Tying up

Tying-up, ook wel spierbevangenheid of maandagziekte genoemd, is onder te verdelen in verschillende vormen waarbij de mate van de getoonde symptomen bepaald tot welke vorm een geval van tying-up behoort.

Achtergrond

Tying-up, ook wel spierbevangenheid of maandagziekte genoemd, is onder te verdelen in verschillende vormen waarbij de mate van de getoonde symptomen bepaald tot welke vorm een geval van tying-up behoort. Zo wordt er gesproken van de lichte vorm, de matige vorm en de ernstige vorm. De naam maandagziekte is eigenlijk gereserveerd voor de meest ernstige vorm.

Nog steeds is niet exact bekend wat de oorzaak is van spierbevangenheid. Wel weet men welke factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van deze spieraandoening. Eén van de theorieën over de oorzaak gaat uit van problemen door glycogeenstapeling. Onder andere in de spieren wordt overmatig suiker opgeslagen in de vorm van glycogeen. Glycogeen is in feite opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde suikermoleculen. Suiker wordt door lichaamscellen en dus ook spiercellen gebruikt als brandstof. Wanneer een paard een dag vrij heeft gekregen en niet terug is gezet in het voer kan dit zorgen voor een toename van glycogeen stapeling in de spiercellen. Hierdoor zetten de spiercellen een beetje uit waardoor bloedvaatjes in de spieren enigszins dichtgedrukt worden, waardoor de bloedvoorziening minder goed wordt. Wanneer het paard nu arbeid moet verrichten en vooral zonder geruime tijd los te stappen intensief aan het werk moet, zal er melkzuur gevormd worden. Het melkzuur wordt meer dan normaal gevormd omdat de zuurstof aanvoer via het bloed niet optimaal is waardoor de melkzuurconcentratie in de spieren zal stijgen. Normaal wordt melkzuur snel via het bloed afgevoerd maar ook dit proces verloopt nu minder goed. Melkzuur zorgt ervoor dat de pH lager wordt, de omgeving van de spiercellen wordt zuurder. Hier kunnen de cellen niet goed tegen waardoor een aantal cellen kapot gaat. Enzymen die normaal gesproken alleen in de spiercellen te vinden zijn zoals CK en GOT (de laatste is ook bekend onder de naam AST of ASAT) komen nu in het bloed terecht. In ernstige gevallen komt ook myoglobine in het bloed terecht. Myoglobine is vergelijkbaar met hemoglobine en zorgt voor het zuurstoftransport in de spieren. Myoglobine is giftig voor de nieren. Deze organen moeten echter myoglobine uitscheiden om het uit het lichaam te verwijderen. Hierdoor kan de urine koffiebruin verkleuren.

In sommige gevallen wordt er gedacht aan een (erfelijke) enzymafwijking als oorzaak van tying-up. Het gaat dan om een afwijking in een enzym dat ervoor zorgt dat glycogeen weer omgezet kan worden in suiker (glucose). Er kan dus wel stapeling van glycogeen plaats vinden, maar een minder goede afbraak. Helaas is het zo dat paarden die éénmaal tying-up hebben gehad, de rest van hun leven gevoelig blijven om het opnieuw te ontwikkelen.

Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van tying-up zijn:

  • Het rantsoen; de hoeveelheid voer gerelateerd aan de intensiteit van het werk en de samenstelling van het voer (te groot aandeel koolhydraten).
  • De trainingsopbouw per dag en over een langere periode gezien.

Symptomen en diagnose

De symptomen kunnen variëren in ernst, afhankelijk van welke van de drie vormen opgetreden is. Bij de lichte vorm zal het paard kort na het werk wat gestrekt gaan staan (zie foto) en niet meer zo graag willen lopen. Ook kan het dier met de voorbenen wat krabben over de grond. De symptomen van voornamelijk de lichte en de matige vorm kunnen erg lijken op koliek! Vaak laat het paard na een paar uurtjes geen symptomen meer zien, maar wanneer de spieren van de achterhand gevoeld worden, blijken deze pijnlijk te zijn en soms harde plekken te bevatten. Wanneer bloed afgenomen wordt kan een verhoging van de spierenzymen aangetoond worden.

gestrekt staan
Foto 1: Eén van de meest voorkomende symptomen is dat een paard gestrekt gaat staan en niet graag meer wil lopen of helemaal weigert om te lopen. Vaak laat een paard dit zien vlak na het werk, maar het kan ook tijdens het werk gebeuren. Dit gestrekt staan wordt ook wel gezien bij koliek en dan met name bij een verstopping van de dikke darm.

Bij de matige vorm begint het paard na een ongeveer een half uur (normaal) werk stijver te worden en wil het dier minder graag lopen. Overmatig zweten kan gezien worden ook nadat het werk beëindigd is. De spieren van de achterhand zijn hard en pijnlijk. In dit geval kan ook bruine urine gezien worden en tijdens het bloedonderzoek blijken de spierenzymen zeer duidelijk verhoogd.

bloedmonster
Foto 2: Met behulp van een bloedmonster kan gemeten worden of er sprake is van een verhoging van de spierenzymen. Op deze manier wordt de diagnose “tying up” bevestigd. Aan de hand van de mate van verhoging van de spierenzymen kan ook een inschatting gemaakt worden van de ernst van de spierbevangenheid, hoe lang men verwacht dat het herstel ongeveer zal gaan duren en hoe het paard het beste gerevalideerd kan worden. Tijdens de herstelperiode wordt meestal geadviseerd om een aantal malen het bloed te controleren op spierenzymen zodat aan de hand van de daling hiervan het herstel van het paard goed in de gaten te kan worden gehouden.

De ernstige vorm komt vooral bij koudbloeden voor en de naam maandagziekte stamt uit vroeger tijden. Op zondag werkten de boeren niet met hun paarden op het land, maar kregen de dieren wel gewoon voer. Op maandag werden de paarden weer ingezet voor de ploeg om zwaar werk te doen. Echter niet alleen koudbloeden kunnen deze ernstige vorm krijgen, maar ook sportpaarden. Na een minuut of 10 arbeid beginnen de dieren die de ernstige vorm ontwikkelen ernstig te zweten en gaan ze stijf bewegen. In sommige gevallen kunnen ze zelfs gewoonweg niet meer bewegen. De urine van deze dieren is koffiebruin en de spierenzymen zijn zeer sterk verhoogd. Paarden met ernstige tying-up mogen niet meer lopen en moeten ter plekke behandeld worden en een warme deken opkrijgen.

Therapie

De therapie is afhankelijk van de ernst. In lichte gevallen is rust voldoende samen met het verlagen van de hoeveelheid krachtvoer om te voorkomen dat het paard nog meer glycogeen in de spieren op gaat slaan. Aan de hand van de hoogte van de spierenzymen in het bloed kan een inschatting gemaakt worden hoe lang het dier op rust moet en wanneer het weer wat mag bewegen. In lichte gevallen kan het dier al weer vrij snel wat stapwerk aan de hand doen, aangezien beweging de bloedsomloop en daarmee het herstel kan bevorderen. Het is verstandig om voordat men het dier weer volledig in het werk neemt de enzymwaarden in het bloed te controleren om te zien of deze weer genoeg omlaag gegaan zijn. Soms wordt ervoor gekozen om het dier een pijnstiller en/ of ontstekingsremmer te geven om het herstel te bevorderen. Vitamine E en selenium zouden ook een positieve bijdrage kunnen leveren.

In ernstigere gevallen waarbij de urine duidelijk bruin verkleurd is en er dus veel myoglobine vanuit de spieren in het bloed terecht is gekomen, is het van belang om ervoor te zorgen dat dit zo snel mogelijk uitgeplast wordt. Myoglobine is schadelijk voor de nieren en in heel ernstige gevallen kan dit voor complicaties zorgen. Door middel van het geven van infusen met fysiologisch zout wordt de urineproductie verhoogd (het aangevoerde vocht dat met behulp van het infuus in de bloedvaten is gebracht moet immers weer afgevoerd worden). Hierdoor wordt myoglobine sneller afgevoerd.

Wanneer u tijdens of na het werk merkt dat uw paard verschijnselen vertoont die bij tying-up kunnen passen, doe het paard dan meteen een deken op, zet het dier meteen op stal (dus zo min mogelijk laten lopen) en geef het geen krachtvoer. Neem direct contact op met uw dierenarts. Uw dierenarts kan bepalen of er verdere maatregelen getroffen moeten worden en aan de hand van de spierenzymen in het bloed kan een inschatting gemaakt worden wanneer het paard weer wat stapwerk mag gaan doen, hoe het schema op te bouwen en wanneer het dier nogmaals gecontroleerd kan worden om te bepalen in hoeverre het weer hersteld is.

Tying-up kan (grotendeels) voorkomen worden door het zorgen voor een goede instap periode van minimaal 10 minuten waarbij het dier bij koude temperaturen een deken op heeft, zodat de spieren niet koud worden. Ook is het belangrijk om na de training een goede cooling-down te doen. Op rustdagen is het aan te raden om de hoeveelheid krachtvoer te halveren en een rustdag is niet de hele dag stilstaan, maar minstens beweging in bijvoorbeeld de stapmolen of weidegang. Tevens is het belangrijk om een paard niet koud uit de box los te gooien, maar ook te zorgen voor een instap periode. Dit laatste geldt vooral voor paarden die erg fris zijn en gaan rennen en bokken, zodra ze losgelaten worden.

Daarnaast speelt de voeding in het algemeen een belangrijke rol. In krachtvoer zit relatief veel snelverteerbaar koolhydraat dat snel opgenomen wordt in de darm. Het paard krijgt dan in korte tijd een grote hoeveelheid brandstof in het bloed in de vorm van suikers (glucose). Het paard kan deze brandstof niet zo snel omzetten in energie, daarvoor zou hij flinke arbeid in korte tijd moeten verrichten. Het lichaam gaat echter heel zuinig om met voedingstoffen (brandstoffen) omdat het ingesteld is op periodes van schaarste waarbij het belangrijk is om ten tijde van overvloed zoveel mogelijk brandstof op te sparen. Het paard slaat deze overtollige suikers dus op in de vorm van glycogeen in de lever en de spieren en in vet.

Veel krachtvoer voeren heeft dus als gevolg, veel opslag van glucose in glycogeen wat een oorzaak is van spierbevangenheid. Daarnaast bouwt het paard een vetreserve op wat op zich prima is maar aangezien de periodes van schaarste zich niet meer voordoen bij onze sportpaarden moet dit wel binnen bepaalde grenzen blijven. Een paard wat te dik is lijkt misschien mooi "in de spieren" te zitten maar dit is een laagje vet dat zich onder de huid en in de spieren bevindt. Om mooie spieren te ontwikkelen heeft een paard goede kwaliteit en voldoende ruwvoer nodig.

Het maagdarmkanaal van een paard is ook ingesteld op veel ruwvoer. Dit geldt voor hoe het maagdarmkanaal gebouwd is en hoe het functioneert. Het paard heeft een grote blinde darm en een uitgebreid dikke darm pakket, speciaal om ruwvoer met behulp van micro-organismen goed te verteren. Een grote hoeveelheid krachtvoer met een hoge waarde aan snelverteerbare koolhydraten zorgt voor een verzuring van het milieu in de dikke darm. Hierdoor kan de goede darmflora minder goed haar werk doen en raakt de darmflora uit balans waardoor slechte bacterien meer kans krijgen en in grotere aantallen aanwezig zijn. Dit heeft een nadelig effect op de vertering.

De verzuring van het milieu van de dikke darm zorgt ook voor een minder goed functioneren van de wand van de darm waardoor voedingstoffen en water minder goed opgenomen worden en de darmbewegingen verstroord kunnen raken wat kan leiden tot "wat te zachte mest" tot diarree. Als het milieu van de dikke darm wat te zuur wordt, verzuurd het hele lichaam van het paard. Dit is maar een hele lichte, niet of nauwelijks meetbare verzuring, maar de zuurtegraad is van groot belang voor het lichaam. In het lichaam vinden honderden processen plaats met behulp van enzymen. Enzymatische reacties zijn sterk afhankelijk van de zuurtegraad en kunnen bij een kleine afwijking al verstoord raken. Dit heeft een effect op de algemene gezondheidstoestand van het paard waarbij het paard bijvoorbeeld ook gevoeliger wordt voor ontstekingen.

Goede paardenvoeding moet dus gebaseerd zijn op voldoende ruwvoer van goede kwaliteit (kuilgras dat te nat is en dat is het voor paarden al snel geeft ook vaak problemen). Daarnaast kan een (kleine) hoeveelheid krachtvoer gevoerd worden wat eigenlijk met name belangrijk is om ervoor te zorgen dat het paard geen te korten oploopt met betrekking tot bepaalde vitamines en mineralen. Aangetoond is dat het ruwvoer tegenwoordig te weinig magnesium bevat en daarmee lijkt toevoeging van magnesium in het voer op zijn plaats.

Neem direct contact op met uw dierenarts als uw paard verschijnselen vertoont die kunnen duiden op spierbevangenheid/ tying-up. De getoonde verschijnselen zijn soms niet te onderscheiden van verschijnselen die een paard vertoont bij koliek. Ook in dit geval direct contact opnemen met uw dierenarts. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid