OCD

Osteochondrose betekent verstoring in het verbeningsproces van kraakbeen (chrondro) naar bot (osteo).

PharmahorseOsteochondrose betekent verstoring in het verbeningsproces van kraakbeen (chrondro) naar bot (osteo). Met osteochondrose dissecans wordt aangegeven dat er een los fragmentje is ontstaan (dissecans). Soms wordt ook de term osteochondritis dissecans gebruikt. Hierbij wordt gerefereerd aan de ontsteking (itis) die ontstaat door het ziekteproces (de stoornis in de verbening).

Osteochondrose (OC) is een regelmatig voorkomende aandoening bij het paard. Het komt voor bij 20-25% van de warmbloedpaarden. Er zijn veel factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van deze aandoening. Bij pony’s wordt deze aandoening niet of nauwelijks aangetroffen.

Een gewricht is opgebouwd uit 2 (of meerdere) botten die met elkaar scharnieren. Op beide botuiteinden zit een laagje (gewrichts) kraakbeen. Tussen beide botten met daarop het laagje kraakbeen zit de gewrichtsspleet die opgevuld is met synovia (gewrichtsvloeistof).

Rontgen foto voorbeen Rontgen foto voorbeen
Foto 1: Links een röntgenfoto van het voorbeen van het paard, het kootgewricht en het kroongewricht. Rechts dezelfde foto. 1) pijpbeen, 2) sesambeentje, 3) kootbeen, 4) kroonbeen, 5) kroongewricht, 6) kootgewricht. De groene lijntje geven de gewrichtspleet aan. Omdat kraakbeen niet zichtbaar is op een röntgenfoto is deze zichtbaar als een zwarte lijn. In werkelijkheid is deze opgevuld met het gewrichtskraakbeen van de botten die het gewricht vormen. Tussen de twee lagen kraakbeen in zit gewrichtsvloeistof. Het gewricht is omgeven door een kapsel en vormt zo een gewrichtsholte. De binnenkant van het gewrichtskapsel bestaat uit een membraan dat de gewrichtsvloeistof vormt.

Wanneer een veulen zich ontwikkelt in de baarmoeder wordt het skelet in eerste instantie aangelegd in de vorm van kraakbeen. Dit kraakbeen wordt gaandeweg de dracht omgezet in bot. Op het moment dat het veulen geboren wordt is het skelet volledig verbeend, maar om groei mogelijk te maken zit aan beide uiteinden van ieder bot een groeischijf. Deze groeischijf bestaat uit kraakbeen dat zich vermenigvuldigt en omgezet wordt in bot. Op deze manier vindt lengtegroei plaats. Bij paarden met osteochondrose is er iets mis gegaan in de omzetting van kraakbeen naar bot. Hierdoor wordt de contour van het bot onregelmatig waardoor de kraakbeenlaag ongelijk wordt van dikte.

Kraakbeen wordt gevoed vanuit de synovia (gewrichtsvloeistof). Op de plaatsen waar het kraakbeen verdikt is kan deze voeding niet goed plaats vinden en kunnen stukjes van het kraakbeen afsterven. Deze stukjes mineraliseren waardoor ze op een röntgenfoto zichtbaar worden omdat ze dezelfde dichtheid krijgen als bot. Kraakbeen is normaal gesproken niet zichtbaar op een röntgenfoto. Ook kunnen er door verzwakking van het kraakbeen scheurtjes ontstaan en onder invloed van belasting kan dit resulteren in het loslaten van stukjes kraakbeen.

Rontgen foto voorbeen
Figuur 1: Deze figuur toont normaal kraakbeen (boven) en kraakbeen dat plaatselijk verdikt is (onder). Te zien is dat de contour van het onderste bot onregelmatig wordt en de verdikking van het kraakbeen kan leiden tot losse fragmentjes.

Osteochondrose ontstaat bij jonge paarden tijdens het eerste levensjaar. Bij veulens wordt deze aandoening regelmatig aangetroffen, het kan zelfs al voorkomen bij ongeboren veulens. In de verschillende gewrichten ontstaat osteochondrose op verschillende tijdstippen. Zo wordt deze aandoening in het kootgewricht aangetroffen voor de leeftijd van 6 maanden terwijl het in de knie pas rond de leeftijd van 10 maanden gevonden zou worden. Tijdens het eerste levensjaar is herstel goed mogelijk en dit gebeurt dan ook zeer vaak. Het heeft dus geen zin om jonge veulens te screenen met behulp van röntgenfoto’s voor de leeftijd van 1 jaar. Aangenomen wordt dat er op de leeftijd van 18 maanden geen röntgenologische veranderingen meer plaats vinden.

In principe kan osteochondrose voorkomen in elk gewricht, maar de meest frequent aangetaste gewrichten zijn het spronggewricht en het kniegewricht. Het kan zich ook voordoen in het schoudergewricht, de kootgewrichten en soms in de gewrichten van de halswervels.

Er zijn meerdere factoren die een rol spelen in het ontstaan van osteochondrose:

  • Genetische factoren; Paarden lijken een erfelijke aanleg te hebben voor deze aandoening. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde hengsten meer nakomelingen hebben met osteochondrose. Het selecteren van hengsten en merries op deze aandoening lijkt het aantal gevallen van osteochondrose te verlagen.
  • Snelle groei; de aandoening lijkt vaker aangetroffen te worden bij grote paarden die een snelle groei doorgemaakt hebben.
  • Voedingsfactoren: koper te kort, zinkvergiftiging, overmaat aan koolhydraten (en eiwit) of een abnormale calcium/ fosfor verhouding in het voer. Een zeer energierijke voeding (hoog koolhydraat met eventueel hoog eiwitgehalte) draagt bij aan een snelle groei.
  • Gebrek aan beweging tijdens de opfokfase.
  • Verstoring in de hormoonhuishouding. Door een energierijke voeding (hoog koolhydraten met eventueel hoog eiwitgehalte) zou kunnen zorgen voor een disbalans in het hormoon insuline en het schildklier hormoon T4 wat onder andere verantwoordelijk is voor de groei. Overmatig gebruik van dexamethason (een corticosteroïd) wordt ook in verband gebracht met het ontstaan van osteochondrose, maar dit is geen therapie die vaak toegepast wordt bij veulens en lijkt daarom niet zo van belang.
  • Standsafwijkingen waardoor de belasting in een gewricht onevenredig wordt en er dus lokale overbelasting plaats vindt.
  • Trauma/ letsel dat schade geeft aan kraakbeen waardoor de omzetting van kraakbeen in bot verstoord raakt.

Symptomen en diagnose

Osteochondrose kan symptoomloos verlopen en hoeft dus geen probleem te zijn voor het paard en zijn sportcarrière.

Vaak uit het zich al op jonge leeftijd waarbij in eerste instantie veelal overvulling van het aangedane gewricht ontstaat (foto 2).
Het veroorzaakt lang niet altijd kreupelheid, maar het wordt wel gezien als een aanmerkelijk handelsgebrek omdat er geen zekerheid te verschaffen is of het paard in de toekomst misschien wel kreupel wordt.

De schade door losse fragmenten en de daardoor ontstane beschadigingen van onder andere het gewrichtskapsel en andere gewrichtsstructuren nemen in de regel toe naarmate er meer tijd zit tussen het ontstaan van OC(D) en de behandeling. Afhankelijk van de mate van OC(D), de plaats, de ernst van de symptomen en het doel van het paard wordt een behandeling geadviseerd. Het kan nuttig zijn om jonge paarden na het eerste levensjaar met behulp van röntgenfoto’s te controleren op deze aandoening om deze zo vroegtijdig mogelijk te ontdekken en een afweging te maken met betrekking tot een eventuele behandeling.

Spronggewicht
Foto 2; een paard met overvulling van het spronggewricht.

Uit medisch oogpunt is een behandeling aangewezen wanneer de aandoening kreupelheid veroorzaakt. Bij kreupelheid, overvulling van het gewricht en een positieve buigproef is een therapie noodzakelijk. Indien er geen behandeling ingesteld wordt, kan er artrose ontstaan.

Bij een buigproef houdt de dierenarts de sprong en/of kniegewricht een tijd lang gebogen waarna het paard moet weg draven. Als het paard dan kreupel loopt wordt de buigproef positief genoemd.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de zichtbare symptomen en de uitkomst van de röntgenfoto’s. Op de röntgenfoto kan te zien zijn dat de contouren van het bot niet mooi glad verlopen. Eventueel kunnen losse fragmenten gevonden worden en in het geval van artrose kunnen botafbraak en botwoekering zichtbaar worden. Helaas zijn niet alle losse fragmenten op een röntgenfoto te zien. Er kan nog met een camera in het gewricht worden gezocht naar losse fragmenten dat noemen we een arthroscopie.

Rontgen foto voorbeen Rontgen foto voorbeen
Foto 3; links een röntgenfoto van een normaal en gezond kniegewricht. Rechts dezelfde röntgenfoto. Met de rode cijfers staan aangegeven: 1) De knieschijf, 2) Het bovenbeen (os femur), 3) Het scheenbeen (tibia). Met de gele lijntjes staan de rolkammen van het kniegewricht aangegeven. Dit zijn locaties waar vaak osteochondrose aangetroffen wordt.

Rontgen foto voorbeen Rontgen foto voorbeen
Foto 4: Links een röntgenfoto van een paard met osteochondrose in het kniegewricht. Rechts dezelfde foto. De belijning van de rolkam verloopt niet mooi (afvlakking) en er is een fragment zichtbaar. Dit is aangegeven met de gele omlijning. Het fragment lijkt niet los te liggen.

Rontgen foto voorbeen Rontgen foto voorbeen
Foto 5: Links een röntgenfoto van een paard met osteochondrose in het kniegewricht. Rechts dezelfde foto. De belijning van beide rolkammen is onregelmatig en met de gele omlijning worden 2 kleine fragmentjes aangegeven.

Therapie

Kraakbeen is een weefsel dat zich zeer langzaam herstelt. Ter vergelijking: De binnenkant van de darm, het slijmvlies, vervangt zichzelf iedere 4 dagen volledig. De tijd die kraakbeen hiervoor nodig heeft is vele malen langer dan de gemiddelde leeftijd van een paard. Daarom moet er alles aan worden gedaan om te voorkomen dat de osteochondrose ontstaat. Er zijn een aantal punten van belang voor de preventie en de therapie

  • De preventie begint al bij het ongeboren veulen. In de laatste 3-5 maanden van de dracht is het verstandig de merrie kopperrijk voer te geven. Het veulen wordt dan geboren met een kopervoorraadje in de lever. Deze veulens hebben minder kans op het ontwikkelen van OC(D). Uit onderzoek blijkt dat het niet zinvol is de veulens zelf na de geboorte extra koper te geven.
  • De preventie bij opgroeiende veulens bestaat uit voldoende beweging. Vooral weidegang van merrie met veulen in de eerste maanden na de geboorte is belangrijk. Het kraakbeen krijgt dan regelmatige prikkels van belasting en kan zich daaraan aanpassen. Jonge paarden moeten niet overvoerd worden en de voeding mag niet te energierijk zijn. Dit wil zeggen dat het niet te koolhydraatrijk (evt in combinatie met te eiwitrijk) mag zijn. Overmatige voeding en te energierijke voeding dragen bij aan een te snelle groei. Het paard moet zich op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen.
  • Trainingsmethoden moeten altijd in overeenstemming zijn met de leeftijd, het niveau van het paard en passend zijn met de specifieke kenmerken van een paard zoals bouw, beweging en mobiliteit van de gewrichten en paard in zijn geheel.

Als OC(D) zich heeft ontwikkeld wordt gekozen voor een therapie afhankelijk van de symptomen, de plaats en de mate van osteochondrose en het doel van het paard. Dit kan betekenen dat therapie niet nodig is omdat er geen symptomen zijn, dat een conservatieve therapie gestart wordt die onder andere bestaat uit rust, ontstekingsremmers en pijnstillers of een operatie van het gewricht.
Tijdens een operatie worden eventuele losse fragmenten verwijderd en worden kraakbeenbeschadigingen afgevlakt. Niet in alle gevallen is de operatie volledig uit te voeren omdat je soms niet bij de aangetaste plek of de losse fragmenten kunt komen.

fragementen van operatie fragementen van operatie
fragmenten verwijderd tijdens een operatie

Voor de paarden waarbij artrose zich heeft ontwikkeld en voor paarden na een chirurgische behandeling van het gewricht, zijn er behandelingsmethoden die de ongemakken verlichten en de reactie in het gewricht remmen:

  • Een rustperiode (geen totale boxrust) kan goed zijn in het begin van de therapie, maar in de praktijk blijkt dat regelmatig trainen aan de hand en een geleidelijke opbouw van de zwaarte van het werk goed te zijn om het herstelproces van het lichaam te activeren.
  • Fysiotherapie waaronder het passief bewegen van het gewricht en ter ondersteuning van het herstel van andere klachten die ontstaan zijn door de kreupelheid. Regelmatig ontwikkelen paarden met een kreupelheid die wat langer aanhoudt rugklachten. Fysiotherapie kan dan een aanvullende rol spelen voor de revalidatie van het paard.
  • Niet-steroide ontstekingsremmende (NSAID’s) medicijnen zijn de meest gebruikte medicijnen om de pijn te verlichten en een bijdrage te leveren aan het remmen van de ontstekingsreactie in het gewricht. Deze medicatie wordt oraal (langere periode) of per injectie toegediend.
  • Voor de behandeling op lange termijn zijn hyaluronzuur en glycosamino-glycanpolysulfaat en voedingssupplementen die collageen bevatten bruikbaar. Deze preparaten werken door de bouwstenen te leveren voor de opbouw en het behoud van gezond kraakbeen (met name de kraakbeenmatrix) en hebben daarnaast waarschijnlijk een ontstekingsremmende werking. Hyaluronzuur kan ook in het gewricht toegediend worden. De supplementen worden met name gebruikt indien het paard artrose heeft ontwikkeld.

Neem contact op met uw dierenarts indien u bovengenoemde symtonen bij uw paard ziet. De ingestelde therapie hangt af van verschillende factoren. Uw dierenarts kan bepalen welke therapie het meest geschikt is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid