Atypische myopathie

Myopathie staat voor spieraandoening als zelfstandige ziekte. Atypische myopathie betekent niet specifieke spieraandoening.

Achtergrond
Myopathie staat voor spieraandoening als zelfstandige ziekte. Atypische myopathie betekent niet specifieke spieraandoening. Dit is een aantasting van de spiercellen waarvoor men (nog)
Atypische myopathie geen duidelijke oorzaak kan aanwijzen. Atypische myopathie werd al genoemd in 1939 in Engeland en is dus niet nieuw. Sinds oktober 2007 zijn er steeds meer gevallen in Europa bekend geworden waaronder 7 gevallen in Nederland. Het komt vooral voor bij jonge paarden ( Sinds kort hebben onderzoekers uit o.a. Utrecht een defect in de vetstofwisseling (MADD Multiple Acetyl-CoA Dehydrogenase defici├źntie) bij paarden met deze aandoening gevonden. Dit houdt in dat deze paarden geen vetten kunnen gebruiken als energie voor de spiercellen, maar alleen koolhydraten kunnen verbranden. Hierdoor ontstaat er een energietekort waardoor er schade aan de spiercellen cellen optreedt.
Als oorzaak wordt een (schimmel)toxine genoemd maar er is verder onderzoek nodig om dit uit te zoeken.

Symptomen en diagnose
Een aantal symptomen komen in de begin fase voor zoals lethargie (het paard is sloom en heeft minder aandacht voor de omgeving), verminderde eetlust, koliek verschijnselen (waarschijnlijk door moeilijk plassen) stijfheid of kreupelheid. Soms worden de paarden dood aangetroffen in de weide zonder vooraf gaande klinische symptomen. Na de begin fase zijn de symptomen heftiger zoals slap zijn, niet kunnen staan, spiertrillingen en wel willen eten maar niet kunnen. De slijmvliezen zijn rood of soms paars, temperatuur

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de klinische symptomen en bloed en/of urine onderzoek. In het bloed wordt vooral gekeken naar de waarden van de spierenzymen. In de urine wordt gekeken of het myoglobine bevat. Daarnaast is nu de mogelijkheid om in bloed en urine het enzym (Multiple Acetyl-CoA Dehydrogenase) te meten. Bij sectie kan de diagnose ook gesteld worden aan de hand van een spierbiopt.

Therapie
Aangezien in 90% van de gevallen het paard sterft binnen 72 uur zijn de therapiemogelijkheden beperkt. In 10% van de gevallen zal het paard moeten worden opgenomen in een kliniek alleen is het niet verstandig een paard met spierschade te vervoeren. Door het transport wordt de spierschade alleen maar erger. De paarden zullen ter plekke of in de dichtstbijzijnde stal moeten worden behandeld. Er kan alleen symptomatisch behandeld worden met infusen en pijnstilling. Voor paarden die moeilijk kunnen plassen is er de mogelijkheid om de blaas te katheteriseren. Aangezien de vetverbranding in de spieren verstoord is krijgt het paard koolhydraten aangeboden zodat het dier dit kan gebruiken als energiebron voor de spieren.

Om er voor te zorgen dat het paard zo min mogelijk risico loopt is het verstandig een aantal preventieve maatregelen te treffen:

  • Paarden een schuil mogelijkheid bieden bij een weersverslechtering in de herfst en voorjaar.
  • De weides schoon houden van paddestoelen, bladeren en eikels.
  • Alleen water uit de kraan aanbieden en goede kwaliteit ruwvoer en krachtvoer.
  • Voorkom het voeren van hooi in een vochtige omgeving.
  • Goed opletten om op tijd te ontwormen en vaccineren.

Neem direct contact met uw dierenarts op indien u bovengenoemde symptonen bij uw paard vindt. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid