Enquine Metabool Syndroom

Een van de meest recente inzichten met betrekking tot hoefbevangenheid is het Equine Metabool Syndroom.

Een van de meest recente inzichten met betrekking tot hoefbevangenheid is het Equine Metabool Syndroom. Equine staat voor paard, metabool betekent stofwisseling en een syndroom omvat een aantal ziektesymptomen of kenmerken die bij een bepaalde ziekte worden waargenomen.

Paarden met het Metabool Syndroom (EMS) hebben vaak overgewicht en zijn gevoelig voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid. Het overgewicht kan zich uiten in vetopslag evenredig verdeeld over het gehele lichaam of lokaal waarbij we het meestal aantreffen in de nekband, die dan duidelijk dik en vaak verhard is. De hoefbevangenheid kan duidelijk of in lichte mate zijn waardoor het niet goed herkenbaar is. Het kan een chronische of sluimerende hoefbevangenheid zijn die zo nu en dan opflakkert. Op het eerste gezicht is er geen duidelijke oorzaak aan te geven voor het ontwikkelen van de hoefbevangenheid zoals het plotseling overeten aan grote hoeveelheden krachtvoer of het gras uit een vette voorjaarsweide of een ontsteking ergens in het lichaam zoals een baarmoederontsteking na een bevalling. Er lijkt dus een intrinsieke gevoeligheid voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid bij deze paarden aanwezig te zijn. In de tekst zal duidelijk worden hoe dit in elkaar steekt.

Bij paarden met EMS wordt een perifere insulineresistentie gemeten. De bloedsuikerspiegel is normaal, maar vaak wordt wel een waarde aangetroffen die dicht tegen de bovengrens aanligt van wat gezien wordt als de correcte waarden in een gezond lichaam. Dit wordt ook wel een hoognormale waarde genoemd. Bij sommige van deze paarden komen ook spierproblemen voor waarbij er sprake is van een soort lichte vorm van spierbevangenheid. Dit zou verklaart kunnen worden door de disbalans met betrekking tot de insuline huishouding, maar ook kunnen spierproblemen optreden, secundair aan chronische pijn of discomfort in de hoeven.

Laten we eerst eens wat dieper ingaan op de insulineresistentie.

Perifere insulineresistentie

Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier gemaakt wordt en een zeer belangrijke functie heeft bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel. Hormonen in het algemeen zijn boodschapperstofjes die samen met het zenuwstelsel alle lichaamsfuncties regelen. Na het eten wordt het voedsel verteerd in het maag-darmkanaal. Het voedsel is opgebouwd uit vetten, eiwitten en koolhydraten. Daarnaast bevat het natuurlijk onder andere vitamines, mineralen en sporenelementen.

Koolhydraten kunnen onderverdeeld worden in langzaam- en snel verteerbare koolhydraten. Snel verteerbare koolhydraten zijn kortketen suikermoleculen zoals glucose (=suiker). Langzaam verteerbare koolhydraten bestaan uit lang keten suikermoleculen; dit wil zeggen dat er een aantal suikermoleculen aan elkaar gekoppeld zit. Een voorbeeld van langzaam verteerbare koolhydraten is bijvoorbeeld te vinden in groenten zoals sperziebonen en andijvie. Ook deze voedingsmiddelen bestaan voornamelijk uit koolhydraten maar worden langzaam verteerd en langzaam en geleidelijk opgenomen via het maag-darmkanaal.

De snel verteerbare koolhydraten worden snel na het eten opgenomen via de darmwand en komen in het bloed terecht. Daar zorgen ze voor een flinke en abrupte stijging van de bloedsuikerspiegel. De alvleesklier reageert hierop door veel insuline af te geven aan het bloed. Dit komt terecht bij de cellen van de lichaamsweefsels zoals de spieren. Op de celwand zitten receptoren (ontvangers) die gevoelig zijn voor insuline. Zodra insuline koppelt aan zo’n receptor neemt het (spier)weefsel suiker (glucose) op waarna het als brandstof gebruikt kan worden om energie te leveren voor bijvoorbeeld beweging en om de algemene celfuncties mogelijk te maken (het onderhoud van de cellen). Als het glucose aanbod hoger is dan de energie die het lichaam op dat moment nodig heeft wordt het “ te veel” opgeslagen als glycogeen of als vet. Insuline zorgt er dus voor dat wanneer het suikergehalte in het bloed stijgt, dit weer genormaliseerd wordt door de opname van glucose door verschillende weefsels. Daarnaast heeft insuline als effect dat de vetopslag gestimuleerd wordt en de vetbranding tegengegaan wordt.

Het hele proces rondom de bloedsuikerspiegel gaat verkeerd op het moment dat er een “ perifere insulineresistentie” optreedt. Perifeer betekent letterlijk “aan de buitenkant” wat in dit geval betekent: de receptoren op de cellen van het lichaamsweefsel. Resistentie betekent hier dat de insuline receptoren (veel) minder gevoelig zijn voor insuline, waardoor de hoeveelheid insuline (veel) hoger moet zijn voordat glucose in voldoende mate wordt opgenomen door de weefsels en de bloedsuikerspiegel weer genormaliseerd wordt.

Gedacht wordt dat herhaaldelijke blootstelling aan voeding wat een (relatief) hoog percentage snel verteerbare koolhydraten bevat een perifere insulineresistentie kan veroorzaken. Het veroorzaakt immers iedere dag een aantal malen opnieuw een abrupte, flinke stijging van de bloedsuikerspiegel waardoor de alvleesklier een grote hoeveelheid insuline af moet geven en de receptoren op de cellen steeds bestookt worden met grote hoeveelheden van dit hormoon. Bekend is dat dit een verminderde gevoeligheid van de receptoren veroorzaakt. (Ter vergelijking, wanneer je ergens een pijnlijke plek hebt bijvoorbeeld in een spier kun je er op drukken. In eerste instantie wordt de pijn erger, maar na een paar seconden wordt de pijn minder omdat de zenuw ongevoeliger wordt, dit werkt volgens een vergelijkbaar principe).

Nu moet de alvleesklier steeds meer insuline af gaan geven om de bloedsuikerspiegel binnen de juiste grenzen te houden, wat zeer belangrijk is voor het functioneren van het lichaam. Hierdoor worden de insuline receptoren steeds ongevoeliger en kom je in een vicieuze cirkel terecht.

De hoeveelheid glucose in het bloed wordt door het lichaam normaal gesproken zeer nauwkeurig gereguleerd omdat een (langdurige) verstoring hiervan tot ernstige gevolgen kan leiden. Langdurige verhoging van de bloedsuikerspiegel bij mensen met suikerziekte (diabetes mellitus) kan problemen veroorzaken in de doorbloeding van lichaamsuiteinden. De kleine bloedvaatjes kunnen beschadigd en verstopt raken door kleine bloedpropjes, daarnaast kan bijvoorbeeld in de voeten de gevoeligheid afnemen waardoor wondjes minder snel opgemerkt worden en de genezing is vertraagd door de problemen met de glucose huishouding.

Bij het paard lijkt een overeenkomstig proces op te treden in de bloedvaten en doorbloeding van de hoef. Aangetoond is dat een hoog insuline gehalte in het bloed zorgt voor schade aan en het slecht functioneren van de binnenste laag van de bloedvaatjes van de voet en het samentrekken van de kleine (haar)vaatjes in dit gebied. Algemeen aangenomen wordt dat dit een van de mechanismen is waardoor een paard hoefbevangen raakt.

Bij de mens komt overigens het Humane Metabool Syndroom voor wat de volgende symptomen omvat: Overgewicht, diabetes mellitus (perifere insulineresistentie), verhoogd cholesterol en verhoogde bloeddruk.

De diagnose

Equine metabool syndroom kan aangetoond worden door insuline te meten. Dit is dan (vele malen) verhoogd. Wellicht is de betekenis van verhoogd insuline nog niet algemeen aanvaard omdat de algemene mening is dat het een onbetrouwbare meting is die afhankelijk is van wat en wanneer een paard gegeten heeft en daarmee dus afhankelijk van de bloedsuikerspiegel. Een enkele meting is dan ook niet erg betrouwbaar. Wanneer wel gekozen wordt voor een eenmalige meting kan deze het beste uitgevoerd worden in de ochtenduren en nadat het paard 6 uur gevast heeft. De omstandigheden zijn dan zo veel mogelijk gestandaardiseerd wat wil zeggen dat een verhoogd insuline in het bloed niet komt door allerlei externe factoren zoals wanneer het paard bijvoorbeeld kort van te voren een grote hoeveelheid snel verteerbare koolhydraten heeft gegeten.

Nog betrouwbaarder is de glucose tolerantie test. Hierbij krijgt het paard een bepaalde hoeveelheid suiker toegediend en wordt in het bloed op vaste tijdstippen gemeten hoe hoog de glucosespiegel en de insuline spiegel zijn. Deze test kan ook gecombineerd worden met het toedienen van insuline direct na de toediening van glucose waarna ook weer de suikerspiegel en de insuline spiegel gemeten worden.

Naar boven

Equine Metabool Syndroom vs het Syndroom van Cushing

Vroeger werd aangenomen dat suikerziekte niet voorkomt bij het paard alleen in het geval van de ziekte van Cushing. Bij deze ziekte is de cortisolspiegel duidelijk verhoogd wat zorgt voor een verhoogd glucose en daarmee een perifere insulineresistentie. Nu wordt dus toch steeds meer aangenomen dat suikerziekte wel voorkomt bij het paard in een soort lichte vorm waarbij wel sprake is van een perifere insulineresistentie, maar waarbij niet de bloedsuikerspiegel verhoogd is en geen suiker in de urine wordt aangetroffen zoals bij diabetes mellitus in optima forma. In de praktijk worden tegenwoordig ook vaker paarden aangetroffen die hun suikerspiegel niet meer helemaal binnen de grenzen kunnen houden en dus weldegelijk diabetes mellitus ontwikkelen zonder dat ze het Syndroom van Cushing hebben. Dus zullen we onze inzichten moeten bijstellen.

Paarden met het Syndroom van Cushing zijn ook vaak gevoelig voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid. Aangenomen werd dat dit komt door de verhoogde cortisolspiegel, maar het is niet duidelijk hoe dit mechanisme dan precies werkt. Waarschijnlijk wordt de hoefbevangenheid dus ook in dit geval veroorzaakt door de verhoogd bloedsuikerspiegel en daarmee de verhoging van insuline.

Het Syndroom van Cushing, met name in het beginstadium, en EMS kunnen behoorlijk op elkaar lijken. De grootste verschillen zijn dat paarden met het Syndroom van Cushing vaak een lange krullerige vacht krijgen, moeilijk door de periode van verharen heen komen van winter- naar zomerseizoen, veel drinken en veel plassen door suiker in de urine, afname van de spiermassa ontwikkelen en vaak een hogere leeftijd hebben waarop ze de symptomen laten zien. Paarden met EMS zijn meestal tussen de 5 en 15 jaar oud wanneer de eerste symptomen duidelijk worden.

Een andere reden waarom het soms lastig is om onderscheid te maken tussen Cushing en EMS is dat wanneer een paard in een staat van overgewicht raakt en het vetweefsel veel vet opslaat er van alles mis gaat in de hormoonhuishouding in dit weefsel. Vetweefsel blijkt niet zomaar een orgaan te zijn dat reserves op kan slaan voor een periode van schaarste en voor isolatie zorgt in tijden van kou, maar het is een orgaan dat een uitgebreid hormoonsysteem bestuurt. Door de verstoring van dit systeem komen er ontstekingsfactoren vrij. Dit zijn stoffen die er direct of indirect voor zorgen dat het vetweefsel kan gaan ontsteken. Dit is zichtbaar bij paarden die een lokale vetopslag vertonen in de nekband, vaak is deze verhard of zitten er harde plekken in die ook pijnlijk kunnen zijn.

Daarnaast zorgen de ontstekingsfactoren ervoor dat de lever bepaalde eiwitten gaat produceren die als effect hebben dat het lichaam in een staat van lichte algehele chronische ontstekingstoestand raakt. Dit zorgt voor een algemeen verminderde gezondheidstoestand zonder duidelijke symptomen of symptomen die specifiek zijn voor een bepaalde ziekte. Wat verminderd uithoudingsvermogen, lichte spierproblemen (vergelijkbaar met spieren die moe aanvoelen of lichte chronische spierpijn), verhoogde vatbaarheid voor infectieziekten zoals verkoudheden, wat doffe vacht en wat minder goed verharen. Een aantal van deze symptomen wordt ook gevonden bij Cushing. In twijfelgevallen of in gevallen waarbij het paard geen Cushing blijkt te hebben maar er weldegelijk reden is om aan te nemen dat er wat mis is is het dus raadzaam om naast het testen op Cushing ook te testen op EMS/ perifere insulineresistentie.

Naar boven

Preventie van het Equine Metabool Syndroom en het “ managen” van een paard met het Metabool Syndroom

  • Zorg dat je paard voeding krijgt die geen snel verteerbare koolhydraten bevat of probeer tenminste dit percentage zo laag mogelijk te houden. Met name krachtvoer bevat een hoog percentage snel verteerbare koolhydraten, wees hier dus terughoudend mee en indien krachtvoer nodig is kies dan een krachtvoer zonder toegevoegde suikers zoals melasse. Melasse wordt gebruikt om het voer smakelijk te maken, want ook paarden houden van zoet. Ook zetmeel is een bron van snelle koolhydraten.
    Een paard is van nature niet gewend om snelle koolhydraten te eten waardoor de fysiologie van het lichaam daar niet op aangepast is. Tegenwoordig zijn er steeds meer voerfabrikanten die krachtvoer produceren dat geschikt is voor paarden die gevoelig zijn voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid, laat je hier goed over informeren.
  • Wees voorzichtig met weidegang. Paarden zijn van nature gewend om gras (en andere planten) te eten, maar het gras in onze weides is niet het oorspronkelijke gras. Het gras dat gezaaid wordt bevat veel meer suikers dan het “oergras” en heeft daarmee andere (voor graswinning) gunstige groei eigenschappen. Je kunt de fructaan index raadplegen om in te schatten wat de veiligste momenten zijn om je paard op de wei te zetten. Kort gras betekent niet per definitie dat het veilig is om een paard dat gevoelig is voor hoefbevangenheid op te weiden. Natuurlijk is het wel belangrijk dat je paard veel beweging krijgt, kies desgewenst voor een zandbodem waarop je ruwvoer verstrekt. Voor sommige paarden met EMS zorgt weidegang voor dusdanig veel problemen dat dit niet meer mogelijk is. Een graasmasker kan helpen om de hoeveelheid gras die een paard op het weiland kan eten te beperken.
  • Zorg voor voldoende ruwvoer van goede kwaliteit maar wat niet te rijk is. Hooi heeft de voorkeur boven kuilgras. Een paard is gebouwd om grote hoeveelheden ruwvoer te veteren. Als een paard eenmaal het Equine Metabool Syndroom heeft ontwikkeld, kies dan voor hooi dat “ arm” is maar wel van goede kwaliteit in de zin dat het vrij is van schimmel en bijvoorbeeld niet muf ruikt. Het is mogelijk om de energiewaarde van het hooi te laten meten, maar iedere partij hooi kan behoorlijk variëren in energiewaarde. Houvast biedt de structuur van het hooi. Hooi dat heel stengelig is heeft een lage energie waarde en is daarmee geschikt voor paarden met EMS. Hooi dat veel blad bevat heeft een hogere energie en suikerwaarde en is daardoor niet geschikt.
  • Geef het paard ruwvoer voordat je krachtvoer geeft. Als je ervoor kiest om je paard ook krachtvoer te geven geef dan eerst het ruwvoer en daarna het krachtvoer. Wanneer het paard al een volle maag heeft door het ruwvoer is de kans groot dat hij het krachtvoer wat langzamer opeet en omdat de maag al gevuld is met ruwvoer is de maaglediging vertraagd wat te samen zorgt voor een geleidelijkere opname van de koolhydraten uit de voeding.
  • Verdeel de portie krachtvoer over meerdere kleine porties per dag. Hierdoor is de opname van krachtvoer gelijkmatiger en daarmee de opname van koolhydraten waardoor de bloedsuikerspiegel ook meer gelijkmatig zal zijn.
  • Voorkom overgewicht. Geef je paard de juiste voeding in de juiste hoeveelheid. “ Voeren doe je met je ogen”. Dat wil zeggen kijk hoe je paard het doet op een bepaalde hoeveelheid en soort voer. Een paard in het wild besteedt ongeveer 15-16 uur aan eten, maar moet wel 30 tot 50 km per dag afleggen om het voedsel te verzamelen. Vaak wordt aangeraden om paarden onbeperkt ruwvoer aan te bieden of in ieder geval uit te gaan van zo’n 10 kg ruwvoer voor een gemiddelde KWPN-er. Echter als een paard weinig beweegt om wat voor reden dan ook kan dit toch leiden tot overgewicht wat een nadelig effect heeft op EMS en de algehele gezondheid. Soms is het niet mogelijk om een paard veel beweging te geven, bijvoorbeeld wanneer het dier pijnlijke voeten heeft door de hoefbevangenheid of te kampen heeft met andere blessures. Wanneer je besluit om een paard af te laten vallen zorg dan dat het paard geleidelijk gewicht verliest. Te snelle afname van gewicht kan zorgen voor een hogere insuline ongevoeligheid en brengt het paard op andere manieren in de problemen waardoor het schade aan de gezondheid kan geven. Onder andere door de grote hoeveelheid vetten die dan in het bloed circuleren en toxines die in grote hoeveelheden vrij kunnen komen vanuit het vetweefsel. Veel giftige stoffen worden door het lichaam afgevoerd of opgeslagen in het vetweefsel. Bij een geleidelijke afname van het lichaamsgewicht komt er een kleine geleidelijke hoeveelheid toxines vrij die door het lichaam afgevoerd kan worden. Het is wel te overwegen om een paard in deze situatie te ondersteunen met een detox (ontgiftings) kuur. Raadpleeg hierover een natuurgeneeskundige, hij of zij kan adviseren welke kuur geschikt is en wat het juiste moment is om deze kuur te starten.
  • Zorg voor voldoende beweging. Dit gaat overgewicht tegen. Duurtraining (lange afstanden op een rustige tempo) zorgt voor vet verbranding wat natuurlijk gunstig is in het geval van overgewicht. Daarnaast verhoogt (spier) arbeid de gevoeligheid van de insuline receptoren waardoor de suikeropname verbeterd wordt.
    Hoog insuline zorgt overigens ook voor vetopslag omdat een hoge insuline spiegel in het bloed een signaal is voor het lichaam dat er een te veel is, een overschot aan energie. Het lichaam is ingesteld op “ niets verspillen” en “ opslaan voor een periode van voedsel schaarste”. Met een voorraadje vet kun je een “hongerwinter” doorkomen, maar ja tegenwoordig maken onze paarden geen periode van schaarste meer mee waardoor ze altijd in een soort opslagfase blijven. Ik wil hier natuurlijk niet mee zeggen dat je een paard een paar maanden honger moet laten lijden om zo een natuurlijk proces na te bootsen, maar het maakt wel duidelijk waarom we moeten zorgen dat paarden absoluut geen overgewicht krijgen!
  • De gevoeligheid van een paard om het Equine Metabole Syndroom te ontwikkelen is per paard verschillend. Er lijkt een erfelijke factor te zijn aangezien bepaalde rassen gevoeliger zijn dan andere. Juist de paarden die erom bekend staan dat ze weinig in onderhoud kosten omdat ze “ arm gehouden” kunnen worden zijn gevoeliger evenals bijvoorbeeld Welsh pony’s en Shetlanders. Ook lijkt EMS in bepaalde foklijnen vaker voor te komen dan bij andere.
  • Het lijkt raadzaam om een paard dat alleen op “arm” ruwvoer staat een supplement te geven dat corrigeert voor de verschillende vitaminen en mineralen. Een goed krachtvoer zou daarin moeten voorzien, maar als ervoor gekozen wordt om het paard geen krachtvoer aan te bieden moet wel de vitaminen en mineralen balans in de gaten gehouden worden. Raadpleeg daarvoor uw dierenarts of een voedingsdeskundige en zorg dat het supplement geen snelle koolhydraten bevat zoals melasse.

Naar boven

Stress en Equine Metabool Syndroom

Uit de praktijk en vanuit bevindingen vanuit de humane holistische geneeskunde blijkt er een verband te zijn tussen chronische (langdurige) stress en perifere insulineresistentie. Als reactie op een chronische stress situatie worden de bijnieren gestimuleerd en gaan deze meer cortisol produceren. Hierdoor gaat de hoeveelheid van het hormoon cortisol omhoog in het bloed. Cortisol is een ontzettend belangrijk hormoon dat zeer veel lichaamsfuncties direct of indirect reguleert.

Een van de effecten van cortisol is het stimuleren van de gluconeogenese. Dit is de productie van glucose door het lichaam om een (relatief) glucose te kort aan te vullen waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt. Alleen in het geval van een paard met EMS was de bloedsuikerspiegel al (hoog)normaal en moet insuline verder verhoogd worden om de bloedsuikerspiegel binnen de juiste waarden te houden. Het effect van cortisol is vrij langdurig waardoor het relatief lang duurt voordat de gluconeogense weer genormaliseerd wordt (verlaagd) ondanks dat cortisol wellicht wel al weer tot normaalwaarden gezakt is. Dit is natuurlijk erg ongunstig voor een paard met Equine Metabool Syndroom.

Probeer dus bij deze paarden zoveel mogelijk (chronische) stress te voorkomen. Stress kan lichamelijk zijn bijvoorbeeld door chronische ziekten zoals darmparasieten (wormen) of psychisch door bijvoorbeeld huisvesting waarin het paard zich niet thuis voelt.

Een ander belangrijk punt op zich en in dit geheel is dat lang werkende corticosteroïden (cortisol is een lichaamseigen corticosteroïde) die therapeutisch kunnen worden toegediend ter behandeling van ontstekingen, allergieën en auto-immuunziekten ook hoefbevangenheid kunnen veroorzaken en met name bij de gevoelige rassen. Dit is nog een argument waardoor het aannemelijk wordt dat er een verband is tussen chronische stress waarbij de cortisolspiegel omhoog gaat en hoefbevangenheid en het Equine Metabool Syndroom.

Naar boven

EMS en (fok)merries

Merries met EMS kunnen een aantal veranderingen vertonen in hun cyclus. Ook de cyclus wordt hormonaal gereguleerd en een disbalans ergens in een hormoonsysteem in het lichaam verstoort andere hormoonsystemen omdat alles uiteindelijk met elkaar verbonden is. Cortisol speelt daarbij een belangrijke rol omdat dit hormoon betrokken is bij de regulatie van ontzettend veel lichaamsfuncties.

De cyclus van merries kan verlengd zijn en vaak blijven ze cyclisch gedurende de winterperiode wat verklaard kan worden doordat de voedingstoestand het hele jaar door overmatig blijft in plaats van dat ze ’s winters een periode van schaarste doorgaan, maar waarschijnlijk levert de blootstelling van kunstlicht ook een bijdrage hieraan. De cyclus van een merrie wordt gereguleerd door de lengte van de dagen. Wanneer de dagen te kort worden stopt de cyclus om in het voorjaar weer op te starten als de dagen weer langer worden. Kunstlicht zorgt ervoor dat dit (hormoon)systeem verstoord raakt.

Bij mensen wordt ook een verband gevonden tussen polycysteuze ovaria en perifere insulineresistentie (diabetes mellitus). Dit zijn eierstokken die veel vrij grote follikels produceren (follikels zijn eicellen met een weefsellaag eromheen die samen een soort blaasje vormen). Normaal gesproken worden er maar 1 of 2 grote follikels gevormd die uiteindelijk leiden tot een eisprong. Bij polycysteuze ovaria worden er te veel vrij grote follikels gevormd waarbij het regelmatig voorkomt dat er geen één groot genoeg wordt om tot een eisprong te komen. Dit heeft natuurlijk een effect op de vruchtbaarheid. Bij paarden is - voor zover de auteur van deze tekst weet - dit verband nog niet gevonden, maar er is voor zover bekend ook nog geen onderzoek naar gedaan.

Een ander punt om over na te denken is dat EMS vaker voor lijkt te komen binnen bepaalde bloedlijnen. Er lijkt dus een erfelijke component aanwezig te zijn. Met betrekking tot de fokkerij kun je dit op twee manieren benaderen. Een van de doelen van de fokkerij is het voortbrengen van gezonde en goed sportpaarden. EMS is een aandoening die een erfelijke component heeft waardoor we ervoor zouden kunnen kiezen om paarden met EMS uit te sluiten voor de fokkerij. Aan de andere kant kunnen we ons afvragen of EMS eigenlijk wel een ziekte is.

De natuur heeft paarden geselecteerd op het vermogen om om te gaan met voedselschaarste. Paarden leven in uiteenlopende gebieden en beschikken over een enorm aanpassingsvermogen zeker wat betreft voeding. Zo kunnen paarden overleven in woestijngebieden waar het grootste deel van de tijd voedselschaarste heerst, maar ze kunnen ook overleven in gebieden waar zomers genoeg voedsel is maar tijdens de winterperiode niet of nauwelijks iets eetbaars te vinden is en ze ook nog moeten omgaan met de kou. De fysiologie, stofwisseling en de bouw van het paard zijn hier dus volledig op aangepast, maar wij brengen ze dankzij onze welvaart in omstandigheden die zorgen voor een continue overvloed aan voeding, warmte en zorg, maar vaak wel een te kort aan beweging en andere fysieke uitdagingen.

Naar boven

Insulineresistentie en de seizoenen

Een voorbeeld van een fysiologische aanpassing van het paard aan periodes van schaarste is de seizoensgebonden schommeling in insuline gevoeligheid. Uit metingen blijkt dat paarden in het voorjaar/ zomer een lagere insuline gevoeligheid laten zien dan in het najaar/ winter. Dit is te verklaren vanuit de natuur. De paarden hebben een “ hongerwinter” achter de rug waarbij ze hun reserves hebben moeten aanspreken. In het voorjaar en de zomer is het belangrijk om deze reserves weer aan te vullen om de volgende winterperiode door te kunnen komen.

Een insulineresistentie zorgt ervoor dat de insulinespiegel omhoog gaat wat de opslag van vet bevordert en de vetafbraak tegen gaat. Suiker/ koolhydraten kunnen opgeslagen worden in glycogeen (aan elkaar gekoppelde suikermoleculen) of vet. De opslagmogelijkheid van glycogeen is maar beperkt en de afbraak en verbranding van glycogeen levert maar relatief weinig energie op. Vet daarentegen kan in grote hoeveelheden opgeslagen worden en de verbranding daarvan levert heel veel energie op. Daarnaast zorgt vet ook voor isolatie van het lichaam zodat er minder warmte verloren gaat wat natuurlijk gunstig is in tijden van kou.

Naar boven

Insulineresistentie en de seizoenen

Een voorbeeld van een fysiologische aanpassing van het paard aan periodes van schaarste is de seizoensgebonden schommeling in insuline gevoeligheid. Uit metingen blijkt dat paarden in het voorjaar/ zomer een lagere insuline gevoeligheid laten zien dan in het najaar/ winter. Dit is te verklaren vanuit de natuur. De paarden hebben een “ hongerwinter” achter de rug waarbij ze hun reserves hebben moeten aanspreken. In het voorjaar en de zomer is het belangrijk om deze reserves weer aan te vullen om de volgende winterperiode door te kunnen komen.

Naar boven

EMS en de lever

Insuline circuleert in het bloed en wordt door de lever uit het bloed gehaald en afgebroken. Zo wordt ervoor gezorgd dat insuline die eenmaal aan het bloed is afgegeven niet voor altijd effectief blijft. (Op deze manier worden ook medicijnen en lichaamseigen stoffen zoals hormonen afgebroken en omgezet naar niet effectieve stoffen of uit het lichaam verwijderd). Wanneer de lever overbelast is of beschadigd is kan het zijn dat deze insuline minder goed uit het bloed kan halen waardoor er meer insuline in het bloed blijft circuleren en dit verhoogd uiteindelijk de insulineresistentie.

De lever kan beschadigd raken door ziekten of vergiften en overbelast worden doordat er bijvoorbeeld te veel schadelijke stoffen afgevoerd moeten worden. Dagelijks worden mens en dier blootgesteld aan stoffen die uit het lichaam verwijderd moeten worden. Deze zitten in de voeding en kunnen natuurlijk of chemisch van aard zijn, zweven in de lucht, zitten in het drinkwater, zijn onderdeel van medicijnen, maar ook bijvoorbeeld parasieten en bacteriën in het maag-darmkanaal of elders in het lichaam kunnen toxines (giftige stoffen) produceren die uit het lichaam verwijderd moeten worden. Het is dus het overdenken waard om ervoor te zorgen dat het lichaam zo min mogelijk blootgesteld wordt aan dit soort stoffen door bijvoorbeeld te kiezen voor goede kwaliteit voeding met zo min mogelijk chemische toevoegingen. Ook is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het lichaam geholpen wordt bij het verwijderen van toxines door voldoende schoon water te drinken en bijvoorbeeld een ontgiftingskuur te doen. Raadpleeg hiervoor een natuurgeneeskundige.

Paarden met EMS die overgewicht hebben kunnen ook een vetstapeling in de lever ontwikkelen. Gedacht wordt dat dit leverschade veroorzaakt waardoor de stof GGT te meten is in het bloed. Deze stof zit in levercellen en komt vrij bij schade. Dit betekent dus een vicieus cirkeltje. Door de insulineresistentie vindt er vetopslag plaats, hierdoor treedt mogelijk leverschade op, hierdoor wordt insuline niet goed genoeg uit het bloed verwijderd, waardoor er weer vetopslag plaatsvindt.

Hieruit en uit alle andere informatie in deze tekst blijkt wel hoe ingenieus en hoe ingewikkeld het lichaam in elkaar steekt. Hoe alles met elkaar in verband staat, dat alles met elkaar in balans is! Zo lang we gezondheidsproblemen op kunnen lossen met behulp van dieetmaatregelen, beweging en andere maatregelen die we doorgaans kunnen vinden door te kijken hoe paarden in de natuur functioneren moeten we mijn inziens terughoudend zijn met chemische middelen omdat we ingrijpen in een systeem waarvan wij absoluut nooit in staat zullen zijn het volledig te begrijpen omdat het zo ingewikkeld in elkaar zit en er zoveel dingen tegelijk gebeuren in een lichaam. We zullen dus nooit precies weten wat voor effect ons ingrijpen heeft. Daarmee wil ik niet zeggen dat chemische middelen/ geneesmiddelen verkeerd zijn of niet toegepast moeten worden, zeer zeker niet. Met name bij acute ziektes zijn ze vaak zeer belangrijk of zelfs levensreddend en ook bij chronische aandoeningen kunnen ze zorgen voor verbetering van het welzijn of levensreddend zijn.

Naar boven

Medicamenteuze therapie

Vanuit de humane geneeskunde zijn er meerdere geneesmiddelen bekend die een positief effect kunnen hebben bij perifere insulineresistentie. Een tweetal middelen is ook beperkt toegepast bij paarden.

  • Levothyroxinenatrium
    Levothyroxinenatrium is een synthetisch schildklierhormoon. Door het toedienen van dit hormoon wordt de stofwisseling versneld, waardoor er meer verbrand wordt en dit is alleen mogelijk als de gevoeligheid van de insulinereceptoren verhoogd wordt zodat er meer suiker opgenomen kan worden in de cellen en zo verbrand kan worden. Een verhoogde stofwisseling draagt zo ook bij aan gewichtsverlies en wordt daarom toegediend aan paarden met EMS met overgewicht totdat het gewicht genormaliseerd is en altijd in combinatie met de maatregelen die genoemd zijn bij het kopje “Preventie van het Equine Metabool Syndroom en het “ managen” van een paard met Metabool syndroom”
  • Metformin
    Metformin is een stof die de gevoeligheid van de insulinereceptoren verhoogt en de gluconeogenese (productie van glucose door het lichaam) en de afbraak van glycogeen (opgeslagen suiker) remt. Dit zorgt dus voor een verlaging/ normalisering van de bloedsuikerspiegel en een verlaging/ normalisering van de insulinespiegel. Metformin heeft veel effecten op de insulinehuishouding en op andere systemen, zodat het niet volledig helder is wat nu alle (bij)effecten op het lichaam zijn. Dit medicijn wordt op dit moment nog onderzocht op effect en veiligheid bij paarden.

Naar boven

Conclusie

Steeds meer en meer wordt het duidelijk dat het huisvesten van paarden en met name de voeding grote invloed kan hebben op de gezondheidstoestand van onze geliefde viervoeter. Met de beste bedoelingen verzorgen wij onze paarden naar ons beste kunnen en weten. We verliezen daarbij echter uit het oog dat we een dier dat zich gedurende duizenden jaren aangepast heeft aan schrale, zware en onvoorspelbare omstandigheden nu in de afgelopen tientallen jaren in een situatie hebben gebracht van continue overvloed. Onze welvaart heeft gezorgd dat wij in overvloed leven en dat gunnen wij onze paarden ook. Zij zijn hier echter niet op aangepast en worden hierdoor ziek.

Als we eens kijken wat de welvaart en de overvloed met de mens doet zien we eigenlijk hetzelfde beeld. Aan de ene kant leidt de welvaart tot een verbeterde gezondheidszorg en spectaculaire technische medische hoogstandjes, aan de andere kant hebben ook wij steeds meer te kampen met ziekten die onder de noemer “ welvaartsziekten” vallen, zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Als we kijken hoe het met de gezondheid is van volkeren die nog leven zoals wij oorspronkelijk als oermens deden, zien we dat zij veel gezonder zijn dan wij, een hogere leeftijd bereiken met een veel betere kwaliteit van leven. Een goed voorbeeld is het Hunsa volk.

Dit volk leeft afgezonderd in het Himalaya gebergte en gaat ieder jaar in het vroege voorjaar een periode van schaarste door en moet dan een periode zo goed als vasten. Hun gezondheid is echter ongekend door veel beweging en natuurlijke voeding, voeding waar de fysiologie van de mens op gemaakt is.

Mijn inziens is EMS dan ook geen ziekte maar de normale fysiologie van het paard dat in de problemen komt doordat wij als eigenaren het paard chronisch uit balans brengen door te koolhydraat (energie) rijke voeding en te weinig beweging.

Naar boven

Het Equine Metabool Syndroom en het Humane Metabool Syndroom

Bij de mens komt een zeer vergelijkbaar Syndroom voor, het humane metabole syndroom. De belangrijkste symptomen die voorkomen zijn Diabetes Mellitus, overgewicht, hoge bloeddruk en verhoogd cholesterol. Bij paarden met EMS wordt ook wel een te hoge bloeddruk aangetroffen. Op internet is veel informatie te vinden over dit syndroom, maar als je dit verhaal hebt gelezen over paarden zul je zien dat de overeenkomst zeer groot is zo niet volledig. Ook wij zijn sinds de welvaartstoename steeds meer koolhydraten gaan eten.

Van oorsprong aten mensen vlees, vis, groenten en zure vruchten die alleen in de late zomer beschikbaar waren. Alleen als je rond de evenaar geboren werd, had je de beschikking over zoete vruchten en in grotere hoeveelheden. Deze mensen kunnen dan ook beter met koolhydraten overweg dan bijvoorbeeld West-Europeanen. De welvaart heeft ervoor gezorgd dat we ons voedsel steeds verder zijn gaan veranderen. In plaats van een appel te eten, hebben we de suiker eruit gehaald, of we halen het uit suikerbieten. Dit wordt raffineren genoemd en kristal suiker is dus een geraffineerde suiker. Het is ongelooflijk hoeveel suiker een gemiddeld persoon per jaar eet.

Nu denk je misschien dat dat wel meevalt, maar suiker zit verstopt in alle “processed foods”, voedingsmiddelen die verpakt zijn en zo in de supermarkt te koop. Denk aan koekjes, mueslirepen, groenten in blik, sauzen, vleeswaren en soepen in blik/ zak. Lees maar eens de etiketten en je zult versteld staan waar allemaal suiker in zit. Vaak wordt suiker op het etiket glucose genoemd, maar alles wat op –ose eindigt is suiker, zoals fructose, dextrose, maltose, lactose en noem maar op. Regelmatig vind je combinaties van deze stoffen in 1 product.

Wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar voeding en gezondheid kwamen tot een interessante ontdekking toen ze volkeren bezochten die afgezonderd van de westerse cultuur leefden. Zolang zij niet in contact hebben gestaan met westerse voedingsmiddelen zijn zij veel gezonder dan wij, hebben een gezonde egale huid, geen overgewicht en een sterk gezond gebit. Zodra deze volkeren de beschikking kregen over westerse voeding die veel snelle koolhydraten (geraffineerde suikers) bevat ging hun gezondheid op alle fronten achteruit. Deze site gaat natuurlijk over paarden, maar in dit geval is de gezondheid van onze paarden de reflectie van onze gezondheid.

Zorg dus niet alleen goed voor je paard maar ook voor jezelf. Om het humane metabole syndroom te voorkomen of zelfs (gedeeltelijk) om te keren zijn een aantal dingen belangrijk:

  • Voorkom het eten van veel snelle koolhydraten, suikers. Met name suiker en witmeel (bloem) zijn echte boosdoeners. Je kunt suiker bijvoorbeeld vervangen door rijstsiroop, agavesiroop of mabelsiroop. Deze middelen om te zoeten hebben een lagere glycemische index, maar te veel ervan gebruiken is nog steeds niet gezond. Stevia is een natuurlijke zoetstof die helaas volgens de wetgeving niet inwendig gebruikt mag worden (in sommige andere landen wel), maar zeer geschikt is. Kunstmatige zoetstoffen zijn overigens erg ongezond. Aspartaam bijvoorbeeld is een neurotoxine (een stof die giftig is voor het zenuwstelsel).
  • Zorg voor een goed dag- en nacht ritme. Cortisol kan verstoord raken door slaapgebrek en door verstoorde slaap en waakritmes.
  • Zorg voor voldoende beweging!

Meer informatie over je eigen gezondheid is te krijgen via internet, in de boeken die opgegeven staan bij de referenties en met name over voeding via Healthy Balance & Sports

©Karin van Aalten, dierenarts en revalidatietrainer voor paarden

September 2009

Naar boven

Referenties

Chek, P., 2004. How to eat, move and be healthy!:Your personalized 4-step guide to looking and feeling great from the inside out. First edition. San Diego, USA. C.H.E.K. Institute.

Sapolsky, R. M., 1994. Why zebras don’t get ulcers: The acclaimed guide to stress, stress-related diseases, and coping. Third edition. New York, USA. An Owl Book.

Mercola, J., 2004. The No-grain diet: Conquer carbohydrate addiction. Second edition. London, UK. Clays Ltd.

Wiley, T.S., 2001. Lights out: Sleep, sugar, and survival. Second edition. New York, USA. Pocket Books, a division of Simon & Schuster, Inc.

Ravnskov, U. 2000. The cholesterol myths: Exposing the fallacy that saturated fat and cholesterol cause heart disease. First edition. Washington DC, USA. NewTrends Publishing, Inc.

W. Wolcott and T. Fahey, 2000. The metabolic typing diet: Customize your diet for: permanent weight loss, optimum health, preventing and reversing disease, staying young at any age. Second edition. New York, USA. Broadway Books, a divison of Random House, Inc.

Taylor. R., 1973. De Hunsa's, Het volk dat geen ziekte kent. Tweede druk. Nederland. Hollandia.

Batmanghelidj, F., 1992. Your body’s many cries for water: You are not sick, you are thirsty! Don’t treat thirst with medications. Second editon. USA. Global Health Solutions, Inc.
The Water Cure

Kalish, D., 2006. Your Guide to Healthy Hormones: The Natural Path. First edition. USA.
Kalish Wellness Center

Wilson, J., 2002. Adrenal Fatigue: The 21st Century Stress Syndrome™. First edition. USA.
Adrenal Fatique

Frank, N., e.a. ACVIM Consensus Statement. Equine Metabolic Syndrome.

De Gezondheidsdienst voor Dieren; GD paard: Insulineresistentie bij paarden.

Klik hier voor: Aanvullende inzichten voor de behandeling en preventie van het Equine Metabole Syndroom

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid