Bronchitus/COPD/Astma

Chronisch hoesten (gedurende langere tijd) is een veel voorkomende klacht bij paarden.

Achtergrond
Chronisch hoesten (gedurende langere tijd) is een veel voorkomende klacht bij paarden. De meest voorkomende oorzaken van chronisch hoesten zijn chronische bronchitis, astma of COPD. COPD staat voor chronic obstructive pulmonary (long) disease, wat wil zeggen dat de passage van lucht in de luchtwegen bemoeilijkt wordt vanwege de daar aanwezige obstructie. COPD wordt in de volksmond dampigheid genoemd.

Al deze termen zorgen nog wel eens voor verwarring en dat wordt versterkt doordat tussen deze ziektebeelden een zekere mate van overlap bestaat. De oorzaak van deze aandoeningen is nog niet volledig duidelijk. Bij paarden die alleen buiten gehuisvest worden, worden deze aandoeningen nauwelijks aangetroffen, terwijl het veel voorkomt bij paarden die op stal gehouden worden en hooi gevoerd krijgen. Bij jonge paarden worden deze problemen niet vaak aangetroffen.

Aangenomen wordt dat paarden in de loop van de tijd een allergie of overgevoeligheid ontwikkelen tegen schimmel (sporen) die in hooi en stro voor kunnen komen. Uit onderzoek is gebleken dat paarden met COPD meer antilichamen in het bloed hebben tegen deeltjes uit hun omgeving. Antilichamen worden aangemaakt op het moment dat iets lichaamsvreemds zoals bacteriën of schimmelsporen in contact komt met cellen van het afweersysteem. Deze antilichamen helpen bij het uitschakelen van schadelijke indringers. Een allergische reactie is een overtrokken afweerreactie op iets wat eigenlijk onschadelijk is, zoals stof /schimmeldeeltjes uit het hooi.

Virusinfecties kunnen ook een rol spelen bij het ontwikkelen van deze aandoeningen. Vooral in de gevallen waarbij er sprake is van verwaarloosde virusinfecties, waarbij het paard niet voldoende tijd heeft gekregen om te herstellen. Wanneer een paard een virale luchtweg infectie heeft, zal er door de ontsteking wat schade ontstaan aan de binnenzijde van de luchtwegen. Hierdoor is de kans op contact tussen schimmelsporen en cellen van het afweersysteem groter, waardoor het lichaam schimmelsporen voortaan als lichaamsvreemd en schadelijk zal herkennen. Wanneer een paard vervolgens schimmelsporen inademt zal het lichaam reageren met een ontstekingsreactie in de luchtwegen. Er wordt gesuggereerd dat de aandoeningen een genetische component hebben waardoor het ene paard gevoeliger is dan het andere, maar dit is nog niet aangetoond met behulp van onderzoek.

Opbouw van de luchtwegen en de longen
Tijdens het inademen stroomt de lucht door de neus van het paard naar de keelholte en gaat via het strottenhoofd naar de luchtpijp. De luchtpijp splitst zich in twee takken, de hoofdbronchïen. De hoofdbronchiën splitsen verder op in bronchiën welke zich ook steeds weer opsplitsen in kleinere takjes. Uiteindelijk ontstaan takjes met een hele kleine diameter en worden dan bronchioli genoemd. Deze staan in verbinding met de longblaasjes. In de longblaasjes (alveoli) vindt de uitwisseling van zuurstof en kooldioxide plaats. De wand van de longblaasjes is uiterst dun en dit geldt ook voor de wand van de haarvaatjes die langs deze blaasjes lopen. Het kooldioxide dat als afvalstof geproduceerd wordt in het lichaam bij de verschillende verbrandingsprocessen om energie op te wekken kan zich daardoor makkelijk van het bloed naar de longblaasjes verplaatsen en zo het lichaam verlaten tijdens het uitademen. Ook zuurstof kan om dezelfde reden makkelijk van de longblaasje naar het bloed diffunderen en zo door het hele lichaam getransporteerd worden.

De binnenkant van de luchtwegen is bekleedt met slijmvlies en trilhaarcellen. De trilharen van deze cellen voeren ongewenste stoffen en indringers zoals bacteriën af naar buiten en worden daarbij geholpen door het geproduceerde slijmlaagje.

Schematische tekening luchtwegen en longenIn de wand van de luchtpijp en de grotere bronchiën bevinden zich kraakbeenringen die ervoor zorgen dat deze stucturen niet dicht kunnen klappen wanneer er lucht met grote snelheid doorheen gaat. In de kleinere bronchiën worden niet echte ringen aangetroffen maar stukjes kraakbeen die voor de stevigheid zorgen.

Figuur 1; Schematische tekening luchtwegen en longen

1. Strottenhoofd 5. Bronchiën
2. Luchtpijp (trachea) 6. Bronchioli
3. Long 7. Longblaasjes (alveoli)
4. Hoofdbronchiën

 

Chronische bronchitis en COPD
Bij een chronische bronchitis is er sprake van een steriele ontsteking van de luchtwegen. Dit betekent dat er geen bacteriën of bijvoorbeeld virussen bij betrokken zijn. Er ontstaat pussig slijm dat geel/groen van kleur is. De slijmvliezen aan de binnenzijde van de luchtwegen zijn bekleed met trilhaarepitheel. Epitheel is het eerste laagje aan de binnenkant van de luchtwegen. De slijmvliezen produceren slijm, waardoor het pus enigszins opgelost wordt en afgevoerd wordt door de trilhaartjes richting de keel. Ook hoesten bevordert de afvoer van het pus. Vaak is het gevormde pus bij chronische bronchitis erg taai en dik, waardoor het moeilijk naar buiten toe afgevoerd kan worden. Dit zorgt weer voor een irritatie van de luchtwegen waardoor de ontstekingsreactie door blijft gaan en er steeds weer nieuw pus gevormd wordt. Als de ontstekingsreactie verder gaat en zorgt voor een ontsteking rond de bronchiën, dan neemt de elasticiteit van deze weefsels af, waardoor de luchtwegen wat vernauwd raken.

Op het moment dat de beschadigingen zo uitgebreid zijn dat de longfunctie permanent verminderd is, is er sprake van chronic obstructive pulmonary disease. Voor het paard betekent dit dat het meer moeite krijgt vooral de uitademing. Een gezond paard haalt actief adem, dat wil zeggen dat het paard spieren gebruikt om de borstholte te vergroten, waardoor lucht naar binnen stroomt. Het uitademen gaat vanzelf. Door de elasticiteit van onder andere het longweefsel verkleint de borstholte weer zodra het paard de ademhalingspieren ontspant. Hierdoor stroomt de lucht weer naar buiten. Bij een paard met COPD is de elasticiteit van het longweefsel afgenomen en moet het paard actief gaan uitademen. Dit is te zien aan de buikspieren. Aan het einde van de uitademing perst het paard even na met de buikspieren om het laatste deel van lucht weg te drukken. Dit wordt ook wel dubbelslag genoemd. Obstructie van de bronchiën kan een ventielwerking veroorzaken waardoor de ademlucht niet goed afgevoerd wordt. Er treedt een opstapeling van lucht op in de longblaasjes, waardoor deze kunnen verscheuren. Dan is er sprake van longemfyseem.

Astma
Bij astma is er sprake van een duidelijke overgevoeligheidsreactie van de luchtwegen tegen voornamelijk schimmel(sporen) uit hooi en stro. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat ook bacteriële endotoxinen, die zich in het stof bevinden astma kunnen veroorzaken. Endotoxinen zijn toxische (giftige) deeltjes van de celwand van sommige bacteriën.
Een astma aanval kan heel snel en heftig verlopen, maar kan ook een langzamer en minder duidelijk verloop hebben. Wanneer een overgevoelig paard schimmelsporen inademt, zorgt dit voor een allergische reactie. De luchtwegen gaan vocht produceren, het slijmvlies aan de binnenzijde van de luchtwegen zwelt op en de bronchiën vernauwen zich. Door deze drie factoren krijgt het paard het benauwd tot soms zelfs zeer ernstig benauwd. Ook in dit geval kan er longemfyseem ontstaan doordat het paard de ademlucht niet goed kan uitademen en deze zich ophoopt in de longblaasjes. Als er veel longemfyseem ontstaat, kan de lucht die buiten de longblaasjes ligt zorgen voor obstructie van de kleine bronchiën waardoor ook weer chronic obstructive pulmonary disease ontstaat.

Symptomen
De symptomen van chronische bronchitis en astma hangen af van de ernst van de klachten. De paarden zijn over het algemeen niet ziek. Ze hoesten met een wisselende frequentie en wisselende kracht. Soms is er nauwelijks sprake van hoesten. Het hoesten wordt vooral op stal gehoord en wanneer het paard van stal naar buiten gaat. Buiten verdwijnt de hoest meestal vrij snel. Echter als het paard bijvoorbeeld in een binnenbak arbeid verricht, wordt het hoesten vaak erger. Naast hoesten is een gebrek aan uithoudingsvermogen een vaak gehoorde klacht.

Als er sprake is van een “astma-aanval”, is het paard duidelijk benauwd, ademt met vergrote neusgaten, moet het de buikspieren veel meer gebruiken om te ademen en kan het zijn dat de anus meebeweegt met de ademhaling.
Dieren met COPD zijn niet ziek maar hoesten vaak en veel. Het paard gaat moeilijk ademen, waarbij het hortende bewegingen maakt met de flanken, een teken van een tekort aan adem. De hoest is krachtloos en het dier ademt met een “dubbelslag’. Het paard kan steeds minder goed ademhalen, omdat de longblaasjes elasticiteit verliezen. Waardoor het uitademen niet meer vanzelf gaat maar met de buikspieren ondersteund moet worden.
NeusuitvloeiingEen ander symptoom is neusuitvloeiing dat bij alledrie de aandoeningen kan voorkomen. De hoeveelheid neusuitvloeiing wisselt nogal mede omdat het slijm uit de luchtwegen in de meeste gevallen doorgeslikt wordt. Soms is na arbeid wel wat meer neusuitvloeiing te zien. Het kan in lichte gevallen helderwit en slijmig zijn maar soms is het slijmig en pussig van aard.

Foto 1: Paard met lichte witte neusuitvloeiing na het werk.

Diagnose en Therapie
Het stellen van een diagnose is niet altijd eenvoudig. Tijdens het luisteren naar de longen kunnen in sommige gevallen bijgeluiden gehoord worden zoals ronchi. Ronchi worden veroorzaakt door slijm dat in de luchtwegen zit. Dit slijm wordt in trilling gebracht door de luchtstroom. In het geval van longemfyseem kan knisteren gehoord worden. Dit klinkt alsof “je” door de sneeuw wandelt. Waardevolle informatie wordt verkregen met een tracheo-bronchoscopie. Hierbij wordt er met een cameraatje in de luchtwegen gekeken. Bij paarden met een aandoening aan de voorste luchtwegen zie je vaak een verhoogde productie van vloeistof, in de meeste gevallen pussig slijm.
Er kan gekeken worden naar de cellen van het pussig materiaal in de luchtpijp. Er wordt dan een hoog percentage(90%) ontstekingscellen (neutrofiele granulocyten) gevonden. Met behulp van een gespecialiseerd longfunctie onderzoek kan vastgesteld worden of de afwijking van de longfunctie permanent of omkeerbaar is. Vaak wordt het longfunctie onderzoek herhaald voordat er een diagnose gesteld wordt.

Het belangrijkste van de therapie is het verminderen van de concentratie stof met schimmelsporen uit de omgeving van het paard:

  • Hooi nat maken of kuilgras geven en voeren vanaf de grond
  • Opstallen in een buitenbox, liefst zo veel mogelijk weidegang
  • Stro vervangen door houtkrullen, zaagsel of vlas
  • Box niet opstrooien in de aanwezigheid van het paard
  • Goede ventilatie en schoonmaak van de box, zodat je een minimale concentratie aan ammoniak hebt. Ammoniak kan voor irritatie van de luchtwegen zorgen.
  • Opslag van hooi en stro liever niet in de stal waar het paard met luchtwegproblemen staat
  • Tocht vermijden

De medicamenteuze therapie wordt opgesteld om het samenknijpen van de bronchiën te verminderen, pusvorming te verminderen en het pus beter te laten afvoeren. Als eigenaar moet je goed beseffen dat medicijnen zonder omgevingsmaatregelen “dweilen met de kraan open” is.

De volgende medicijnen kunnen gebruikt worden:

  • Ventipulmin (clenbuterol), zorgt ervoor dat de bronchiën zich verwijden en stimuleert het trilhaarepitheel waardoor slijm beter afgevoerd kan worden richting keel.
  • Prednisolon, vermindert de ontstekingsreactie in en rond de luchtwegen.
  • Slijmoplossers (bronchosecretolytica), zorgen ervoor dat het slijm dunner wordt waardoor het makkelijker af te voeren is.
  • Aërosolen (druppels in de lucht), met behulp van een aërosol van een zoutoplossing kan getracht worden het slijm in de luchtwegen te verdunnen.

De medicatie kan op verschillende manieren toegediend worden. Oraal in de vorm van siroop en capsules. Lokaal met behulp van een kapje waardoor het paard de medicijnen inademt en soms wordt er voor gekozen om de medicijnen te injecteren, bijvoorbeeld in het geval van een acute aanval van benauwdheid.

Lichte arbeid, afhankelijk van de ernst van de symptomen, tijdens de behandeling is gewenst, omdat dan het slijm in de luchtwegen makkelijker loskomt. Tijdens de arbeid moet goed op de ademhaling frequentie van het paard gelet worden. Het dier mag natuurlijk niet benauwd worden.

Prognose
De prognose van chronische bronchitis en astma hangt af van de ernst van de afwijkingen en van het doel waar het paard voor gehouden wordt. En de bereidwilligheid van de eigenaar om een aantal maatregelen te treffen om de omgeving zo stofvrij mogelijk te maken. De prognose van ‘echte’ COPD is matig tot slecht.

Neem contact op met uw dierenarts als uw paard (chronisch) hoest. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan een diagnose stellen en bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid