Gedragsafwijkingen

Aan de Université de Rennes, France is een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid of training; het type werk dat het paard moet verrichten in verband staat met afwijkend gedrag; in dit geval stereotypieën

Het onderzoek is uitgevoerd door:

 

Martine Hausberger, Emmanuel Gautier, Véronique Biquand, Christophe Lunel, and Patrick Jégo.

 

PLoS One. 2009; 4(10): e7625.

 

Published online 2009 October 28. doi: 10.1371/journal.pone.0007625.

 

Stereoptype gedragingen:

Een stereotype gedraging is een steeds herhaalde, dwangmatige beweging die op het eerste gezicht geen functie heeft. Bij paarden zien wij het op verschillende manieren tot uiting komen door bijvoorbeeld kribbebijten, weven, luchtzuigen, etc. Wat verder onderzoek heeft ons geleerd dat dit gedrag voor het paard weldegelijk een functie heeft want het zorgt ervoor dat het paard endorfines aan gaat maken.

Endorfines zijn lichaamseigen morfine-achtige stoffen die een rustgevend en pijnstillend effect hebben. Het paard kan dus op deze manier beter omgaan met een situatie waar hij niet uit kan ontsnappen en op geen enkele andere manier invloed kan uit oefenen om de omstandigheden te veranderen in wat hij nodig heeft om zich goed te voelen.

Aangenomen wordt dat abnormaal herhaaldelijk gedrag duidelijk geassocieerd is met verminderd welzijn/ welbevinden en wordt in verband gebracht met chronische stress. Veel factoren kunnen een rol spelen bij het vertonen van stereotype gedragingen zoals: voeding en dan met name de tijd dat het paard kan spenderen aan voedsel verzamelen en eten zelf, dieet, onthouding van sociale contacten, te kort aan beweging en genetisch bepaalde gevoeligheid.

Tijdens het onderzoek hebben de wetenschappers onderscheid gemaakt in de verschillende vormen van stereotype gedrag en de verschillende gedragingen ingedeeld in categorieën op basis van de ernst van de gedraging.

Weven:

Het duidelijk heen en weer (van links naar rechts) zwaaien van het hoofd, de hals , de voorhand en soms zelfs de achterhand.

Kribbenbijten en luchtzuigen:

Het vastpakken van een object met de voortanden en het maken van een naar achteren gerichte trekbeweging waarbij lucht in de slokdarm wordt gezogen. Luchtzuigen verloopt hetzelfde alleen dan zonder het vastpakken van een object.

Hoofdschudden en knikken:

Herhaald op en neer bewegen van het hoofd of het herhaaldelijk en plotseling en aanvalsgewijs smijten van het hoofd.

Spelen met de tong:

Het paard steekt de tong uit en draait het in de lucht.

Aanvullende stereotype gedrag:

Herhaaldelijk likken en bijten aan/ in muur, voerbak etc.

Hierbij wordt spelen met de tong gezien als licht afwijkend gedrag terwijl weven, kribbenbijten en luchtzuigen als ernstig afwijkend gedrag wordt gezien.

Een van de inspiratiebronnen voor dit onderzoek was de situatie bij mensen. Uit meerdere onderzoeken bij mensen blijkt dat stress op het werk een negatief effect kan hebben op het psychisch functioneren (bv depressie) alsmede op het lichamelijk functioneren wat zich kan uiten in maag-darmklachten en problemen met betrekking tot het bewegingsstelsel (o.a. spieren en het skelet).

In bepaalde functies worden mensen geacht hun emoties te onderdrukken. Gevonden werd dat dit een belangrijke bron van stress is en stress geeft op de lange termijn gezondheidsproblemen. Ook de meeste paarden moeten dagelijks “naar het werk”. Daar hebben zij ook interacties met anderen, niet alleen met andere paarden, maar voornamelijk met “een baas”. Degene die het paard begeleidt en/ of traint. Werksessies zijn gebaseerd op training waarbij over het algemeen meer straf oftewel negatieve bekrachtigers worden gebruikt om een paard iets te leren dan beloning of positieve bekrachtigers.

Tijdens het onderzoek is er gekeken of het type werk invloed heeft op het voorkomen en de ernst van stereotype gedragingen. Daarvoor zijn 76 paarden die onder dezelfde omstandigheden werden gehouden (zelfde stal; al langer dan een jaar aanwezig op deze stal), zelfde ras en hetzelfde geslacht geobserveerd in hun box. Alle paarden stonden 23 uur op stal en werden dagelijks een uur getraind.

De resultaten van het onderzoek:

De observaties toonden aan dat 65 van de 76 paarden die deelnamen aan het onderzoek een van de stereotype gedragingen vertoonden en dat het voorkomen en het type stereotype gedrag gerelateerd was een het type werk dat een paard moest doen. Een uurtje werk heeft dus invloed op de overig 23 uur dat het paard in de box staat.

Het type werk werd in 3 categorien verdeeld:

  • Spring- en eventing paarden
  • Dressuurpaarden
  • Voltige paarden

In groep 3 toonden de paarden de minste stereotype gedragingen en als ze deze gedragsafwijking hadden dan was het meestal slechts een milde vorm. Dressuurpaarden toonden de meeste, de ernstigste en vaak ook een combinatie van stereoptype gedragingen.

Door de onderzoekers wordt dit verklaard omdat dressuurpaarden tijdens de training vaak te maken krijgen met tegengestelde hulpen/ informatie: Wanneer het paard verzameld moet bewegen wordt het aangespoord om “ voorwaarts” te gaan en tegelijkertijd met behulp van de teugels afgeremd. Dit conflict zorgt voor angst (neurose) en frustratie.

Verder wordt er van dressuurpaarden verwacht dat zij hun emoties onderdrukken. Het is ongewenst om ergens van te schrikken of om uit vrolijkheid te bokken. Daarnaast wordt er een verband gesuggereerd tussen headshaken en een sterke inwerking van het bit in combinatie met het ver doorbuigen van de hals en nek. De druk van het bit zou kunnen zorgen voor beschadiging in het gebied van de nervus trigeminus, waardoor deze zenuw overgevoelig wordt. Dit zou kunnen verklaren waarom headshaken en knikken meer gezien werd bij dressuur paarden dan bij de andere paarden.

De stress die de paarden ondervonden in het werk zijn vergelijkbaar met die van mensen. Conflicten met anderen (met name de baas), zware lichamelijk inspanning die gevraagd wordt, afwezigheid van beloning en waardering en een negatieve verwachting met betrekking tot de toekomst. Met dit laatste wordt bedoeld dat het gebruik van negatieve bekrachtigers tijdens de training (straf om een paard iets te leren) bij het paard de verwachting geeft dat het in de toekomst negatief benaderd zal worden waardoor hij negatieve emoties zal ondervinden. Met name deze laatste stressor (een negatieve toekomstverwachting) is bij mensen vaak de oorzaak van depressie.

Nieuwe resultaten wijzen in de richting dat, net zoals bij mensen, er problemen met het bewegingsapparaat (spieren en skelet) kunnen ontstaan alleen al door de stress door het werken op zich. Dit kan “een slecht humeur” buiten de training om geven door chronisch discomfort in het lichaam.

Het interessante van dit onderzoek is dus dat naarmate paarden een langere tijd per dag in hun box moeten spenderen, de paarden ook meer en langere tijd per dag stereotype gedragingen vertonen, maar dat dit gedrag nog eens versterkt wordt door het type werk en de stress die het paard tijdens dat trainen ondervindt.

Nederlandse samenvatting geschreven door:

Karin Leibbrandt, dierenarts en revalidatietrainer voor paarden

www.gezondheidvanmijnpaard.nl

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid