Sesamoidose

De sesambeentjes zijn een deel van het kogeldraagapparaat en hebben een katrolfunctie voor de buigpezen. Dit wil zeggen dat de sesambeentje ervoor zorgen dat de pezen daar comfortabel om een hoek heen worden geleid.

Achtergrond

Aan de achterzijde van de kogel zowel bij het voorbeen als bij het achterbeen, ter hoogte van het kootgewricht, zitten twee kleine botjes, de sesambeentjes (foto 1). Het kootgewricht is het gewricht tussen het kootbeen en kroonbeen.

Kootgewricht.
Foto 1; Kootgewricht. Groen omlijnd; kootgewricht. Oranje omlijnd; sesambeentjes. Gele lijn; tussenpees die aanhecht op de bovenkant van de sesambeentjes. Roze lijn; rechte sesambeen ligament.

De sesambeentjes zijn een deel van het kogeldraagapparaat en hebben een katrolfunctie voor de buigpezen. Dit wil zeggen dat de sesambeentje ervoor zorgen dat de pezen daar comfortabel om een hoek heen worden geleid. Een slijmbeurs tussen de sesambeentjes en de pezen in zorgt ervoor dat de pezen makkelijk over de sesambeentjes heen kunnen glijden tijdens de beweging.

Het kogeldraagapparaat bestaat uit een pees,de tussenpees, plus alle ligamenten van het kootgewricht, het kootgewricht zelf en de sesambeentjes. De tussenpees (foto 1 en 2) loopt aan de achterzijde van het pijpbeen en hecht aan op de bovenkant van beide sesambeentjes. Vanaf de onderkant van beide sesambeentje lopen ligamenten (banden) naar verschillende structuren rond en onder de kogel. Deze ligamenten worden ook wel de ligamenta sesamoidea genoemd.

Kootgewricht.
Foto 2; Pezen. Roze lijn; pijpbeen. Groene lijn; tussenpees. Blauwe lijn; diepe buigpees. Rode lijn; oppervlakkige buigpees. Tussen het pijpbeen en de tussenpees ligt de plaats waar een overvulling van het kootgewricht (de kogel) gezien of gevoeld kan worden. Tussen de tussenpees en de buigpezen ligt de plaats waar een overvulling van de peesschede gezien of gevoeld kan worden.

Bij overstrekken (hyperextensie) van de kogel, ziet eruit als doorzakken van de kogel, werken er grote krachten op de sesambeentjes en de tussenpees. Deze hyperextensie treedt bij springpaarden vooral op tijdens het landen na een hindernis. En bij dressuurpaarden zien we het vooral bij de verzameling. Als het paard met zijn hoef landt op de grond in de verzameling.

Sesamoïdose is een chronische degeneratieve (degeneratief betekent achteruitgang/ beschadiging) aandoening van het kogeldraagapparaat en dan vooral van de sesambeentjes, Tendo Interosseus (tussenpees) en de distale (onderste) sesambeensbanden. De aandoening is volgens de term een chronisch verloop van de acute sesamoiditis, dat betekent een ontsteking van de sesambeentjes en de omgeving ervan. Maar ook alleen bij beschadigingen van de sesambeentjes spreekt men van sesamoïdose.

Het zijn vooral invloeden van buitenaf die het voorkomen van deze aandoening bepalen. Welke factoren hierbij een grote rol spelen is nog onbekend, maar arbeid en (over)belasting lijken een grote invloed te hebben. Paarden met een lang kootbeen, weke kogels en smalle verzenen, zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van sesamoïdose. De verzenen zijn de hielen van een hoef. Ze zitten beiderzijds op het achterste gedeelte van de hoef. Als de verzenen smal zijn wordt er bedoeld dat de achterste hoefhelft smal/ nauw is. Vaak zijn deze verzenen hoger dan gemiddeld.

Een paard dat "weke kogels" heeft kan een hogere belasting van de kogel en het kogeldraagapparaat ondervinden. De voetas is de denkbeeldige lijn die onder een hoek van 45 à 50 graden van opzij gezien door het midden van de voet loopt. Bij weke kogels is de voetashoek kleiner dan 45 graden. Als de voetashoek kleiner is dan 45 graden, spreekt men ook wel van ‘diep doortreden in de kogels'.

Voetas.
Foto 3; Voetas. De gele lijn geeft een correcte voetas aan. Een denkbeeldige lijn door het hoefbeen, kroonbeen en kootbeen maakt een hoek van ongeveer 45-50 graden met de bodem. In dit geval is de hoek van het kootgewricht ook correct. De groene lijn geeft een voetas aan die een “te kleine hoek” maakt met de bodem. In dit geval is er sprake van een paard dat “week” in de kogels staat (te ver doortreedt).

Symptomen en diagnose

Sesamoïdose laat verschillende symptomen zien omdat het meerdere afwijkingen omvat. Sesamoïdose geeft vaak een zeurende, wisselende kreupelheid die sterk afhangt van het gebruik van het paard. De aandoening veroorzaakt botnieuwvorming en botoplossing van het sesambeen. Het grootste aandeel van de pijn komt van rond het sesambeen waarbij vooral de aanhechtingsplaatsen van de ligamenten van groot belang zijn.

De patiënt is in de acute fase kreupel, belast de kogel minder, treedt niet door de kogel (zie hierboven) en toont pijn bij het drukken op en het bekloppen van de sesambeentjes. De achterkant van de kogel kan warm en verdikt zijn. De buigproef van de kogel is vaak positief. Bij de buigproef houdt de dierenarts de ondervoet een minuut lang gebogen waarna het paard moet weg draven. Als het paard dan kreupel loopt wordt de buigproef positief genoemd. De diagnose wordt gesteld aan de hand van verdovende injecties. Wanneer het pijnlijke gebied van de kogel, de sesambeentjes en de betrokken ligamenten verdoofd wordt zal het paard geen pijn meer voelen en weer (zo goed als) rad lopen. Daarnaast kunnen er om de diagnose te bevestigen en een indicatie te krijgen wat er precies aan de hand is röntgenfoto’s van de ondervoet en kogel gemaakt worden. Heel vaak is er een onregelmatigheid aan de bovenrand van het sesambeen te zien op de foto. Hier breken af en toe ook stukjes bot af. Dit komt door plaatselijke botontkalking. Het gaat om hele kleine stukjes bot (fragmentjes). Ook wordt wel botoplossing van de sesambeentjes waargenomen. Het is belangrijk om bij de diagnose "sesamoïdose" de aanhechting van de tussenpees en de ligamenta sesamoidea (sesambeenligamenten) te controleren met een echo, omdat het mogelijk is dat daar ook beschadigingen zijn opgetreden wat gevolgen heeft voor de herstelperiode en revalidatie van het paard.

anatomie van het kootgewricht anatomie van het kootgewricht
Foto 4 toont de anatomie van het kootgewricht (kogelgewricht) en het kroongewricht. Het is een röntgenfoto die vanaf de zijkant van het been genomen is. 1) Het pijpbeen; 2) De sesambeentjes, dit zijn er twee die over elkaar heen geprojecteerd liggen; 3) Het kootbeen; 4) Het kroonbeen; A) Het kootgewricht; B) Het kroongewricht. De blauwe lijntjes geven het verloop van de gewrichtsspleet aan. Het lijkt of er per gewricht meerdere gewrichtspleten zijn. Dit komt doordat de onderkant van het pijpbeen en de bovenkant van het kootbeen die beide een gewrichtsvlak vormen niet vlak zijn. Hierdoor krijg je een projectie van bot over elkaar heen. Hetzelfde geldt voor het kroongewricht.

röntgenfoto van een normaal sesambeentje röntgenfoto van een normaal sesambeentje
Foto 5 toont een röntgenfoto van een normaal sesambeentje. De rechterfoto geeft de belijning aan van beide sesambeentjes. Wanneer je een foto neemt vanaf de zijkant worden beide sesambeentjes over elkaar heen geprojecteerd. Om een goed beeld te krijgen van de sesambeentjes wordt de foto schuin door het been heen geschoten. Nu komen de sesambeentjes vrij te liggen.

röntgenfoto van een normaal sesambeentje röntgenfoto van een normaal sesambeentje
Foto 6 toont een röntgenfoto van een paard met minder goede sesambeentjes. In het kadertje is te zien dat de belijning grillig is in plaats van duidelijk en mooi strak en glad. De groene lijntjes in de linker foto geven de voedingskanaaltjes aan die hier in verhoogde mate aanwezig zijn. Onder het kadertje is een fragmentje te zien, dit zou een verkalking kunnen zijn in één van de peesachtige structuren. Dit paard toont verder ernstige artrose van het kootgewricht.

röntgenfoto van een paard röntgenfoto van een paard
Foto 7 toont een röntgenfoto van een paard met minder goede sesambeentjes. In het kadertje is te zien dat de belijning grillig is in plaats van duidelijk en mooi strak en glad en er lijkt wat botnieuwvorming te zitten op de bovenzijde van het sesambeentje. Dit paard heeft overigens meer problemen waaronder ernstige artrose van het kootgewricht.

Therapie

Het hangt van de graad van aantasting af of de behandeling succesvol is. Het is belangrijk om te weten of omliggende structuren ook geblesseerd zijn. De prognose is gereserveerd tot goed, afhankelijk van de mate van de kwetsuur. Bij beschadiging van de aanhechting van de tussenpees is er kans op fractuurtjes (breukjes) van de sesambeentjes. Dan kan een operatie uitkomst bieden.

Bij een acute sesamoiditis kunnen er ontstekingsremmende middelen worden toegediend, NSAID’s. NSAID’s zijn middelen die pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend werken, vergelijkbaar met paracetamol voor humaan gebruik. Ook koelen met ice packs of afspuiten met koud water en in een later stadium fysiotherapie, zijn onderdeel van de therapie. Daarnaast is rust in het acute stadium erg belangrijk. Als de behandeling in een vroeg stadium ingesteld wordt, kan blijvende schade voorkomen worden. Het is belangrijk om met een aangepast bewegingsschema de training rustig weer op te bouwen. Paarden hebben over het algemeen een aantal maanden nodig om terug te komen op het oude niveau.

Bij een chronische sesamoïdose kan het paard ondersteund worden met aangepast beslag met een opzet. Door de opzet op de voorste helft van het ijzer, rolt het voorbeen sneller af. Bij het achterbeen kunnen de ijzers wat meer teruglegd worden waardoor de hoef ook makkelijker over de toon af kan rollen. Dit kan zowel aan het voorbeen als aan het achterbeen aangevuld worden met een dempende zool. Daardoor wordt er minder kracht op het kogeldraagapparaat uitgeoefend.

Na een langdurige behandeling met NSAID’s, koelen na de training, werken op zachte en goede ondergrond en aangepast beslag kunnen sommige paarden nog redelijk in de sport ingezet worden.

Neem contact op met uw dierenarts als uw paard een acute of chronische kreupelheid heeft. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan de diagnose stellen en bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid