Behandeling en preventie EMS

Aanvullende inzichten voor de behandeling en preventie van het Equine Metabole Syndroom

Equine metabool syndroom (EMS) en magnesiumtekort.

Er is een verband aangetoond tussen insulineresistentie en een magnesium tekort.Magnesium is een mineraal dat tegenwoordig duidelijk in minder grote hoeveelheden in het ruwvoer zit dan vroeger. Dit komt waarschijnlijk door de verarming van de grond door intensieve landbouw, het gebruik van kunstmest waardoor de plant sneller groeit, maar de micro-organismen in de grond in aantal afnemen. De micro-organismen in de bodem zorgen voor de afbraak van plantenresten en daarmee voor voeding voor nieuwe planten. Daarnaast raakt de bodem verzuurd wat ook in verband gebracht wordt met een lager magnesiumgehalte in de plant.
Paarden kunnen hierdoor vrij eenvoudig een magnesium tekort oplopen. Dit probleem lijkt eenvoudig verholpen te kunnen worden door het paard extra magnesium aan te bieden als supplement of als toevoeging aan het voer. Dat is gedeeltelijk waar maar het ligt niet in alle gevallen zo eenvoudig.

Voerfabrikanten spelen in op de vraag van hun klanten en hebben veel vitaminen en mineralen toegevoegd aan het voer. Veel eigenaren weten dat vitaminen, mineralen en sporenelementen belangrijk zijn voor de gezondheid van het paard, zijn functioneren en vaak wordt er een verband gelegd tussen bepaalde ziekten en vitaminen of mineralen. Bijvoorbeeld bij spierstijfheid zou er sprake kunnen zijn van Vitamine E en selenium te korten.

Voerfabrikanten voegen daarom vitaminen en mineralen toe om ervoor te zorgen dat hun voer geschikt is voor sportpaarden en kunnen adverteren dat de prestaties van je sportpaard beter worden door het gebruik van hun voer. Daarnaast zijn er ongelooflijk veel supplementen op de markt waarvan beweerd wordt dat het de kwaliteit van de hoeven verbeterd, de spierstofwisseling verbeterd, het kraakbeen van de gewrichten verbeterd, het paard beter door zijn vacht komt etc etc. Ik vraag me dan altijd af of het niet eens tijd wordt om een voer of een supplement te ontwikkelen wat ervoor zorgt dat het paard gewoon voldoende van alles binnen krijgt en zo op alle gebieden optimaal gezond kan blijven.

Het verrassende is dat als je berekeningen gaat maken hoeveel een paard van elk vitamine of mineraal binnen krijgt via het voer en via de toegediende supplementen je tot de conclusie komt dat ze vaak een teveel krijgen van een heel aantal van de benodigde mineralen, vitaminen en sporenelementen. In een aantal gevallen is dat vrij onschuldig want bijvoorbeeld vitamine C wordt bij een teveel weer gewoon uitgeplast, maar de vitamines ADEK zijn vetoplosbaar en stapelen in de lever. Een langdurig teveel van deze vitamines wordt daardoor niet als onschuldig gezien. Bekend is dat een te veel of te kort van bepaalde mineralen en sporenelementen direct in verband gebracht kan worden met ziekten en verminderde gezondheid.

Nu even terug naar het magnesium probleem

Er is een verband tussen de opname van calcium en magnesium. Het lichaam van een paard is in feite ingesteld op een relatieve schaarste aan calcium en zal zo al het calcium wat op te nemen is opnemen, maar als voldaan wordt aan de benodigde hoeveelheid dan wordt verdere opname verminderd en daardoor tevens de opname van magnesium. Een paard loopt niet zo snel een calcium te kort op maar tegenwoordig wel steeds vaker een magnesium tekort.

De calcium opname en opslag in de botten wordt geregeld door 2 verschillende hormonen en vitamine D.

Paraathormoon (PTH) wordt gevormd in de bijschildklieren en zorgt samen met vitamine D voor een verhoging van de calciumspiegel in het bloed op de volgende drie manieren.

  • PTH zorgt bij een Calcium te kort voor de vorming van actief vitamine D dat de opname van calcium in de darm verhoogd.
  • Daarnaast zorgt PTH ervoor dat de osteoclasten in het botweefsel gestimuleerd worden. Osteoclasten zijn cellen in het botweefsel die bot afbreken en op deze manier calcium vrijmaken wat ook leidt tot een verhoging van de calciumspiegel.
  • Ten derde zorgt PTH ervoor dat de nieren calcium beter terugresorberen uit de urine. Dit wil zeggen dat het lichaam minder calcium uit gaat scheiden via de urine.

Calcitonine is een hormoon dat het tegenovergestelde doet en bij een hoge calciumspiegel de osteoblasten stimuleert. Dit zijn cellen in het botweefsel die ervoor zorgen dat er calcium opgeslagen wordt waardoor er nieuw botweefsel aangemaakt wordt. Dit alles is een balans die verstoord kan worden door te veel calciumopname via het voer. Bij te veel calcium opname wordt het systeem van calcium opname “lui” evenals de het stofwisselingsproces van calcium opname en afbraak in het bot. Het lijkt gunstig om veel calcium te hebben, maar te veel calcium is juist negatief. Botweefsel is een dynamisch weefsel dat steeds afgebroken, aangepast en weer opgebouwd dient te worden. Het moet onder ander aangepast worden aan de belasting. Bij te veel calcium wordt dit proces verstoord omdat er alleen nog bot opbouw plaats kan vinden.

Ditzelfde fenomeen komen we overigens tegen bij koeien. Die kunnen door een calciumgebrek rond het afkalven melkziekte krijgen door een calcium te kort (de melkproductie vraagt veel calcium). In eerste instantie probeerde men te voorkomen dat koeien melkziekte kregen door veel calcium te geven weken voor het afkalven zodat de koe genoeg op voorraad had, maar wat bleek, de calciumstofwisseling werd lui omdat er alleen maar opslag plaats had gevonden en er zoveel opgeslagen was dat de opname ook niet zo nodig meer was, waardoor de koe alleen maar meer kans kreeg op melkziekte. Dit mede omdat de koe in de “calciumopslag stand stond” en niet de mogelijkheid had om calcium uit de botten te mobiliseren. Nu wordt de calciumgift beter gebalanceerd en dat werkt een stuk beter.

Een hoge calcium hoeveelheid in het voer en daardoor een grote voorraad in het lichaam zorgt dus voor een verminderde calciumopname en daardoor voor een verminderde magnesiumopname. Het toedienen van extra magnesium in het voer zorgt dan niet voor een verhoogde opname van magnesium en daardoor een herstel van het magnesiumtekort.

Het is dus belangrijk om het voer en de supplementen eens goed onder de loep te nemen. Eens uit te rekenen hoeveel van welk mineraal en vitamine het paard nu binnen krijgt, want het lijkt erop dat we onze paarden eerder te veel dan te weinig mineralen, sporenelementen en vitaminen geven. Dit geldt overigens niet voor alle mineralen en vitaminen. Calcium zit in grote hoeveelheden in groene bladgroenten. Een paard zal dus ook via het ruwvoer calcium binnen krijgen. In het geval van EMS (en/ of symptomen zoals hoefbevangenheid, gevoelige zolen, spierbevangenheid en spierstijfheid) lijkt het dus ook verstandig om eens kritisch naar de mineralen, sporenelementen en vitaminen opname te kijken en daarbij met name terughoudend te zijn met calcium (in het voer en in de supplementen) en juist magnesium bij te geven.

Van magnesium is bekend dat het belangrijk is voor het functioneren van spieren en zenuwstelsel en nu blijkt er dus ook een verband te zijn met EMS (insuline resistentie).

Als we de voedingsadviezen uit de tekst over EMS en de problemen omtrent magnesium samenvoegen zou een ideaal dieet voor paarden met EMS er dus als volgt uitzien.

  • Langstengelig hooi
  • Weinig tot geen krachtvoer; indien wel krachtvoer gegeven wordt dan met zo min mogelijk snelverteerbare koolhydraten (suikers)
  • Magnesium extra geven
  • Mineralen liksteen zodat het paard bepaalde mineralen via deze weg binnen kan krijgen.

Magnesium is grofweg in 2 vormen opneembaar. Magnesiumoxide en magnesium chelaat, waarbij van de chelaat vorm vaak aangegeven wordt dat dit de best opneembare is, maar uit ander onderzoek wordt geconcludeerd dat magnesiumoxide ook goed opneembaar is.

Darmflora

Naast de aanpassing van dieet, supplementen en beweging (zie tekst EMS) is de toestand van het maag-darmkanaal erg belangrijk.
Alleen een gezond en goed functionerend maag-darmkanaal kan voldoende voedingsstoffen, mineralen, vitaminen, sporenelementen en andere belangrijke stoffen uit de voeding opnemen. Voor paarden is een goede darmflora van levensbelang. Deze kan verstoord raken door vele factoren zoals:

  • Onjuiste voeding bijvoorbeeld met veel snel verteerbare koolhydraten
  • Infecties van het maag-darmkanaal met ziekteverwekkers zoals virussen of bacteriën
  • Antibiotica gebruik
  • Chronische stress

Wanneer getwijfeld wordt aan de gezondheid van het maag-darmkanaal of wanneer je een verstoring van de darmflora vermoedt is het belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Goede voeding helpt natuurlijk al mee aan het in balans brengen van de darmen, maar het toedienen van probiotica (goede darmbacteriën) kan erg behulpzaam zijn.

Chroom

In de literatuur wordt aangegeven dat chroom ook een positieve bijdrage kan leveren aan het in balans brengen van de suikerstofwisseling. Er zijn een aantal supplementen op de markt die chroom bevatten en speciaal ontwikkeld zijn om de suikerstofwisseling van het paard te helpen normaliseren.

Kruiden

Naast Chroom en magnesium zijn er ook in de natuurgeneeskunde tientallen kruiden bekend die de suikerstofwisseling helpen verbeteren.
Voorbeelden daarvan zijn kaneel, foenegriek en chasteberry.
Kaneel is hiervan de bekendste en wordt ook humaan gebruikt. Helaas kunnen farmaceuten geen patent krijgen op natuurlijke middelen waardoor er weinig onderzoek naar gedaan wordt en soms wordt zelfs de werking van natuurlijke middelen verzwegen of ontkend om dezelfde reden.

Er zijn meerdere supplementen voor paarden ontwikkeld die een aantal kruiden bevatten die de suikerstofwisseling verbeteren (insulineresistentie verlagen), chroom en magnesium bevatten soms in combinatie met probiotica.
Mocht je geïnteresseerd zijn om zo’n supplement aan je paard te geven zou ik wel controleren hoeveel calcium in het preparaat zit en hoeveel je paard al via andere voeders binnen krijgt. Een goed supplement voor het balanceren van de suikerhuishouding zou een laag percentage calcium moeten bevatten (mn ten opzichte van magnesium).

Bedenk echter wel dat het geven van supplementen zonder de voeding, huisvesting en beweging aan te passen niet werkt of alleen symptomatisch is. In het laatste geval lijkt het paard te verbeteren, maar ondertussen blijft er sprake van een disbalans die op de lange termijn toch weer zal verergeren en tot die tijd zal het paard nog steeds in suboptimale gezondheid en vitaliteit verkeren. Supplementen toedienen zonder de oorzakelijke factoren aan te passen is als het dweilen met de kraan open!

Referenties

Chek, P., 2004. How to eat, move and be healthy!:Your personalized 4-step guide to looking and feeling great from the inside out. First edition. San Diego, USA. C.H.E.K. Institute.

A.V. van Weezel Errens and A.J. van Leeuwen, 2009. Voedingsfeiten en –fabels: de zin en onzin van goede paardenvoeding en supplementen. First edition. Nederland. Boekenbent.

Frank, N., e.a. ACVIM Consensus Statement. Equine Metabolic Syndrome.

De Gezondheidsdienst van Dieren; GD paard: Insulineresistentie bij paarden.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid