Artrose

Artrose is een chronische degeneratieve aantasting van het gewricht.

Achtergrond
PharmahorseArtrose is een chronische degeneratieve aantasting van het gewricht. Het begint in het kraakbeen, maar in een later stadium raken ook andere onderdelen van het gewricht betrokken. Degeneratief betekent dat de kwaliteit van het kraakbeen vermindert en bij een ernstige aantasting van het gewricht neemt de hoeveelheid kraakbeen af, wat zich uit in beschadigingen van de kraakbeenlaag.

Een gewricht (zie schematische tekening gewricht) is opgebouwd uit botstukken die op de plaats waar ze met elkaar scharnieren, bedekt zijn met een laagje gewrichtskraakbeen. Om het gewricht heen zit een gewrichtskapsel. De binnenkant van dit kapsel wordt bedekt door een soort vlies ook wel het synoviale membraan genoemd. Dit membraan maakt de gewrichtsvloeistof (synovia) aan, die er voor zorgt dat het kraakbeen van voeding voorzien wordt en dat het gewricht soepel kan bewegen. Synovia is dus vergelijkbaar met een soort smeermiddel.

Gewricht

Figuur 1: Schematische tekening gewricht

1. Bot
2. Gewrichtsbanden
3. Gewrichtskapsel
4. Synoviaalmembraan
5. Gewrichtskraakbeen
6. Gewrichtsvloeistof

Het kraakbeen (figuur 2) is opgebouwd uit kraakbeencellen (chondrocyten) die in een kraakbeen matrix liggen. Kraakbeen matrix (figuur 3) is een stof die aangemaakt wordt door de kraakbeencellen zelf en bestaat uit collageen (bindweefselvezels) en proteoglycanen en water. Het collageen kan gezien worden als een soort netje die de proteoglycanen bij elkaar houden. Proteoglycanen zijn suikerachtige verbindingen die water aantrekken waardoor het kraakbeen veerkrachtig wordt.

Kraakbeen

Figuur 2: schematische tekening kraakbeen.
Wanneer kraakbeen onder de microscoop bekeken wordt na het maken van een preparaat en het kleuren ervan blijkt dat het grootste deel van het kraakbeen uit kraakbeen matrix bestaat. In deze matrix liggen kraakbeencellen die vaak in groepjes van bijvoorbeeld twee cellen worden aangetroffen.
1) kraakbeenmatrix (blauw)
2) kraakbeencel
3) kern van kraakbeencel (rood)

Kraakbeenmatrix

Figuur 3: schematische tekening kraakbeenmatrix.
De kraakbeenmatrix is opgebouwd uit een “netje” van collageen vezels (1). Deze houden de proteoglycanen (2) bij elkaar. Dit zijn ingewikkelde suikermoleculen die water aantrekken.

Het kraakbeen heeft meerdere functies. Het zorgt voor een glad gewrichtsoppervlak, waardoor er minimale wrijving in het gewricht plaatsvindt. Als een paard beweegt werken er grote krachten binnen een gewricht en wordt het gewricht blootgesteld aan schokken. Kraakbeen kan vervormen zonder beschadigd te raken waardoor het in staat is om deze schokken te absorberen. Tevens is het in staat om de optredende krachten door te geven aan het onderliggende bot.

Het ontstaan van artrose is van veel factoren afhankelijk. Herhaaldelijk licht letsel aan het synoviale membraan en de kraakbeenachtige delen van het gewricht is een van de belangrijkste oorzaken, maar het kan ook gaan om een éénmalige ernstige overbelasting zoals bijvoorbeeld een zware kneuzing of verdraaiing van een gewricht. Daarnaast speelt overbelasting van het gewricht een belangrijke rol. Overbelasting kan bijvoorbeeld ontstaan door te zware training (afhankelijk van de belastbaarheid van het paard), ongelijke of slechte kwaliteit bodem van de rijbaan, slechte stand van de hoeven of door standsafwijkingen van de benen van het paard. Verouderingsprocessen in de kraakbeenmatrix kunnen ook een bijdrage leveren aan het ontstaan van artrose omdat hierdoor de belastbaarheid van het gewricht verminderd. Ten slotte hebben sommige paarden een erfelijk bepaalde gevoeligheid voor het ontwikkelen van artrose.

Binnen in het gewricht kunnen zich twee problemen voordoen.

Ten eerste kan het kraakbeen geleidelijk verdwijnen van de draagvlakken van het gewricht, waarbij het bot soms geheel bloot komt te liggen. Doordat het kraakbeen beschadigd is, raakt het gewricht geïrriteerd en ontstaat er een ontstekingsreactie. Deze ontstekingsreactie heeft als gevolg dat er nog meer kraakbeenschade ontstaat en hierdoor zal de ontstekingsreactie weer toenemen. De therapie is er dan ook op gericht om deze vicieuze cirkel te doorbreken door de ontsteking in het gewricht te remmen.

Ten tweede kan er nieuw bot gevormd worden wat dan vaak zichtbaar wordt op een röntgenfoto. In sommige gewrichten kan deze botnieuwvorming zo groot zijn dat de gewrichtsvlakken met elkaar vergroeien (ankylosering of verstijving van het gewricht). Dit kan bijvoorbeeld ontstaan in één van de gewrichtspleten van de sprong (zie spat; distale intertarsaal gewricht). Hierdoor is er geen beweeglijkheid in dat gewricht meer mogelijk maar tegelijkertijd nemen de pijnklachten af of verdwijnen zelfs zodra de vergroeiing volledig is.

Artrose kan in principe in alle gewrichten voorkomen, maar geeft vooral problemen in een
Het spronggewrichtaantal voorkeursgewrichten. Wanneer artrose voorkomt in de sprong (foto 1) wordt het spat genoemd. Het spronggewricht bestaat in feite uit vier gewrichten, waarvan eigenlijk maar één gewricht voor de beweeglijkheid zorgt. De andere gewrichten leveren een veel kleinere bijdrage aan de beweeglijkheid. Bij spat is één van deze gewrichten aangedaan en dan met name het distale intertarsaalgewricht.

Foto 1: Het spronggewricht

Andere gewrichten die vaak problemen geven zijn het hoefgewricht (lage overhoef) , het kroongewricht (hoge overhoef) en het kootgewricht (kogel). Het kootgewricht is het meest frequent aangetast en dat gaat vaak samen met degeneratieve veranderingen van structuren die betrokken zijn bij het dragen van de kogel (kogeldraagapparaat) zoals veranderingen van de sesambeentjes (sesamoïdose).

Symptomen en diagnose
Kootgewricht Artrose kan zich uiten in een plotselinge kreupelheid, na bijvoorbeeld verstappen, die pas na lange tijd weer wegebt. Soms is er sprake van startkreupelheid waar een paard tijdens het losrijden doorheen loopt. De kreupelheid kan echter ook aanhouden. De buigproef van het betreffende gewricht is vaak positief en er is vaak sprake van gewrichtsovervulling. De diagnose kan aan de hand van röntgenfoto’s (foto 2) of andere diagnostische beeldvorming zoals MRI vastgesteld worden.

Foto 2: Röntgenfoto van het kootgewricht (bovenste gewricht) en kroongewricht (onderste gewricht). Op deze foto is geen artrose zichtbaar. Tussen de twee botdelen die een gewricht vormen is een spleetvormige zwarting zichtbaar. Het lijkt alsof de botten elkaar niet raken. Dit wordt de gewrichtsspleet genoemd en is op deze manier te zien op een röntgenfoto omdat kraakbeen niet zichtbaar is op de foto. Op beide botdelen ligt een laagje gewrichtskraakbeen.

Kootgewricht Kootbeen

Foto 3: toont de anatomie van het kootgewricht (kogelgewricht) en het kroongewricht. Het is een röntgenfoto die vanaf de zijkant van het been genomen is. 1) Het pijpbeen; 2) De sesambeentjes, dit zijn er twee die over elkaar heen geprojecteerd liggen; 3) Het kootbeen; 4) Het kroonbeen; A) Het kootgewricht; B) Het kroongewricht. De blauwe lijntjes geven het verloop van de gewrichtsspleet aan. Het lijkt of er per gewricht meerdere gewrichtspleten zijn. Dit komt doordat de onderkant van het pijpbeen en de bovenkant van het kootbeen die beide een gewrichtsvlak vormen niet vlak zijn. Hierdoor krijg je een projectie van bot over elkaar heen. Hetzelfde geldt voor het kroongewricht.

Kootgewricht Kootbeen

Foto 4: toont artrose van het kootgewricht. Deze röntgenfoto is vanaf de zijkant genomen. Het paarse kader geeft het gebied aan waar de grootste afwijkingen worden waargenomen. Het blauwe kadertje geeft aan waar de belijning van de botten die aan de gewrichtsspleet grenzen grillig van vorm is in plaats van glad en duidelijk omlijnd. Verder valt op dat er losse fragmentjes aan de voorzijde van het kootgewricht liggen. In het gele kadertje wordt aangegeven waar er botnieuwvorming opgetreden is aan de vooronderzijde van het gewricht. Hier is sprake van forse artrose en complicerende afwijkingen.

Kootgewricht Kootbeen

Foto 5: toont artrose van het kootgewricht. Deze röntgenfoto is niet vanaf de zijkant geschoten maar schuin door het been heen. In heb blauwe kadertje is te zien dat de belijning van het sesambeentje niet mooi glad is en dat de botjes die het kootgewricht vormen ter plekke van de gewrichtsspleet ook een grillige begrenzing hebben, boven het sesambeentje. In het paarse kadertje is heel duidelijk te zien dat de begrenzing van de botten die het kootgewricht vormen zeer grillig is (wolkerig). Dit duidt op botnieuwvorming.

Kootgewricht Kootbeen

Foto 6: toont röntgenfoto’s van hetzelfde paard als foto 5 alleen vanuit een andere hoek genomen. Het paarse kadertje geeft het gebied aan waar de belijning van de botten die het kootgewricht vormen weer erg grillig is. Het blauwe kadertje laat wat botnieuwvorming zien. Het groene kadertje laat een onregelmatigheid op het sesambeentje zien en het gele kadertje toont een verkalking. Dit kan een fragmentje zijn of verkalking in een ligament. op deze foto's is overigens ook zichtbaar dat er ook sprake is van artrose van het kroongewricht.

Therapie
Artrose kan niet genezen, omdat de aantasting van het gewrichtskraakbeen niet kan worden teruggedraaid. Kraakbeen is een weefsel dat zich zeer langzaam herstelt. Ter vergelijking: De binnenste laag van de darmen, het slijmvlies, wordt iedere vier dagen volledig vervangen. Kraakbeen doet hier vele malen langer over dan dat het gemiddelde paard oud wordt. Daarom moet er alles aan worden gedaan om te voorkomen dat de aandoening ontstaat. Wel is functioneel herstel mogelijk van beschadigd kraakbeen. Dit wil zeggen dat het kraakbeen niet meer terug keert naar haar oorspronkelijke (gezonde) staat, maar zich aanpast aan de situatie en met de beschadiging toch goed of acceptabel kan functioneren. Er zijn een aantal punten van belang voor de preventie en de therapie.

  • De preventie begint al bij de opgroeiende veulens. Jonge paarden moeten niet overvoerd worden en zich natuurlijk kunnen ontwikkelen. Voldoende beweging vanaf het moment dat het veulen nog bij de merrie loopt is daarbij erg belangrijk. Het kraakbeen krijgt zo voldoende prikkels om zich aan te passen aan de belasting. Wanneer een veulen geboren wordt is het laagje gewrichtskraakbeen over het gehele gewrichtsoppervlak hetzelfde van structuur. Door belasting/ beweging zal het kraakbeen zich aan gaan passen wat betekent dat de structuur van het kraakbeen zich aanpast op plekken waar de druk hoger is. Hier wordt het kraakbeen bijvoorbeeld meer rigide van structuur.
  • Paarden krijgen over het algemeen te veel training en te weinig beweging! Beweging is noodzakelijk voor een paard om de doorbloeding in de benen (en de rest van het lichaam) optimaal te houden. De ondervoet is voor de doorbloeding (deels) afhankelijk van beweging.
  • Trainingsmethoden moeten altijd in overeenstemming zijn met de leeftijd en het niveau van het paard. Daarbij is het ook van belang dat paarden getraind worden op een goede bodem. Train paarden weloverwogen. Dit betekent dat paarden naast een trainingsprikkel ook een herstel periode nodig hebben. Iedere dag hard trainen zorgt voor overbelasting. Neem ook het individuele paard in ogenschouw. Dieren die hoogbenig gebouwd zijn, met veel front en uitstraling, die zeer elastisch en mobiel zijn en verend door de baan dansen bieden op jonge leeftijd al veel aan. Hun spieren en pezen zijn echter nog niet genoeg ontwikkeld om deze beweging goed te kunnen coördineren tijdens een lange training of ingewikkelde oefeningen. Met deze paarden moet dus zeer zuinig omgesprongen worden. Enerzijds hebben we dus veel winst behaald door topatleten te fokken, we hoeven minder tijd in de training te investeren, althans dit lijkt zo. Anderzijds moeten we het lichaam van zo'n atleet rustig en weloverwogen de tijd geven om voldoende sterk te worden. Wanneer een paard moe wordt neemt de coördinatie af en neemt de kans op blessures toe. Veelvuldige lichte beschadigingen aan het gewricht zijn een oorzaak van artrose. Tijdens de training is één van de belangrijkste punten om het paard symmetrisch in het lichaam te maken waardoor het dier zonder ongelijke spierspanning in het lichaam getraind kan worden, het paard zijn gewicht over vier benen evenredig verdeeld en volledig in balans is waardoor de coördinatie vergemakkelijkt wordt. Op deze site staat onder het kopje "paard en beweging" een uitgebreid artikel over het trainen van paarden.
  • Gewrichtsletsels moeten direct worden onderzocht en behandeld.

Voor de paarden waarbij artrose zich heeft ontwikkeld, zijn er behandelingsmethoden die de conditie verlichten en de ontstekingsreactie in het gewricht te remmen:

    • Een rustperiode (geen totale boxrust) kan goed zijn in het begin van de therapie, maar in de praktijk blijkt dat regelmatig trainen aan de hand en een geleidelijke opbouw van de zwaarte van het werk goed zijn om het herstelproces van het lichaam te activeren.
    • Orthopedisch beslag; met name schokdempend beslag.
    • Fysiotherapie waaronder het passief bewegen van het gewricht en ter ondersteuning van het herstel van andere klachten die ontstaan zijn door de kreupelheid. Regelmatig ontwikkelen paarden met een kreupelheid die wat langer aanhoudt rugklachten. Fysiotherapie kan dan een aanvullende rol spelen voor de revalidatie van het paard.
    • Behandeling met corticosteroïden in het gewricht zorgt voor ontstekingsremming waardoor de vicieuze cirkel van kraakbeenschade waardoor een ontstekingsreactie ontstaat die gevolgd wordt door meer kraakbeenschade en meer ontstekingsreactie doorbroken wordt. Er is echter groeiend bewijs dat langdurig gebruik niet goed is omdat corticosteroïden op de lange termijn een negatief effect hebben op de gezondheid van het kraakbeen.
    • Niet-steroide ontstekingsremmende (NSAID’s) medicijnen zijn de meest gebruikte medicijnen om de pijn te verlichten en een bijdrage te leveren aan het remmen van de ontstekingsreactie in het gewricht. Deze medicatie wordt oraal (langer periode) of per injectie toegediend.
    • Voor de behandeling op lange termijn zijn hyaluronzuur en glycosamino-glycanpolysulfaat en voedingssupplementen die collageen bevatten bruikbaar. Deze preparaten werken door de bouwstenen te leveren voor de opbouw en het behoud van gezond kraakbeen (met name de kraakbeenmatrix) en hebben daarnaast waarschijnlijk een ontstekingsremmende werking.. Hyaluronzuur kan ook in het gewricht toegediend worden.
    • Chirurgie; het gewricht met schroeven vast zetten of met behulp van chirurgie de botnieuwvorming stimuleren zodat het gewricht vergroeid. Dit kan alleen in het kroongewricht en distale intertarsaalgewricht.
    • Ook bij paarden die al artrose hebben is het weloverwogen trainen van een paard van groot belang. Zoals al eerder gezegd kan kraakbeen zich niet of heel weinig herstellen, maar functioneel herstel is wel mogelijk. Door een op het paard afgepaste training te geven waarbij veel aandacht geschonken wordt het symmetrisch maken van het lichaam, het soepel houden van alle spieren in het lichaam en het corrigeren van het bewegingspatroon wordt het kraakbeen op een correcte wijze gestimuleerd om zich aan te passen aan de belasting. Beweging zorgt voor een verbetering van de doorbloeding van het been en daardoor voor beter herstel.
    • Voor een paard met artrose is het van groot belang om zoveel mogelijk beweging te krijgen op een natuurlijke manier. Paarden lopen van nature 30 tot 50 km per dag om voedsel te verzamelen. Daar is hun lichaam op gebouwd. Paarden met artrose komen vaak na een nachtje op box te hebben gestaan stijf hun stal uit, terwijl het na een tijdje stappen alweer een stuk beter gaat.

Neem contact op met uw dierenarts als uw paard (chronisch) kreupel is. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan een diagnose stellen en bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid