Bacterieel onderzoek

 

Bacterieel onderzoek

In sommige ziektegevallen kan het nodig zijn om aanvullend onderzoek te doen in de vorm van bacterieel onderzoek. Om dit onderzoek uit te voeren zal er als eerste een monster genomen worden afhankelijk van de aandoening waar het paard aan lijdt. Zo kan er een mestmonster genomen worden om bijvoorbeeld de oorzaak van diarree op te sporen of een bloedmonster wanneer vermoedt wordt dat het paard een systemische bacteriële infectie heeft. Dit wil zeggen dat er ergens een infectiehaard in het lichaam zit waarbij bacteriën ook in de bloedbaan terecht komen en dus door het hele lichaam verspreidt zitten. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen bij een bacteriele ontsteking van de hartkleppen. Paarden hebben dan vaak koortspieken en tijdens deze pieken zit de bacterie in het bloed. Om in dit geval de bacterie op te sporen wordt een bloedmonster afgenomen tijden een koortspiek.

Daarnaast kan bijvoorbeeld bij een hardnekkig wondinfectie waardoor de wondgenezing vertraagd wordt, abcessen die slecht genezen of bij aandoeningen van de luchtwegen een monster genomen worden. Een andere regelmatig voorkomende aandoening waarbij monsters worden genomen voor bacterieel onderzoek zijn slecht genezende ontstekingen van het oogslijmvlies of ontstekingen van het hoornvlies.

Een bacteriële ontsteking kenmerkt zich veelal door de vorming van pus. Pus heeft een geel tot geelgroene kleur is vaak vrij dik vloeibaar maar kan afhankelijk van de hoeveelheid vocht variëren van waterdun tot tandpasta dik. Het bestaat uit dode en levende bacteriën en witte bloedcellen die het gevecht aan zijn gegaan met de bacteriën.

Figuur 1: Een diepe wond bij een paard in de hals. De wond is geïnfecteerd met bacteriën. Duidelijk zichtbaar is de gele pus die bestaat uit bacteriën en cellen van het afweersysteem, de witte bloedcellen.

In de praktijk zal er bij een infectie waarbij een bacteriële oorzaak wordt vermoed, een breedspectrum antibioticum ingezet worden. Een breedspectrum antibioticum heeft een brede werking wat wil zeggen dat veel verschillende soorten bacteriën gevoelig zijn voor dit middel. De kans dat deze therapie aanslaat is dan ook vrij groot. Wanneer de therapie niet aanslaat zal bacterieel onderzoek gedaan worden om uit te zoeken welke bacterie een rol speelt en voor welk antibioticum deze gevoelig is. Daarnaast is het belangrijk om uit te zoeken of het wel om een bacterie gaat want ontstekingen kunnen ook veroorzaakt worden door andere ziekteverwekkers zoals parasieten, schimmels, gisten en virussen.

Antibiotica is effectief tegen bacteriën en enkele parasieten maar niet tegen virussen of gisten en schimmels. Vaak wordt er bij een virale infectie van bijvoorbeeld de luchtwegen wel preventief antibiotica gegeven om te voorkomen dat er secundair een bacteriële infectie ontstaat. Een virus verzwakt namelijk de lokale afweer in de luchtwegen waardoor bacteriën die daar vaak al aanwezig waren de kans krijgen om aan te slaan. De vraag is echter of dit nodig is. In de meeste gevallen wanneer het paard niet om andere redenen een verzwakt afweersysteem heeft zal het dier prima in staat zijn, eventueel met wat ondersteuning om het virus zelf te overwinnen. Antibiotica heeft naast grote positieve kanten ook duidelijke nadelen met name met betrekking op de gezondheid van de maagdarmflora van het paard wat voor dit dier erg belangrijk is.

Laten we een voorbeeld nemen van een paard waarbij een infectie van de hartkleppen werd vermoed. Nadat de diagnose was gesteld werd direct besloten om bloed af te nemen tijdens een koortspiek om te proberen een bacterie op te sporen. Het bloed word opgevangen in een bloedbuisje en verzonden naar het laboratorium.

Figuur 2: Bloedbuisje voor het opvangen van een bloedmonster.

In het laboratorium wordt het monster overgebracht op een petrieschaaltje. In dit petrieschaaltje zit een voedingsbodem oftewel kweekmedium voor bacteriën. Er zijn verschillende soorten voedingsbodems zodat de verschillende soorten bacteriën optimaal kunnen groeien door het aanbod van de juiste voeding.

Na 1 of enkele dagen zijn de petrieschaaltjes bedekt met kolonies van bacteriën. Deze kunnen dan op een voorwerpglaasje gebracht worden, gekleurd en onder de microscoop bekeken worden. Soms is het mogelijk om op basis hiervan al een bacterie (volledig) te identificeren. Zo niet dan kunnen er andere kweekmedia gebruikt worden of bepaalde testjes gedaan worden met de gekweekte bacteriën waardoor duidelijk wordt om welke soort het gaat.

Figuur 3: Petrieschaaltjes met verschillende soorten voedingsbodems. De kleur van de voedingsbodems varieert.

Niet alle bacteriën zijn ziekteverwekkend dus is het heel belangrijk om de bacterie die het probleem veroorzaakt op te sporen en zo de juiste te behandelen. In het bloed hoor je geen bacteriën aan te treffen, maar als we een monster van de huid nemen bij bijvoorbeeld een abces vinden we veel verschillende bacteriën waarvan de meeste thuis horen op de huid en zelfs een bijdrage leveren om de huid gezond te houden. Vaak wordt er ook meteen een antibiogram ingezet. Hierbij worden de ziekteverwekkende bacteriën overgezet op een petrieschaaltje met een geschikte voedingsbodem. Op de voedingsbodem zijn schijfjes aangebracht met verschillende soorten antibiotica erin. De petrischaal wordt weer op kweek gezet en na 1 of enkele dagen kan bekeken worden hoe de groei van de bacterie verlopen is. Rond de schijfjes is een cirkel te zien waar de bacteriën niet groeien. Dit wordt de remzone genoemd. Hoe groter de diameter van dit rondje is des te beter het antibioticum werkt tegen de bacterie die we gevonden hebben. Nu kunnen we de antibioticatherapie dus veel specifieker instellen en neemt de kans toe dat we snel resultaat hebben wat bij een ontsteking van de hartkleppen erg belangrijk is.

Het is echter wel zo dat we rekening moeten houden met het feit dat het antibioticum op het schijfje in het petrieschaaltje een betere of juist slechtere werking kan hebben in het lichaam. In het lichaam spelen meerdere factoren een rol zoals de opneembaarheid vanuit het maag-darmkanaal van het antibioticum als het oraal (via de mond) wordt gegeven, hoe goed het antibioticum in pus kan doordringen, hoe goed het antibioticum de locatie kan bereiken (in dit geval de hartkleppen), hoe snel het paard het antibioticum afbreekt met behulp van de lever etc.

Figuur 4: Een petrieschaaltje waarbij op de voedingsbodem de bacterie is geënt en de schijfjes met de verschillende soorten antibiotica.

Figuur 5: De uitslag van het antibiogram: Om drie van de schijfjes is een duidelijke remzone te zien. Daar is de voedingsbodem helder terwijl de rest van de voedingsbodem bedekt is met de witte bacterie cultuur. De schijfjes zijn gemerkt zodat duidelijk is wel antibioticum het beste werkt. Er zijn in dit geval 2 antibiotica soorten die nagenoeg even goed werken. Nu kan er nog een keuze gemaakt worden tussen andere eigenschappen van de desbetreffende antibiotica zoals de mate van bijwerkingen, hoe het toegediend moet worden (oraal of per injectie), hoe vaak per dag het toegediend moet worden etc.

Naar boven Disclaimer Paard en Gezondheid