Acute bronchitis

Een acute bronchitis komt bij het paard vrij vaak voor, vooral bij jonge dieren. De oorzaak is bijna altijd infectieus.

Achtergrond
Een acute bronchitis komt bij het paard vrij vaak voor, vooral bij jonge dieren. De oorzaak is bijna altijd infectieus. Infectieus wil zeggen dat er een ziektekiem bij betrokken is. Daarom wordt het vooral gezien bij paarden die veel op reis gaan naar wedstrijden, keuringen of andere plekken waar veel vreemde paarden samenkomen.

De belangrijkste oorzaken zijn virusinfecties zoals herpes virus, influenza (griep), rhinovirus, adenovirus en reovirus. Daarnaast kan een acute bronchitis ook veroorzaakt worden door een longworminfectie (Dictyocaulus Arnfieldi), door spoelwormen (Parascaris Equorum) en door de veulenworm Strongyloïdes Westeri. Deze laatste twee wormen veroorzaken symptomen doordat ze migreren door de longen bij veulens jonger dan 6 maanden. Dictyocaulus Arnfieldi is een longworm die via ezels overgebracht kan worden op paarden.

Schematische tekening luchtwegen en longenBacteriële infecties van de luchtwegen zijn bijna altijd secundair (een gevolg van). Een bacterie alleen maakt weinig kans om de luchtwegen te infecteren. Infecties met virussen en longwormen maken een weg vrij voor bacteriën zodat deze de kans krijgen om aan te slaan. Daardoor gaan veel acute bronchitiden gepaard met een secundaire bacteriële infectie. Factoren in het milieu, zoals stof en ammoniak, spelen een rol bij het in stand houden van een bronchitis.

Figuur 1; Schematische tekening luchtwegen en longen

1. Strottenhoofd 5. Bronchiën
2. Luchtpijp (trachea) 6. Bronchioli
3. Long 7. Longblaasjes (alveoli)
4. Hoofdbronchiën

 

Symptomen en diagnose
De paarden hoesten de eerste paar dagen. De hoest is onderdrukt en niet productief, wat betekent dat ze geen slijm ophoesten. Ze hebben koorts, rond de 40 graden of hoger en weinig tot geen eetlust. Na een paar dagen treedt er neusuitvloeiing op en hoest het paard eventueel ook slijm op. Bij veulens zijn de symptomen over het algemeen ernstiger dan bij volwassen paarden.

KeelontstekingVaak hebben de paarden ook te maken met een keelontsteking (pharyngitis).

Foto 1; Het keelgebied is bij een paard met keelontsteking gevoelig.
Wanneer er naast een virusinfectie geen sprake is van secundaire bacteriële infecties, dan zakt de koorts binnen een dag of 3. Het paard kan nog wel een dag of 10 blijven hoesten en de neus blijft wat vochtig. Treden er wel secundaire bacteriële infecties op dan blijft de temperatuur veel langer hoog en blijft het paard dus ook langer ziek. Zo lang alleen virussen een rol spelen is de neusuitvloeiing helder tot wit, tenzij het paard te maken heeft met het influenzavirus(griep). Dit virus zorgt voor een geelgroene neusuitvloeiing. Ditzelfde geldt ook voor secundaire bacteriële infecties.

Afhankelijk van de ernst van de bronchitis krijgt het paard een bemoeilijkte ademhaling (dyspneu). Soms hoor je een bijgeluid (reutelen) van de ademhaling. Als in korte tijd bij meerdere paarden een acute bronchitis wordt vastgesteld en hoesten ‘door de stal gaat’ is een virusinfectie waarschijnlijk de oorzaak. In het acute stadium kan de dierenarts proberen het virus te isoleren met behulp van een neus swab (soort wattenstaafje). Ook kan een stijging van het aantal antilichamen in het bloed worden aangetoond door middel van bloedonderzoek. Antilichamen zijn eiwitten die gevormd worden door cellen van het afweersysteem. Deze eiwitten helpen bij het onschadelijk maken van indringers zoals virussen en bacteriën. Een bacteriële infectie kan worden vastgesteld met een onderzoek aan de hand van het slijm uit de luchtpijp en/of de longen. De mest kan onderzocht worden op het voorkomen van wormeieren. Longworm larven kunnen daarnaast aangetoond worden in een spoelsel van de luchtpijp en/of de longen.

Therapie en prognose

Veel gevallen van acute bronchitis ten gevolge van een virusinfectie herstellen zonder de hulp van de dierenarts. Is een secundaire bacteriële infectie aanwezig dan is vaak toediening van antibiotica geïndiceerd. Een dierenarts kan dat vaststellen na het paard onderzocht te hebben. Eventueel kan het paard nog behandeld worden met slijmoplossers en ventipulmin®. Ventipulmin® stimuleert de beweeglijkheid van de trilhaartjes die aan de binnenzijde van de luchtwegen zitten waardoor het slijm beter afgevoerd wordt. Bovendien moet het paard in een goed geventileerde, frisse stal staan en ook het voer moet stofvrij zijn.

Is de oorzaak een (long)worm infectie dan is ontwormen met ivermectine effectief. Heeft het paard te maken met de longworm Dictyocaulus Arnfieldi dan moet men rekening houden met het feit dat ezels vaak drager zijn van deze worm. Paarden worden over het algemeen alleen besmet wanneer zij op hetzelfde weiland staan als ezels. Het is dus belangrijk om de ezels ook regelmatig en goed te ontwormen, of veiliger is nog, ervoor te kiezen om paarden en ezels niet op hetzelfde land te weiden. Secundaire bacteriële infecties kunnen het herstel van een bronchitis bemoeilijken. Wanneer een paard met acute bronchitis niet genoeg rust en tijd krijgt om te herstellen en blootgesteld wordt aan veel stof, kunnen deze luchtweginfecties een rol spelen in het ontstaan van een chronische bronchitis.

Neem contact op met uw dierenarts als uw paard ziek is. De ingestelde therapie hangt van veel factoren af. Alleen uw dierenarts kan bepalen welke therapie op dat moment het beste is.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid