Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een ontsteking tussen de hoornwand (hoefwand) en de voorzijde van het hoefbeentje.

Hoefbevangenheid

Achtergrond

Hoefbevangenheid is een ontsteking tussen de hoornwand (hoefwand) en de voorzijde van het hoefbeentje. Het komt meestal voor aan beide voorbenen, maar het kan ook rondom voorkomen of zelfs aan 1 been of alleen de achterbenen. Bij alle paardenrassen kan hoefbevangenheid voorkomen, maar Shetlanders, tinkers, haflingers, fjorden en koudbloeden in het algemeen zijn gevoeliger. De ondervoet van het paard is opgebouwd uit het pijpbeen, het kootbeen, het kroonbeen en het hoefbeentje.

Opbouw van de OndervoetFoto 1: opbouw van de ondervoet van het paard.

Van boven naar beneden:
- blauw omlijnd; pijpbeen
- roze omlijnd; kootbeen
- groen omlijnd; kroonbeen
- geel omlijnd; hoefbeen

 

 

De opbouw van de hoef

De hoef is opgebouwd uit meerdere onderdelen (figuur 1 en 2). De huid van het been is opgebouwd uit de buitenste laag, de opperhuid en een laag eronder, de lederhuid. De huid zet zich voort in de hoef als de opperhuid die dan hoornwand wordt genoemd en de (hoef)lederhuid. De kroonrand is de overgang van huid naar hoef. Daar groeit het hoorn; het wandhoorn. In de kroonrand worden hoornwandpijpjes gevormd die evenwijdig aan de hoef naar beneden groeien. De wand van de hoef groeit vanuit de kroonrand naar beneden.

De hoeflederhuid bevindt zich onder de harde laag hoorn en is geplooid. Deze plooien worden laminae genoemd. Het hoefbeen is het botdeel dat zich in de hoef bevindt. Het hoefbeen is bekleedt met hoeflederhuid en zit verbonden via de lamellen aan de hoornwand van de hoef. Door deze lamellen is deze verbinding erg sterk. Het hoefbeentje "hangt" dus, door middel van deze verbinding, als het ware in de hoef.
De hoeflederhuid produceert aan de onderkant van de hoef de zool en de straal. Aan de onderkant van de hoef in de zool loopt de ‘witte-lijn’ (foto 4; figuur 1). De witte-lijn is de verbinding tussen het hoorn van de wand en het hoorn van de zool. In deze lijn slaat de hoefsmid de nagels.

Opbouw hoefFiguur 1: opbouw hoef.
Deze tekening toont de opbouw van de hoef vanaf de onderzijde gezien wanneer er een dikke laag van de onderkant van de hoef verwijderd zou worden.
1) buitenste laag van het hoorn.
2) pijpjeshoorn.
3) witte lijn.
4) hoeflederhuid.
5) hoefbeentje.

Het hoefbeentje is bekleedt met hoeflederhuid die aan de kant van de hoornwand lamellen vormt. De hoornwand vormt aan de kant van de lederhuid hoornige lamellen. Hierdoor is de verbinding tussen de hoeflederhuid en de hoornwand heel sterk. Dit is te vergelijken met een soort vingertjes die in elkaar grijpen.

Het rode kadertje is uitvergroot weergegeven in schematische tekening 2.

uitvergroting opbouw hoefFiguur 2: uitvergroting opbouw hoef
1) buitenste laag hoorn.
2) pijpjeshoorn.
3) lamellen van de hoeflederhuid.
4) lamellen van het pijpjeshoorn.
5) hoeflederhuid.
6) hoefbeentje.

Op deze tekening is te zien hoe de lamellen van het hoorn en de lamellen van de hoeflederhuid in elkaar grijpen als vingertjes.

Het hoefbeentje (figuur 3) zit normaal gesproken dus verbonden met lamellen aan de hoornwand van de hoef. De lamellen van het hoefbeentje en de lamellen van de hoornwand grijpen als een soort vingertjes in elkaar waardoor de verbinding tot stand komt. Het hoefbeentje ligt dan evenwijdig aan de wand van de hoef. Als een paard hoefbevangen is, ontstaat er een steriele ontsteking (ontsteking zonder bacteriën) tussen de hoornwand en het hoefbeentje, waardoor de verbinding los kan laten. Het hoefbeentje kan dan in de hoefschoen gaan kantelen (figuur 4), gaan zakken of een combinatie (figuur 5) van deze twee laten zien. Als de kanteling (en eventueel het zakken) heel ernstig is, kan het hoefbeentje door de zool naar buiten komen.

opbouw hoefFiguur 3: schematische tekening opbouw hoef en hoefbeentjeHet hoefbeentje ligt evenwijdig aan de hoefwand. Indien er een röntgenfoto gemaakt wordt kan dit gecontroleerd worden door de afstand tussen het hoefbeentje en de hoornwand aan de bovenkant van het hoefbeen (met groen aangegeven) op te meten en de afstand tussen het hoefbeentje en de hoornwand aan de onderkant (aangegeven met oranje) van het hoefbeen op te meten. Deze beide afstanden moeten gelijk zijn, dan ligt het hoefbeentje mooi evenwijdig aan de hoefwand. De afstand bij een “gemiddeld” KWPN paard mag maximaal 20 mm zijn.

opbouw hoefFiguur 4: schematische tekening opbouw hoef en gekanteld hoefbeentje.
De afstand tussen de onderkant van het hoefbeentje en de hoefwand is langer dan de afstand tussen de bovenkant van het hoefbeentje en de hoefwand.
De afstand tussen de bovenkant van het hoefbeentje en de hoefwand is normaal (maximaal 20 mm bij gemiddelde KWPN-er). De afstand tussen de onderkant van het hoefbeentje en de hoefwand is groter dan normaal.

opbouw hoefFiguur 5: schematische tekening opbouw hoef en gekanteld én gezakt hoefbeentje
De afstand tussen de onderkant van het hoefbeentje en de hoefwand is langer dan de afstand tussen de bovenkant van het hoefbeentje en de hoefwand.
De afstand tussen de bovenkant van het hoefbeentje en de hoefwand is groter dan normaal en de afstand tussen de onderkant van het hoefbeentje en de hoefwand is ook groter dan normaal.

Het mechanisme waarvan men denkt dat hierachter zit is vrij ingewikkeld. Zoals eerder uitgelegd zijn de hoornwand van de hoef en het hoefbeentje met elkaar verbonden met behulp van de lamellen van de lederhuid. Dit is een hele sterke verbinding maar net zoals onze nagels die groeien vanuit de basis, groeien de hoeven vanuit de kroonrand. Dit betekent dat het nieuw gevormde hoorn naarmate de hoef verder groeit steeds verder op moet schuiven naar beneden toe, richting de draagrand. Wanneer de hoornwand een permanente verbinding heeft met het hoefbeentje is dit niet mogelijk. Aangenomen wordt dat er een soort proces gaande is waarbij het hoefbeentje en het hoorn "even los" van elkaar komen zodat het mogelijk is om hoefafgroei te krijgen. Dit gaat natuurlijk zeer geleidelijk en met hele kleine stapjes zodat er niet echt sprake is van volledig losraken van hoefbeen en hoornwand. Dit proces wordt geregeld door een enzymsysteem. De toxines die in het bloed terecht komen zoals boven beschreven zouden een direct effect hebben op deze enzymen waardoor het systeem ontregelt raakt en de hoornwand en het hoefbeentje wel echt los raken van elkaar waardoor een ontstekingsreactie ontstaat die de situatie verergert.

Een andere theorie is dat toxines een effect hebben op de doorbloeding van de ondervoet. Het paard heeft een heel ingenieus systeem van vaatjes en haarvaatjes in de hoef waardoor het mogelijk wordt om de bloedcirculatie nauwkeurig te regelen. Een paard kan bijvoorbeeld prima in de sneeuw wandelen zonder last te hebben van de "koude voeten". De bloedcirculatie wordt dan zo geregeld dat het niet door de kleinste vaatjes heen gaat maar er wordt een kortere route gekozen. Zo nu en dan wordt "de kraan" even opengezet en wordt het bloed wel door de kleinste vaatjes geleidt zodat alle weefsels van bloed en daarmee van zuurstof en voedingsstoffen voorzien worden.

Door de toxines zou de hoef niet meer van bloed voorzien worden doordat de kleinste vaatjes buitengesloten worden van de circulatie doordat alleen de kortere route open staat. Hierdoor krijgt het weefsel onvoldoende zuurstof en voedingstoffen, worden afvalstoffen niet goed afgevoerd en ontstaat een ontstekingsreactie. Ook zouden er bloedstolsels en propjes in de kleine vaatjes kunnen ontstaan wat ook weer voor ontstekingsreacties zorgt.

Behalve voeding (gras maar ook andere koolhydraatrijke voeders) zijn er nog andere oorzaken. Een paard kan ook door overbelasting hoefbevangen raken, als bijvoorbeeld één been pijnlijk is waardoor het andere been overbelast wordt. Ook ernstig overgewicht of lange afstanden draven op een harde bodem kan een overbelasting geven met hoefbevangenheid als gevolg. Waarschijnlijk speelt bij overgewicht nog een heel ander mechanisme een rol. Lees voor meer informatie de tekst: "Equine Metabool Syndroom".

Een andere oorzaak is een ontsteking ergens in het lichaam. Bijvoorbeeld een baarmoederontsteking nadat een merrie aan de nageboorte heeft gestaan. In dit geval gaat het ook om de toxinen van de betrokken bacteriën. Deze toxinen veroorzaken de hoefbevangenheid.

Een heel andere oorzaak is het gebruik van corticosteroïden. Deze middelen worden vaak gebruikt als zwellingsremmer of om ontstekingsreacties te remmen, zoals bij bijvoorbeeld staart en manen eczeem. Wanneer deze middelen gebruikt worden kan het risico op hoefbevangenheid beperkt worden door kortwerkende preparaten te gebruiken en deze ’s ochtends toe te dienen op het moment dat het paard zelf al een hoge waarde van dit hormoon in het bloed heeft.

Symptomen en diagnose

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de acute en de chronische vorm van hoefbevangenheid. Regelmatig ontstaat er een chronische vorm vanuit acute hoefbevangenheid. Meestal zijn beide voorbenen aangedaan. Ook is het mogelijk dat het paard een chronische hoefbevangenheid ontwikkelt zonder dat er eerst een acute vorm aan vooraf is gegaan. Dit kan in zo'n lichte mate zijn dat het niet als hoefbevangenheid wordt herkend, maar als wat gevoeligheid op de hoeven waar geen duidelijke oorzaak voor wordt gevonden. Vaak wordt dan als diagnose "een gevoelige zool" gesteld. Dit is een mogelijkheid en wordt vaak bevestigd door het maken van rontgenfoto's waarop dan een dunne zool wordt aangetroffen. Toch is het de overweging waard om ook in deze gevallen een lichte mate van chronische hoefbevangenheid niet uit te sluiten. Lees voor meer informatie de tekst: "Equine Metabool Syndroom".

De acute vorm begint met een paard wat “trippelt” van het ene op het andere (voor)been. Vaak wordt dit niet opgemerkt, want het paard is nog niet zo duidelijk pijnlijk. In een wat later stadium wil het paard niet meer lopen en wanneer het aangemoedigd wordt om wel te bewegen zal het heel kort lopen (“op eieren” lopen) en zoveel mogelijk gewicht op de achterhand houden, tenzij het dier ook achter hoefbevangen is. Als een paard alleen achter hoefbevangen is zal het juist de voorbenen onder het lichaam brengen om zo gewicht op de voorhand te plaatsen. De hoef wordt anders neergezet, namelijk met de achterzijde van de hoef wordt de grond als eerste geraakt. Als het paard van voren af bekeken wordt terwijl het stapt, ziet men de toon opwippen en wordt soms zelfs de zool zichtbaar. De hoeven zijn warm en pijnlijk als er op de voorzijde of onder de zool voor de punt van het straalbeentje met een hamertje op getikt wordt. Als het hoefbeentje gekanteld en/ of gezakt is kan de zool aan de onderzijde van de hoef wat opbollen of in ernstige gevallen wordt het hoefbeentje zichtbaar door de zool heen.

Foto 2: locatie waar de digitale pols gevoeld kan worden.

digitale pols Tevens is er een digitale pols te voelen. Dat wil zeggen dat het slagadertje in de kootholte duidelijk pulseert. De plaats waar de digitale pols gevoeld kan worden is te zien op de foto. Normaal gesproken zijn de pulsaties niet of nauwelijks te voelen. Door de ontsteking in de hoef wordt er meer bloed naar de hoef getransporteerd, waardoor de pols in de kootholte wel goed te voelen is. Natuurlijk is er ook een digitale pols te vinden als er sprake is van een zool/ hoefzweer, want in dat geval gaat het ook om een ontsteking in de hoef. Na het werk kan soms ook een digitale pols gevoeld worden. Dit hoeft niet afwijkend te zijn. Om te controleren of het hoefbeentje gezakt en/of gekanteld is, kunnen er röntgenfoto’s gemaakt worden.

hoefbeentje hoefbeentjeFoto 3: dit is een röntgenfoto van een paard waarbij de positie van het hoefbeentje normaal is. Het hoefbeentje ligt evenwijdig aan de hoornwand. Dit is in de rechter foto zichtbaar gemaakt met behulp van de rode lijntjes. De afstand tussen het hoefbeentje tot aan de hoornwand is aan de bovenzijde en de onderzijde gelijk. Het hoefbeentje is dus niet gekanteld. Uit metingen bleek ook dat de afstand tussen het hoefbeentje en de hoornwand binnen normaalwaarden viel wat betekent dat er geen sprake is van een verzakking van het hoefbeentje.

hoefbevangen hoefbevangenFoto 4: dit is een röntgenfoto van een paard dat ernstig hoefbevangen is. Op de rechterfoto is met de rode lijntjes aangegeven dat de afstand tussen de hoornwand en het hoefbeentje aan de bovenkant kleiner is dan aan de onderkant van de hoef. Dit betekent dus dat het hoefbeentje in ieder geval gekanteld is. Uit metingen bleek dat er tevens sprake was van een verzakt hoefbeentje.

 

Foto 5: divergerende ringen in de hoornwand.

hoornwandAls een paard chronisch hoefbevangen is, dan ontstaan er ringen in het hoorn van de hoef die niet mooi parallel lopen, maar divergeren.
Dat wil zeggen dat ze aan de voorzijde van de hoef op bv een cm afstand van elkaar over de hoef lopen en naar achteren (richting verzenen) wordt de afstand tussen de ringen groter, bijvoorbeeld anderhalve cm.

 

Foto 6: verbreding van de witte lijn.

hoornwandDaarnaast wordt de witte lijn bij een chronisch bevangen paard aan de onderzijde van de hoef breder. Dit is op de foto aangegeven tussen de rode streepjes. De witte lijn heeft in het gebied van de verzenen nog wel een normale breedte, maar in het toongedeelte is te zien dat de witte lijn veel breder is geworden.

 

 

 

 

Foto 7: de belijning van de voorzijde van de hoef vertoond een knik.

hoornwandEen ander teken van chronische hoefbevangenheid is dat de toon van de hoef aan de voorzijde wat opwipt. Er zit een soort knik in de belijning van de voorzijde van de hoef. Dit komt omdat het hoorn van de verzenen normaal groeit, terwijl het hoorn aan de voorzijde van de hoef (de toon) minder snel groeit.

 

Therapie

In principe is hoefbevangenheid een spoedgeval, want des te eerder de therapie wordt ingesteld des te groter de kans op herstel. De therapie bestaat uit ontstekingsremmers, pijnstillers, bloedverdunners en een middel om de doorbloeding in de hoef te verbeteren doordat de kleine vaatjes die onder andere in de hoef lopen verwijd worden. Om pijn te verlichten wordt het hoefijzer eraf gehaald en worden de hoeven in nat verband gezet of wordt het paard bijvoorbeeld op nat zand gezet. De kou van het water remt de ontsteking en omdat de hoef wat zachter wordt, neemt ook de pijn af. Soms wordt om die reden de toon wat dunner gemaakt, zodat deze wat soepeler wordt en ruimte geeft aan de ontsteking waardoor ook de pijn minder wordt.

Het paard moet in eerste instantie rust hebben aangezien de diepe buigpees aanhecht aan het hoefbeen en iedere keer als een paard beweegt trekt deze pees aan het hoefbeen waardoor de kans op kanteling toe neemt. Als het paard goed reageert op de therapie kan wat beweging gunstig zijn voor het herstelproces. Vaak is het voldoende om het paard op zachte bodem te laten stappen en dan bijvoorbeeld door het dier in een paddock te zetten zodat het zelf kan bepalen hoeveel het wil lopen. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat het paard "uit z'n bolletje gaat" en hard rondjes gaat rennen. Het hangt dus af van het paard en de situatie wat de juiste hoeveelheid beweging is en de manier waarop dat gegeven kan worden. Overleg hierover altijd met de dierenarts die je paard onder behandeling heeft.

De voeding moet aangepast worden. Het paard moet van het krachtvoer afgehaald worden en op oud hooi gezet worden dat uiteraard wel schimmelvrij is. Oud hooi is hooi van "vorig jaar". Het beste kun je kiezen voor stengelig hooi, omdat dat weinig snelverteerbare koolhydraten bevat. Als een paard eenmaal hoefbevangen is geweest blijft het dier hier gevoelig voor en is het dus altijd oppassen met voer met veel koolhydraten en de andere oorzaken van hoefbevangenheid moeten in de gaten worden gehouden.

Er zijn verschillende meningen over de therapie. Soms wordt er ook gebruik gemaakt van mechanische ondersteuning van het hoefbeentje dat de neiging heeft om te zakken en/of te kantelen. Deze ondersteuning ontstaat ook enigszins wanneer een paard op nat zand staat, maar het ondersteunen van de straal kan ook bereikt worden door bijvoorbeeld een rolletje verband onder de straal te tapen. Soms wordt ervoor gekozen om een paard in het gips te zetten, dit ook ter ondersteuning en ter vermindering van de pijn.

Als de acute fase voorbij is kan ook met behulp van hoefbeslag verdere verbetering bereikt worden. Er worden meerdere soorten hoefbeslag gebruikt zoals heartbar shoes, omgekeerd ijzer met zooltje of een voorijzer met twee lippen en een zooltje eventueel met siliconen. Er wordt getracht om de druk in het toongedeelte van de hoef laag te houden (pijnlijkheid tegen gaan) en het hoefbeentje te ondersteunen door ondersteuning van de straal.

Er kan ook voor gekozen worden om de verzenen van het paard met behulp van een wig wat hoger te zetten. Dit zou ervoor zorgen dat de diepe buigpees minder op spanning staat en daardoor minder trekt aan het hoefbeentje waardoor de kans op verder kantelen of zakken afneemt. Ook de pijnlijkheid zou hierdoor afnemen. Aan de andere kant wordt de voorzijde van de hoef extra belast omdat het paard "op hakken loopt". En juist het toongedeelte van de hoef is pijnlijk omdat daar het grootste deel van het pijnlijke ontstekingsproces afspeelt tussen hoefbeen en hoornwand.

De prognose is afhankelijk van de mate van hoefbevangenheid, hoe snel de therapie ingesteld is en hoe goed het paard op de therapie reageert. Wanneer de therapie snel ingesteld wordt en uit röntgenfoto’s blijkt dat er geen sprake is van kanteling of zakken van het hoefbeen kan er goed herstel optreden. Als het hoefbeentje wel gezakt of gekanteld is zijn de vooruitzichten minder goed, maar met hoefbeslag of goede hoefverzorging (bekappen) kunnen dan nog wel eens goede resultaten behaald worden. Uiteraard hangt dat wel af van de mate van kanteling en/of verzakken en of de hoefbevangenheid recidiveert.

Recente inzichten

Een van de meest recente inzichten met betrekking tot hoefbevangenheid is het Equine Metabool Syndroom. Equine staat voor paard, metabool betekent stofwisseling en een syndroom omvat een aantal ziektesymptomen of kenmerken die bij een bepaalde ziekte worden waargenomen.

Een ander inzicht
Aangezien hoefbevangenheid in veel gevallen veroorzaakt wordt door toxinen (giftige stoffen) vanuit het maag-darmkanaal of elders uit het lichaam lijkt het een logische gedachte om zo snel mogelijk deze toxines uit het lichaam te verwijderen. Giftige stoffen kunnen door het paard via de lever en de gal, de nieren, de huid, het speeksel en het zweet uitgescheiden worden. Het grootste gedeelte wordt verwijderd via de lever en de gal (en daarna uitgescheiden via het maag-darmkanaal) en de nieren. Om het paard hierbij te ondersteunen is het mogelijk om een ontgiftingskuur te geven. Hiervoor kun je het beste contact opnemen met een natuurgeneeskundige. Hij of zij kan met behulp van bijvoorbeeld kruiden(thee) je paard helpen zichzelf te reinigen. Van kruiden als mariadistel en brandnetel is bekend dat zij een reinigende werking hebben. Eventueel kan ook gekozen worden voor een inwendige kleikuur. Klei heeft als eigenschap dat het bepaalde deeltjes en stoffen aan zich bindt. Hierdoor kan het toxische stoffen in het darmkanaal aan zich binden waardoor ze niet opgenomen worden en in de bloedbaan terecht komen. Met name als de hoefbevangenheid is ontstaan vanuit een verstoring in het maag-darmkanaal kan dit effectief zijn. Dit is in alle situaties waarbij paarden door het eten van een te grote hoeveelheid snelverteerbare koolhydraten hoefbevangen zijn geraakt door een verstoring van de maag-darm flora. Laat je goed informeren door een natuurgeneeskundige en pas deze therapie alleen toe naast de reguliere therapie.

Neem direct contact op met uw dierenarts als uw paard verschijnselen vertoont van hoefbevangenheid. Des te eerder een therapie ingesteld kan worden hoe beter. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid