Schiefel

Aan beide zijden van het pijpbeen bevinden zich de griffelbeentjes. Dit zijn dunne botjes die een overblijfsel zijn van de tenen van het paard.

Achtergrond

Aan beide zijden van het pijpbeen bevinden zich de griffelbeentjes. Dit zijn dunne botjes die een overblijfsel zijn van de tenen van het paard. Bij het paard is slechts 1 teen uitgegroeid tot de ondervoet. De griffelbeentjes zijn aan het voor- en achterbeen te vinden. Ze liggen tegen het pijpbeen aan en zijn iets korter dan het pijpbeen zelf. Vlak onder de voorknie en/ of het spronggewricht ligt het griffelbeen knopje en een stukje boven het kootgewricht ligt het einde van het griffelbeentje, het griffelbeenknopje (foto 3).

röntgenfoto van het achterbeen röntgenfoto van het achterbeen
Foto 1: Links: toont een röntgenfoto van het achterbeen van het paard. Rechts is dezelfde röntgenfoto: 1) Het spronggewricht; 2) Het pijpbeen; 3) Een griffelbeentje; 4) Een griffelbeentje. Tussen de beide griffelbeentje, aan de achterzijde van het pijpbeen bevindt zich de tussenpees.

Een schiefel is een benige verdikking van het griffelbeentje. In verreweg de meeste gevallen gaat het om het griffelbeentje aan de binnenkant van het been, omdat een schiefel kan ontstaan nadat een paard het griffelbeentje met zijn hoef hard heeft aangetikt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in het weiland of tijdens de training. Het gebruik van beenbeschermers kan de kans hierop verkleinen.

Symptomen en diagnose

Vaak is een schiefel duidelijk zichtbaar als een verdikking langs het pijpbeen op de plaats van de griffelbeentjes. Soms zijn ze zo klein dat ze alleen gevoeld kunnen worden. Schiefels voelen heel hard aan, omdat ze gevormd worden uit botweefsel. Wanneer een paard zichzelf bijvoorbeeld hard aantikt tegen het griffelbeentje dan raakt het botvlies ter plekke geïrriteerd. Hierdoor wordt er nieuw en meer dan normaal bot gevormd. Jonge paarden hebben een actiever botvlies dan oudere dieren, waardoor vooral deze paarden gevoelig zijn voor het ontwikkelen van een schiefel. In principe kunnen op alle botten van het paard botnieuwvormingen ontstaan. Vooral op de botten die niet bedekt zijn door een spierlaag en dus niet zo goed beschermd zijn tegen trauma van buitenaf (zoals het zichzelf met de hoef aantikken). Zo wordt er ook op het pijpbeen zelf vaak een verdikking aangetroffen. Die wordt dan meestal ook als schiefel meegeteld.

verdikking zichtbaar van paard
Foto 2: Aan de binnenzijde vlak onder de voorknie is een verdikking zichtbaar. Deze verdikking voelt hard aan wat een aanwijzing is dat we met botnieuwvorming te maken hebben. Ook al is deze schiefel redelijk groot, er was geen secundaire beschadiging van de tussenpees. We hebben hier dus te maken met een onschuldige schiefel, een “schoonheidsfoutje”.

Een schiefel groeit meestal langzaam en stopt op een moment met groter worden. Het nieuwgevormde botweefsel is in eerste instantie nog wat chaotisch opgebouwd, maar na een tijdje gaat het zich remodelleren en wordt het netjes botweefsel. In deze periode wordt het griffelbeentje soms iets (tot veel) kleiner. Af en toe komt het voor dat een schiefel heel snel ontstaat. S’ochtends gaat het paard de wei op en ’s avonds bemerkt de eigenaar ineens een schiefel die al vrij groot kan zijn. De diagnose is meestal op het oog te stellen en vaak is een schiefel onschuldig. De diagnose kan bevestigd worden met behulp van een röntgenfoto. In enkele gevallen is een schiefel helaas niet onschuldig en kan het paard kreupel lopen. Dit hangt af van de grootte en de plek waar het is ontstaan.

Tussen het binnenste en buitenste griffelbeentje loopt de tussenpees. Deze kan geïrriteerd of beschadigd raken in een ongunstig geval. Ook kan een schiefel ontstaan als er een breukje in het griffelbeentje zit. Vaak gaat dit dan gepaard met kreupelheid. Gelukkig is in verreweg de meeste gevallen van een breukje van het griffelbeentje een goede therapie mogelijk zoals het gedeeltelijk verwijderen van het griffelbeentje.

Aan beide zijden van het pijpbeen bevinden zich de griffelbeentjes. Dit zijn dunne botjes die een overblijfsel zijn van de tenen van het paard. Bij het paard is slechts 1 teen uitgegroeid tot de ondervoet. De griffelbeentjes zijn aan het voor- en achterbeen te vinden. Ze liggen tegen het pijpbeen aan en zijn iets korter dan het pijpbeen zelf. Vlak onder de voorknie en/ of het spronggewricht ligt het griffelbeen knopje en een stukje boven het kootgewricht ligt het einde van het griffelbeentje, het griffelbeenknopje (foto 3).

röntgenfoto van paard met schiefel röntgenfoto van het achterbeen
Foto 3: Links; dit is een röntgenfoto van een paard met een schiefel. Rechts; dit is dezelfde röntgenfoto. 1) Pijpbeen; 2) griffelbeentje; 2A)griffelbeenkopje; 2B) griffelbeenknopje. Omcirkeld is de plek waar de botnieuwvorming is ontstaan op het griffelbeentje. Het is nog een vrij recente schiefel omdat te zien is dat het bot nog vrij jong is. Bot dat jong is heeft nog niet dezelfde dichtheid als bot wat helemaal “af” is. Daardoor is jong bot wat minder wit van kleur op een röntgenfoto. Ook is te zien dat de belijning van de schiefel nog onregelmatig is. Een schiefel remodelleert zichzelf waarbij het nieuwe bot glad van oppervlak wordt en dezelfde dichtheid krijgt als het reeds bestaande bot. Ook is het mogelijk dat de schiefel na verloop van tijd kleiner wordt of in zeldzame gevallen zelfs verdwijnt.

Therapie

Een echte therapie voor een schiefel is er niet. Vaak is dit ook niet nodig, omdat het in de meeste gevallen om een schoonheidsfoutje gaat. In feite ontstaat een schiefel vanuit een irritatie of een ontstekingsreactie van het botvlies. Daarom kan het wel een gunstig effect hebben om het paard wat rust te geven in de hoop dat het botvlies snel tot rust komt en soms worden zalven gebruikt met ontstekingsremmende middelen (zoals corticosteroiden) die door de huid heen trekken en zo de ontstekingsreactie van het botvlies verminderen. Dit heeft over het algemeen niet tot gevolg dat de schiefel verdwijnt, maar het kan wellicht helpen om de vorming van een hele grote schiefel tegen te gaan.

In het geval van een breukje van het griffelbeen zal de overweging gemaakt worden om het losse deel van het griffelbeentje te verwijderen. Dit hangt af van de plaats waar het breukje zit. Wanneer dit niet mogelijk is wordt een conservatieve therapie ingesteld die bestaat uit rust en eventueel ondersteunende medicatie.

Bij een beschadiging van de tussenpees zal er een verder onderzoek ingesteld worden met behulp van echografie. Zo kan de schade van deze pees goed in beeld gebracht worden en kan er een revalidatie- en behandelschema voor het paard opgesteld worden.

Neem contact op met uw dierenarts indien u bovengenoemde symptonen bij uw paard ziet. Uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het meest geschikt is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid