Knie op slot (patellafixatie)

Het kniegewricht is het gewricht wat zich bevindt aan het achterbeen tussen het bovenbeen (femur) en het scheenbeen (tibia).

Achtergrond

Het kniegewricht is het gewricht wat zich bevindt aan het achterbeen tussen het bovenbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). Bij het kniegewricht van het paard zijn 3 botdelen betrokken het femur, de tibia en de patella. De patella is de knieschijf die aan de voorzijde van de knie zit.
kniegewricht

Foto 1: boven een röntgenfoto van een normaal en gezond kniegewricht. Onder dezelfde röntgenfoto. Met de rode cijfers staan aangegeven:
1) De knieschijf, 2) Het bovenbeen (os femur), 3) Het scheenbeen (tibia). Met de gele lijntjes staan de rolkammen van het kniegewricht aangegeven. De knieschijf glijdt door een soort gleuf tussen de beide rolkammen van boven naar beneden en vice versa tijdens het buigen en strekken van het kniegewricht. Deze gleuf wordt de trochlea genoemd.
kniegewricht

Het kniegewricht bestaat eigenlijk uit twee gewrichten, namelijk het gewricht tussen bovenbeen en het scheenbeen en het gewricht tussen de knieschijf en het bovenbeen. Omdat deze twee gewrichten binnen één gewrichtskapsel liggen wordt het functioneel als één gewricht gezien. De gewrichten zijn verstevigd met ligamenten (gewrichtsbanden). De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel. Het kniegewricht heeft een binnenste band (mediale collaterale band) die in het gewrichtskapsel ligt en een buitenste band (laterale collaterale band) die net buiten het gewrichtskapsel ligt. Deze banden zijn vergelijkbaar met de enkelbanden die bij iedereen wel bekend zijn omdat veel mensen wel eens de ervaring gehad hebben om deze te blesseren na het verzwikken van de enkel. De binnen- en buitenband zorgen voor de zijdelingse stabiliteit van het gewricht.

Binnen in de knie bevinden zich de voorste en achterste kruisband. De voorste kruisband die voor de achterste kruisband aanhecht op het scheenbeen (de tibia) voorkomt dat het onderbeen naar voren schuift en de achterste kruisband voorkomt dat het onderbeen naar achteren verschuift.

De patella wordt op de plaats gehouden met 3 patella ligamenten; het laterale (buitenzijde), het mediale (binnenzijde) en het intermediaire (middelste) ligament. De patella glijdt met het buigen en strekken van het kniegewricht in een gleuf van boven naar beneden en weer terug. Die gleuf wordt de trochlea genoemd.

Als de knie op slot slaat wordt het achterbeen geblokkeerd en blijft de knieschijf vast zitten op het bovenbeen. Daardoor kan het kniegewricht niet meer buigen. Een paard heeft in het achterbeen een ingewikkeld bandensysteem waardoor als de knie op slot staat, de sprong ook geblokkeerd is. Dit heeft het volgende voordeel: Een paard slaapt of doezelt vaak staande. Dit kan omdat hij in staat is zelf zijn kniegewricht op slot te zetten. Dit doet hij door het mediale patella ligament over een uitsteeksel op het bovenbeen te haken met behulp van bepaalde spieren in het achterbeen. Het volledige been staat dan geblokkeerd en op deze manier hoeft het paard maar weinig spierkracht te gebruiken om te blijven staan. Het paard gaat dan met het andere been op rust staan en meestal brengt hij de voorbenen wat naar voren zodat hij "in de pezen kan gaan hangen". Ook in het voorbeen heeft het paard speciale pezige structuren die ervoor zorgen dat het paard kan staan met zo min mogelijk gebruik van de spieren. Het paard kan normaliter zelf de knie met behulp van spieren weer van "het slot" afhalen.

"Knie op slot" komt veel voor bij jonge paarden. Gedacht wordt dat dit komt doordat deze paarden nog weinig ontwikkelde spieren hebben en omdat de banden waarmee de patella vast zit dan nog slap zijn. De knieschijf kan ook vast blijven zitten door overrekking van de patellaligamenten. Daarnaast speelt erfelijke aanleg een rol en de stand van het achterbeen. Bij een O-benig paard of een paard met een steil achterbeen is de kans op een patellafixatie groter. Ook bij pony's en met name bij shetlanders wordt een patellafixatie vaak gezien. Bij deze dieren is er vrij regelmatig sprake van een stationaire patellafixatie waarbij de knieschijf niet meer los te krijgen is.

Symptomen en diagnose

Een paard met een knie op slot staat met het been (enigzins) gestrekt naar achteren en kan het kniegewricht en spronggewricht niet buigen. Als het paard moet bewegen dan brengt hij het aangetaste been gestrekt naar achteren en slepend met de toon over de bodem naar voren of maakt een beweging met het been buiten het lichaam langs. Door een schrikbeweging of een pas naar achteren kan de knieschijf weer los schieten. Dit wordt een habituele patellafixatie genoemd. Soms is het mogelijk de knieschijf met de hand weer los te krijgen.

Er zijn ook paarden die een hele lichte vorm tonen waarbij de knieschijf even vastschiet en direct spontaan weer losraakt. Vaak laten deze paarden het op slot schieten van de knie zien op een kleine volte bij het achterwaarts gaan en kort draaien. Meestal is het duidelijker in stap dan in draf.
De knieschijf kan ook permanent vast blijven zitten zodat het niet meer los schiet. Dat wordt een stationaire patellafixatie genoemd. Dit wordt nog wel eens gezien bij shetlanders.

Therapie

Bij lichtere vormen van een patellafixatie schiet de knieschijf vaak vanzelf weer los. Als het niet vanzelf losschiet kan de dierenarts met de hand de knieschijf weer los krijgen. Bij de lichtere vormen is het belangrijk om het beslag aan te passen. Daarbij wordt het beslag aan de buiten/achterkant verhoogd en aan de binnen/voorkant verlaagd (‘binnen door zetten’). Door deze stand glijdt de knieschijf meer naar buiten over het kniegewricht. Daarnaast is goede training erg belangrijk. Bij de training moet vooral de aandacht liggen op het sterker maken van de knieschijfbanden en de omliggende spieren. Dit kan ook in combinatie met fysiotherapie.
Als de knieschijf niet meer los te krijgen is met de hand is operatief ingrijpen noodzakelijk. Tijdens de operatie wordt de binnenste (mediale) knieschijfband doorgenomen.

Raadpleeg uw dierenarts indien u bovengenoemde symptonen bij uw paard ziet. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het meest geschikt is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid