Kreupelheidsonderzoek

Als een paard kreupel is kan het noodzakelijk zijn om een kreupelheidsonderzoek uit te laten voeren door een dierenarts.

PharmahorseAls een paard kreupel is kan het noodzakelijk zijn om een kreupelheidsonderzoek uit te laten voeren door een dierenarts. Dit onderzoek kan heel eenvoudig en kort zijn tot zeer uitgebreid. Dit hangt af van de aandoening. Een paard dat uit het weiland wordt gehaald en op drie benen loopt kan bijvoorbeeld een zoolzweer hebben. Wanneer de dierenarts dan een onderzoek uitvoert zal dit over het algemeen heel kort zijn. De symptomen die een paard over meestal bij een zoolzweer vertoont, heel erg kreupel, warme hoef, pijnlijke hoef bij bekloppen en een digitale pols (kloppende slagader in de kootholte) zijn heel kenmerkend waardoor de diagnose over het algemeen snel en makkelijk te stellen is. In veel acute gevallen van kreupelheid zoals bijvoorbeeld een verdraaiing van het kootgewricht zal het onderzoek ook kort zijn. Het paard is duidelijk kreupel, het kootgewricht is overvuld en vaak zit er zwelling om het gewricht, het is warm en pijnlijk. Anders is het in gevallen waarbij het paard al meerdere weken of maanden een (lichte of wisselende) kreupelheid toont. In deze tekst zal uitgelegd worden hoe een uitgebreid kreupelheidsonderzoek over het algemeen zal verlopen en welke mogelijkheden er zijn voor aanvullend onderzoek.

Foto 1: Luna
Het kreupelheidsonderzoek zal uitgelegd worden aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk. Onze patiënt (foto 1) is een 8 jarige haflinger merrie, Luna (naam is gewijzigd). Ze is sinds enkele maanden links voor onregelmatig en de eigenaar heeft gevraagd om een kreupelheidsonderzoek te doen.
Paard Luna

Nadat we alle informatie van de eigenaar hebben gekregen met betrekking tot de kreupelheid beginnen we met Luna eens goed te bekijken, van voor, van opzij en van achteren. We kijken of we zo op het eerste gezicht afwijkingen zien die opvallen. We kijken naar de stand van de benen, de bouw van het paard waaronder de rug en naar de bespiering. Belangrijk met betrekking tot de bespiering is de balans tussen de onderlijn en de bovenlijn. De bovenlijn bestaat uit alle spieren die de nek, hals, rug en het bekken laten strekken (rug hol maken) inclusief de broekspieren (bilspieren en de hamstrings), de onderlijn bestaat uit alle spieren die de nek, hals, rug en het bekken laten buigen. Daarnaast kijken we of we verschillen kunnen vinden in bespiering tussen links en rechts. Als een paard een tijd lang kreupel is en een been minder goed gebruikt kan het zijn dat de bespiering van dat been afneemt, maar andersom kan natuurlijk ook.

Foto 2: De bouw en de bespiering
Als we Luna goed bekijken vinden we geen ernstige afwijkingen met betrekking tot de bouw of bespiering (foto 2).
De bouw en de bespiering

Alleen de stand van de hoeven is niet helemaal optimaal. Beide hoeven (foto 3 en 4) zijn iets te lang omdat ze al wat langer op haar beslag staat, maar verder zijn de hoeven eigenlijk heel netjes. Er is ook geen duidelijk verschil tussen links voor en rechts voor. Bij paarden komt het vaak voor de de éne voorvoet wat steiler is dan de andere, maar dat is bij Luna niet het geval. Als we de voorhoeven optillen zien we dat Luna speciaal beslag heeft (foto 5). Ze heeft een ijzer met een zooltje. Tussen het zooltje en de hoef zitten siliconen. Dit beslag zorgt ervoor dat de trilling die ontstaat bij het neerzetten van het been vermindert en dat de druk over de hele hoef verdeeld wordt. Ondanks dit is Luna nog steeds licht kreupel.

Foto 3: linker hoef van Luna
Linker hoef

Foto 4: rechter hoef van Luna
Rechter hoef

Foto 5: speciaal beslag. Zooltje en siliconen
Zooltje en siliconen

We vervolgen ons kreupelheidsonderzoek met het stappen aan de hand op harde bodem op een rechte lijn. We laten het paard van ons af stappen en naar ons toe. We kijken hoe het paard zijn benen gebruikt en zijn hoeven neerzet. Het is ook goed om het paard vanaf de zijkant te bekijken. We kunnen dan goed zien of het paard bijvoorbeeld in alle kogels gelijkmatig doortreedt (veert) en of er afwijkende paslengtes zijn, waarbij het paard bijvoorbeeld één been minder ver naar voren brengt. Van de voorzijde gezien kunnen we goed zien of het paard knikt met het hoofd. Als het paard linksvoor kreupel is dan “valt” het op het rechter voorbeen om het linker voorbeen zo kort mogelijk en zo min mogelijk te belasten. Het dier knikt dan omlaag met het hoofd op het moment dat het op het gezonde been landt en gooit dus als het ware al zijn gewicht op dit been. Hiervoor moet de kreupelheid in stap wel ernstig genoeg zijn, want vaak toont het paard geen kreupelheid in stap. Vanaf de achterkant gezien beoordelen we de stand van het bekken. Een paard dat linksachter kreupel is laat het bekken vaak links wat zakken (afhangen).

Vaak zien we in de stap nog geen duidelijke kreupelheid en laten we het paard op de rechte lijn op harde bodem draven. De belasting op de benen is in de draf groter omdat het dier steeds 2 benen belast (diagonaalsgewijs) en met een soort “sprongetje” (zweefmoment) op de volgende twee benen terecht komt. We beoordelen het paard op dezelfde punten als in de stap. Het kan nu zijn dat het paard al een duidelijke kreupelheid laat zien, maar soms valt dat nog wel eens tegen.

We vervolgens ons onderzoek op de harde volte eerst in stap en daarna in draf. Kreupelheden worden onderverdeeld in belastingskreupelheid en bewegingskreupelheid. Natuurlijk kunnen er ook mengvormen voorkomen. Belastingskreupelheid wil zeggen dat het been het meest pijnlijk is op het moment dat het paard op het been staat en het been dus belast. Bewegingskreupelheid betekent dat het moment waarop het been naar voren gezwaaid wordt het meest pijnlijk is. Op de harde volte is de belasting van het binnenbeen erg groot. Als het paard belastingskreupel is aan bijvoorbeeld het linker voorbeen, dan zal het dier de grootste kreupelheid tonen als het kreupele been het binnenbeen is, in dit geval dus de volte linksom op de harde bodem. Bij een bewegingskreupelheid wordt meestal de grootste kreupelheid gevonden op zachte bodem en als het kreupele been het buitenbeen is. Dit omdat de pas naar voren groter is van het buitenbeen en op zachte bodem moet het been meer opgetild worden dan op harde bodem.

De meeste belastingskreupelheden hebben een oorzaak in de ondervoet terwijl de meeste bewegingskreupelheden vaak veroorzaakt worden door problemen in een hoger deel van het been. Dit is allemaal echter niet zwart en wit en sommige paarden houden er een “eigen mening” op na en laten hun kreupelheid niet zien “volgens het boekje”.

Foto 6 en 7: Monsteren in stap op de rechte harde lijn.
Onze patient laat in de stap op de rechte lijn (foto 6 en 7) geen afwijkingen zien. In draf op de rechte lijn “valt” zij op het rechtervoorbeen. Dat wil zeggen dat haar hoofd naar beneden knikt op het moment dat zij landt op het rechter voorbeen. Daaruit kunnen we concluderen dat zij linksvoor kreupel is.
Paard Luna Paard Luna

In stap op de volte links- en rechtsom zijn geen afwijkingen te zien. Op de linker volte toont Luna een duidelijke kreupelheid (foto 8). Op de rechtervolte is de kreupelheid nauwelijks te zien. We bekijken Luna ook op een zachte volte aan de longeerlijn. Op zachte bodem is de kreupelheid nauwelijks zichtbaar. We kunnen concluderen dat we te maken hebben met een belastingkreupelheid van het linker voorbeen. Waarschijnlijk zit het probleem in de ondervoet, maar dat weten we niet zeker daarom vervolgen we ons kreupelheidsonderzoek.

Foto 8: draf op de linker volte op harde bodem.
Paard draf

Nu we weten aan welk been Luna kreupel is gaan we dat been goed bekijken en alle structuren voelen en eventueel bekloppen om te zien of er een pijnlijke plek te vingen is.

Luna toont geen duidelijke afwijkingen aan haar benen. De gewrichten zijn niet overvuld en alle pezen voelen goed aan. Nergens zijn warme plekken te voelen ook niet op de hoef. Als we de hoef bekloppen reageert ze nergens pijnlijk. Eigenlijk zien haar benen er goed uit en kunnen we dus geen echte aanwijzingen vinden waar de kreupelheid vandaan kan komen.

Tijdens de buigproeven worden de gewrichten van het paard een bepaalde tijd op spanning gezet onder een bepaalde hoek. Niet alleen de gewrichten worden op spanning gezet maar natuurlijk ook allerlei structuren eromheen zoals de pezen, de gewrichtsbanden en de gewrichtskapsels. Bij het voorbeen worden de buigproeven van de ondervoet gedaan. Daarbij wordt het kootgewricht van het paard gebogen en onder spanning gehouden. Tijdens het buigen wordt ook gevoeld of de beweeglijkheid van het gewricht normaal is. Op het aanspannen kan het paard al pijnlijk reageren en dit is dan een aanwijzing dat er iets mis kan zijn. Nadat de ondervoet een minuut lang in deze positie is gehouden moet het paard in één keer rustig wegdraven. Als het paard erg kreupel weg draaft of meer dan 3 tot 4 passen kreupel draaft wordt de buigproef positief genoemd. Dit kan een aanwijzing zijn voor een blessure in de ondervoet. De voorknie en de schouder kunnen ook allebei onderzocht worden met behulp van buigproeven. De buigproef van de voorknie werkt hetzelfde als de buigproef van de ondervoet. Dit gewricht wordt 2 minuten gebogen gehouden waarna het paard ook weer weg moet draven. Het schoudergewricht (en daarmee eigenlijk ook de elleboog) kan gebogen en gestrekt worden waarbij gekeken wordt naar de beweeglijkheid van dit gewricht in vergelijking met het andere been en of het paard een pijnreactie geeft. Over het algemeen wordt er niet weggedraafd na het buigen of strekken van de schouder, maar wordt er gekeken of het paard het been terug wil trekken als het in uiterste stand gestrekt of gebogen wordt. Zo niet dan zou dit kunnen duiden op een pijnlijkheid. Het achterbeen kan ook onderzocht worden met behulp van buigproeven. Ook daar worden de ondervoet en het spronggewricht een bepaalde tijd in een bepaalde positie gehouden waarna het paard weg moet draven. De buigproef van het spronggewricht wordt ook wel spatproef genoemd. De knie en het heupgewricht kunnen op dezelfde manier onderzocht worden als het schouder gewricht.

Foto 9: buigproef van de ondervoet.
Bij Luna beginnen we met de buigproef van de ondervoet van het linker voorbeen aangezien we een belastingkreupelheid vermoeden en dat wordt vaak veroorzaakt door een probleem in de ondervoet. Tijdens het buigen van het kootgewricht valt op dat dit gewricht wat stijf aanvoelt en daardoor wat moeilijk te buigen is. Luna geeft geen pijnlijkheid aan bij het op spanning brengen van het gewricht maar als ze weg moet draven is ze duidelijk kreupel. Pas als ze weer terug komt draven is ze weer hersteld.
Buigproef van de ondervoet

We doen ook een buigproef van de ondervoet van het rechter voorbeen (foto 9) om deze te kunnen vergelijken met het linker been. Het rechter kootgewricht voelt wat soepeler aan en als Luna weg moet draven loopt ze helemaal goed.

Voor de zekerheid doen we ook de buigproef van de voorknie bij beide benen (foto 10). Dit levert geen resultaat op. Het onderzoek bevestigt dus ons vermoeden dat het om een kreupelheid vanuit de ondervoet gaat, maar buigproeven zijn niet zo zwart wit. Ook bijvoorbeeld de pezen worden onder spanning gebracht, dus daar zou ook het probleem vandaan kunnen komen.

Foto 10; buigproef van de voorknie.
buigproef van de voorknie

Nadat de buigproeven gedaan zijn hebben we een aanwijzing waar we de oorzaak van de kreupelheid kunnen vinden. Om hier meer zekerheid over te krijgen kunnen we het been van het paard uit verdoven. Het paard kan ons natuurlijk niet vertellen waar het pijn doet, maar omdat het been ergens pijn doet loopt het kreupel. Om uit te zoeken waar de kreupelheid precies vandaan komt kunnen we het been van onder naar boven uit verdoven. Hierbij wordt op bepaalde plaatsen waar de zenuwen van het been lopen een vloeistof ingespoten die ervoor zorgt dat de zenuwen geen pijn meer door kunnen geven aan het centraal zenuwstelsel (inclusief de hersenen). Wanneer we zo laag mogelijk in het been beginnen (dit wordt ook wel de takanesthesie genoemd) verdoven we de structuren in de hoef of soms zelfs slechts een deel ervan. Als het paard daarna rad loopt betekent dit dat de oorzaak van de kreupelheid in de hoef gezocht moet worden, waarna er aanvullend onderzoek gedaan kan worden zoals röntgenfoto’s. Het kan ook zijn dat het paard nog net zo kreupel loopt, dan zit de oorzaak niet in de hoef en kan er een verdoving gezet worden op een plaats hoger in het been. Meestal wordt er dan een verdoving gezet ter hoogte van het kootgewricht (dit wordt ook wel een distale anesthesie genoemd). Als het paard dan wel goed loopt betekent dit dat de oorzaak te vinden is boven de hoef, maar grofweg onder de plaats van de verdoving. Wanneer het paard nog steeds kreupel loopt kunnen de verdovingen steeds hoger in het been geplaatst worden (bijvoorbeeld de proximale anesthesie en de ulnaris). Naast de genoemde verdovingen kan er gebruik gemaakt worden van andere technieken en locaties waaronder ook de verdovingen van het gewricht zelf, waarbij er in de gewrichtsholte vloeistof ingespoten kan worden. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan om uit te sluiten of de oorzaak vanuit het hoefgewricht komt of vanuit een andere structuur in de hoef.

We besluiten om bij Luna ook een verdoving te zetten (foto 11 en 12). Omdat we vermoeden dat de oorzaak in de ondervoet te vinden is beginnen we met de laagste verdoving net boven de hoef in de kootholte (de takanesthesie). We tillen het been op en voelen of we de zenuw onder de huid kunnen voelen. Die is bij Luna makkelijk te vinden. We pakken een klein naaldje en prikken deze door de huid ter hoogte van de zenuw waarna we wat verdovingsvloeistof inspuiten. Er ontstaat een klein bolletje met vloeistof onder de huid. Als we het naaldje uit de huid halen komt er een beetje bloed vrij. Dit is normaal want vlak naast de zenuw lopen ook een adertje en een slagadertje die natuurlijk makkelijk geraakt kunnen worden door het naaldje. De zenuw loopt aan de binnen en de buitenkant van het been dus moeten we twee verdovinkjes zetten. We laten de vloeistof ongeveer 10 minuten inwerken en controleren dan met een beetje bot gemaakte naald of de huid vlak boven de hoef aan de voorkant en de achterkant van het been nog gevoelig is. Als de verdoving goed zit dan voelt het paard hier niets meer van. Luna trekt haar been niet terug bij deze controle, dus voelt ze op dit moment geen pijn meer. We laten haar nog een keer draven eerst op de harde rechte lijn en daarna linksom op de harde volte. Luna loopt nu weer helemaal goed. We weten nu dus zeker dat de oorzaak van de kreupelheid te vinden is in de hoef en voor verder onderzoek besluiten we om röntgenfoto’s te maken.

Foto 11 en 12: het zetten van een verdoving, de takanesthesie.
het zetten van een verdoving de takanesthesie

Nadat bepaald is in welk gebiedje de oorzaak van de kreupelheid ligt kan er vervolgonderzoek worden gedaan. Dit kan onder andere zijn het maken van röntgenfoto’s, het maken van een echo, een CT-scan, MRI, thermografie of scintigrafie.

Foto 13: röntgenfoto van de ondervoet van opzij genomen.
In het geval van Luna werd besloten om röntgenfoto’s te maken (foto 13). Deze toonden echter geen afwijkingen. Op de röntgenfoto zijn met name de benige delen (botjes) te beoordelen, maar niet of nauwelijks de pezen, banden, ligamenten en slijmbeurzen. In de ondervoet van het paard zitten een aantal van dit soort structuurtjes. Aangenomen kan worden dat daar de oorzaak van de kreupelheid ligt, maar er werd niet gekozen voor verder onderzoek.
röntgenfoto van de ondervoet

Neem contact op met uw dierenarts als uw paard kreupel is. Alleen uw dierenarts kan een diagnose stellen. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid