kwartier tot een uur te drinken.

Als na enkele uren het veulen nog geen pogingen heeft gedaan om te gaan drinken dan is het advies de dierenarts te bellen.

Bel in geval van twijfel altijd de dierenarts.

Biest

De nageboorte

De eerste melk die de merrie produceert heet biest. Het is erg belangrijk dat het veulen de biest op tijd binnen krijgt. Als het wordt geboren komt het uit een steriele (zonder schadelijke ziektekiemen) omgeving namelijk de baarmoeder. Maar tijdens de bevalling komt het in een omgeving met verscheidene ziektekiemen. In de biest zitten antistoffen die het veulen beschermen tegen deze ziektekiemen. De antistoffen zorgen ervoor dat de ziektekiemen vernietigd kunnen worden. Het veulen zelf heeft nog weinig antistoffen in het bloed als het net geboren is en het afweersysteem is nog niet volledig ontwikkeld. In de eerste 6 tot 10 uur van het leven van het veulen is de capaciteit om antistoffen via de darmwand in het bloed op te nemen het grootst en na 24 tot 48 uur is het niet meer mogelijk. Daarom is het belangrijk dat het op tijd voldoende biest binnenkrijgt.

Biest heeft naast dat het antistoffen bevat ook nog een laxerende werking. Dat helpt bij het kwijt raken van de meconium. Meconium (darmpek) is de darminhoud die het veulen heeft als het uit de baarmoeder komt en heeft een zwarte kleur. Het veulen moet de meconium binnen 4 tot 6 uur na de geboorte kwijtraken anders spreken we van een meconiumobstipatie (zie aldaar).

Als het veulen geen zuigreflex vertoont moet u de dierenarts bellen.

Fotoreportage

De nageboorte
Foto 1: Het veulen wordt met een beetje hulp geboren. Je ziet dat het vlies al gebroken is en dat het hoofd en de voorbeentjes er al uit zijn.

De nageboorte
Foto 2: Het veulen is nu helemaal geboren.

De nageboorte
Foto 3: De merrie begint haar veulen schoon en droog te likken. Zo wordt het eerste contact gelegd tussen moeder en kind en ontstaat een hechte band. In de natuur is deze fase erg belangrijk. Om te kunnen overleven moet het veulen immers snel weten wie zijn moeder is.

De nageboorte
Foto 4: Een gezond veulen zal snel na de geboorte in borstbuikligging gaan liggen. Binnen 1 of enkele minuten. Dit wordt gestimuleerd door het drooglikken van de merrie.

De nageboorte
Foto 5: Het veulen probeert op te staan. Hij zit nog even in de knoop met zijn lange benen, waar laat je die en hoe gebruik je ze......

De nageboorte
Foto 6: Maar.....binnen een half uur is het gelukt. Nog een beetje wankel begint dit hengstveulen rond te wandelen, op zoek naar het uier van de merrie om een slokje warme melk te proberen.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid